Parlementaire vraag nr. 1988 van de heer Vincent Van Quickenborne van 26.03.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 259
Identiteit verhuurder inzake verantwoording beroepskosten (MV 41797C).
VRAAG (van de heer Van Quickenborne)
Deze vraag betreft de toepassing van artikel 307, § 2/2 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de verantwoording van huurkosten of vergoedingen voor zakelijke gebruiksrechten inzake onroerend goed.
Een van de gegevens die in deze bijlage dienen opgenomen te worden betreft de identiteit van de "verhuurder". De wet omschrijft als "verhuurder": "de persoon op wie de verplichtingen bedoeld in artikel 1719 van het Burgerlijk Wetboek rusten".
Echter, artikel 1719 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op:
- in het buitenland gelegen onroerende goederen;
- in het Waals Gewest gelegen woningen waarvoor artikel 1719 Burgerlijk Wetboek werd opgeheven door het decreet Woninghuurovereenkomst van 15 maart 2018.
Wie dient men dan als "verhuurder" te identificeren?
ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)
Uw vraag betreft de bijlage nummer 270 MLH die desgevallend moet toegevoegd worden aan de aangifte en die de correcte toepassing van het bestaande belastingregime voor huurinkomsten bij verhuurders beoogt te verzekeren.
Op deze bijlage dienen onder andere de identificatiegegevens van de verhuurder of verhuurders vermeld te worden.
De wettelijke bepaling die deze verplichting oplegt, verduidelijkt wie wordt bedoeld met het begrip "verhuurder". De verwijzing hierbij naar artikel 1719 van het Burgerlijk Wetboek heeft enkel de bedoeling de hoedanigheid van de "verhuurder" inhoudelijk te omschrijven: het gaat om de persoon of personen die uit de aard van het contract en zonder dat daarvoor enig bijzonder beding nodig is, bepaalde verplichtingen moeten naleven. Het betreft de verplichting het verhuurde goed aan de huurder te leveren, dat goed in zodanige staat te onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het verhuurd is en de huurder het rustig genot daarvan te doen hebben zolang de huur duurt.
De verhuurders die op de bijlage moeten geïdentificeerd worden zijn dan ook de personen op wie voormelde verplichtingen rusten in het kader van een huurovereenkomst van een onroerend goed, ongeacht waar dat onroerend goed is gelegen en ongeacht of artikel 1719 van het Burgerlijk Wetboek als zodanig van toepassing is.
