Parlementaire vraag nr. 1356 van de heer Detienne van 05.05.1998

VRAAG 98/1356
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 143, blz. 19682-19683
Vrijstelling bijkomend personeel WO.
VRAAG
Artikel 67 van het WIB 1992 bepaalt dat winst van een onderneming wordt vrijgesteld tot een bepaald bedrag per bijkomende aangeworven personeelseenheid die in België voltijds in een onderneming wordt tewerkgesteld voor:
  • het wetenschappelijk onderzoek;
  • de uitbouw van het technologisch potentieel van de onderneming;
  • een betrekking van diensthoofd voor de uitvoer;
  • een betrekking van diensthoofd van de afdeling Integrale kwaliteitszorg.
1. Tellen twee halftijdse betrekkingen van diensthoofd voor een voltijdse betrekking?
2.
a) Is het antwoord identiek als het twee deeltijdse betrekkingen betreft, bijvoorbeeld een van 60 % en een van 40 % ?
b) Zo ja, hoe wordt de berekening van de belastingvrijstelling aangepast als een van de twee halftijdse werknemers vertrekt?
3.
a) Hoe wordt dat principe toegepast wanneer de eerste werd aangeworven toen de vrijstelling 100.000 frank geïndexeerd bedroeg en de tweede na de wet van 27 oktober 1997 werd aangeworven en het bedrag werd verhoogd tot 400.000 frank geïndexeerd?
b) Hoe wordt de aanpassing van de belastingvrijstelling in dat geval berekend?
ANTWOORD
De in zijn twee eerste vragen, door het geacht lid uitgedrukte bekommernissen zullen het voorwerp uitmaken van een grondig onderzoek naar aanleiding van de opstelling van het koninklijk besluit dat zal worden genomen ingevolge artikel 67, § 5, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).
Wat zijn laatste vraag betreft, regelt de in artikel 524, WIB 1992, opgenomen overgangsmaatregel (ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 27 oktober 1997 houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek) de toestand van de personeelsleden die waren tewerkgesteld vóór de inwerkingtreding van diezelfde wet.