Parlementaire vraag nr. 25985 van de heer Luk Van Biesen van 20.06.2018

Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2017-2018 CRIV 54 COM 929 d.d. 20.06.2018, blz. 19

Taxatieregime van achterstallige pensioenen

VRAAG (van de heer Van Biesen)

Mijnheer de minister, achterstallige bezoldigingen en pensioenen worden in België afzonderlijk belast tegen de gemiddelde aanslagvoet voor het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.

De fiscale administratie stelde hierover in haar administratief commentaar dat onder het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, zij het meest recente vorige jaar verstaat waarin de betrokkene twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten, van welke aard ook, heeft gehad. "Van welke aard ook" impliceert een normaal beroeps-inkomen, een vervangingsinkomen of een pensioen.

Naar aanleiding van de rechtspraak van het Hof van Cassatie van 12 juni 1992 en 14 maart 2013 heeft de fiscale administratie in haar circulaire van 13 november 2013 gesteld dat de wet voortaan strikt moet worden toegepast en dat het wettelijk aangeduide referentiejaar, met name het jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, enkel nog in aanmerking wordt genomen. De circulaire heft dan ook de relevante bepalingen van het administratieve commentaar met de soepelere interpretatie op.

Het nieuwe standpunt is verdedigbaar voor de laattijdige betaling van bezoldigingen, maar voor de laattijdige betaling van pensioenen heeft de strikte toepassing van de circulaire van 13 november 2013 zeer onrechtvaardige en onlogische gevolgen. Bovendien worden mij steeds meer gevallen gesignaleerd van belastingplichtigen die hiermee te maken krijgen.

Ik geef een voorbeeld. Een belastingplichtige heeft gewerkt tot het eind 2013 en gaat met pensioen in 2014. In 2016 ontvangt hij een regularisatie van het pensioen dat hij tijdens de vorige jaren ontving, als gevolg van een herberekening. In 2016 ontvangt hij dus een achterstallig pensioen dat echter belast wordt tegen het gemiddelde tarief van het inkomstenjaar 2013, het laatste jaar van zijn beroepswerkzaamheid. Dat gemiddelde tarief ligt ruim hoger dat het belastingtarief van de vorige jaren, zijnde de jaren waarin hij het pensioen ontving waarvan het bedrag nu geregulariseerd wordt. In zo'n geval heeft de achterstallige betaling niets te maken met vroegere bezoldigingen. Het is dus volkomen onlogisch het laatste jaar van zijn beroepswerkzaamheid te gebruiken als referentiejaar voor de belasting van het achterstallig pensioen.

In afwachting van de behandeling van het wetsvoorstel dat ik ter zake ingediend heb, wil ik u de volgende vraag stellen, mijnheer de minister.

Is er geen mogelijkheid, gelet op de zeer onbillijke gevolgen van de circulaire van 13 november 2014, deze te herzien aangaande laattijdig betaalde pensioenen, zodat de circulaire hierop niet meer van toepassing is en er niet langer strikt moet worden teruggegrepen naar het laatste jaar van de normale beroepswerkzaamheid?

ANTWOORD (van de minister)

Mijnheer Van Biesen, de door u aangehaalde situatie wordt administratief geregeld in het nr. 171/329 van de commentaren op het WIB 92. Daarin wordt opgemerkt dat voor de achterstallige pensioenen het referentiejaar niet noodzakelijk het laatste jaar van de werkelijke uitoefening van de beroepswerkzaamheid moet zijn. Bij de gepensioneerden die elke werkzaamheid hebben stopgezet, kan het referentiejaar het meest recente vorige jaar zijn dat aan het jaar van de betaling van de achterstallige pensioenen voorafgaat en tijdens hetwelk de belanghebbenden gedurende twaalf maanden een belastbaar normaal rust- of overlevingspensioen hebben verkregen. De circulaire waarnaar u verwijst, heeft die bepaling niet opgeheven. Bijgevolg is die bepaling dus nog steeds van toepassing.

CONCLUSIE (van de heer Van Biesen)

Mijnheer de minister, dat is wel het omgekeerde van wat de administratie soms toepast. Dat is juist het probleem. Volgens de circulaires zou men het laatste pensioen moeten nemen, maar in die gevallen wordt de beroepsactiviteit genomen. Het is een probleem dat niet alleen ik al heb gesignaleerd, want in alle hoffelijkheid wil ik ook zeggen dat ook mevrouw Wouters daarop herhaaldelijk gewezen heeft en ook een wetsvoorstel heeft ingediend, dat ik nu nog verbeterd ingediend heb in de Kamer. Ik hoop dat het aangepast kan worden. Ik ben heel blij met het standpunt dat u hier vandaag inneemt. Ik hoop dat u uw administratie op de hoogte zult brengen van die onbillijke behandeling.

WEDERANTWOORD (van de minister)

Dat zal ik doen.