Parlementaire vraag nr. 112 van de heer Leterme van 10.11.2003
VRAAG 03/112
Vraag nr. 112 van de heer Leterme dd. 10.11.2003
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 3983-3984
Kosten van kopieën - Inzage dossier - Gelijkheidsprincipe
VRAAG
1. Kan u verklaren op basis van het "gelijkheidsprincipe " en/of artikel 26 van het BUPO-Verdrag, waarom de belastingplichtige de plicht heeft indien hij inzage wil hebben van zijn dossier hij zich naar het bureel van de ambtenaar dient te begeven en indien de belastingplichtige kopieën verlangt van het dossier, deze moet vergoeden op voorhand, maar als een ambtenaar inzage wil hebben van het belastingdossier van de belastingplichtige, hij zich niet naar het bureel van de belastingplichtige moet begeven en eventueel naar goeddunken kosteloos kopie kan vragen en de belastingplichtige dit verplicht is te geven?
2. Bent u van mening dat dit een correcte interpretatie is van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 26 van BUPO?
3. Bent u van mening dat artikel 26 van BUPO betekent dat de belastingplichtige niet meer naar het Arbitragehof dient te gaan om artikelen 10 en 11 van de Grondwet te doen toepassen?
4. Bent u van mening dat de fiscale overheden vooraf voor elk document waarvan zij kopie eisen van de belastingplichtigen de kosten op voorhand dienen te betalen conform met hun eisen die zij stellen aan de belastingplichtigen?
5. Bent u van mening dat indien de overheid de kosten van kopieën niet op voorhand betaalt aan de belastingplichtige, de belastingplichtige de wetten van openbare orde en/of de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen niet overtreedt indien hij weigert deze documenten te laten geworden in kopie?
6. Bent u van mening dat elke aanslag die het gevolg is van de weigering door de belastingplichtige van de gevraagde documenten in kopie te versturen omdat de overheid weigert de nodige vergoedingen op voorhand te vereffenen, een willekeurige en tergende aanslag is?
7. Bent u van mening dat geen enkele wet van openbare orde de belastingplichtige kan verplichten de kopie die van hem gevorderd wordt te versturen aangezien de belastingplichtige dit ook niet mag eisen van de overheid?
8. Is het juist te stellen dat geen enkel document de maatschappelijke zetel of domicilie van de belastingplichtige mag verlaten zonder de uitdrukkelijke toestemming van de belastingplichtige zelf?
ANTWOORD (minister van Financiën, 25.03.2004)
Ik heb de indruk dat het geachte lid het recht op inzage van bestuursdocumenten verwart met de plicht van de belastingplichtige om de administratie alle inlichtingen te verstrekken in verband met zijn belastingtoestand (cf. artikel 315 en volgende, WIB 1992). Deze kwestie kwam nochtans reeds uitvoerig ter sprake in vragen nr. 1019 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 151, 2002-2003, blz. 19295), nr. 1014 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 151, 2002-2003, blz. 19291-19292) en nr. 1012 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 145, 2002-2003, blz. 18384-18385) en nr. 493 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 104, 2000-2001, blz. 12150-12152) alsmede in de vragen nr. 761 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 105, 2001-2002, blz. 12332-12333), nr. 760 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 115, 2001-2002, blz. 1395313959) en nr. 475 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 80, 2000-2001, blz. 9055-9058) gesteld door mevrouw Pieters.
Vraag nr. 112 van de heer Leterme dd. 10.11.2003
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 3983-3984
Kosten van kopieën - Inzage dossier - Gelijkheidsprincipe
VRAAG
1. Kan u verklaren op basis van het "gelijkheidsprincipe " en/of artikel 26 van het BUPO-Verdrag, waarom de belastingplichtige de plicht heeft indien hij inzage wil hebben van zijn dossier hij zich naar het bureel van de ambtenaar dient te begeven en indien de belastingplichtige kopieën verlangt van het dossier, deze moet vergoeden op voorhand, maar als een ambtenaar inzage wil hebben van het belastingdossier van de belastingplichtige, hij zich niet naar het bureel van de belastingplichtige moet begeven en eventueel naar goeddunken kosteloos kopie kan vragen en de belastingplichtige dit verplicht is te geven?
2. Bent u van mening dat dit een correcte interpretatie is van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 26 van BUPO?
3. Bent u van mening dat artikel 26 van BUPO betekent dat de belastingplichtige niet meer naar het Arbitragehof dient te gaan om artikelen 10 en 11 van de Grondwet te doen toepassen?
4. Bent u van mening dat de fiscale overheden vooraf voor elk document waarvan zij kopie eisen van de belastingplichtigen de kosten op voorhand dienen te betalen conform met hun eisen die zij stellen aan de belastingplichtigen?
5. Bent u van mening dat indien de overheid de kosten van kopieën niet op voorhand betaalt aan de belastingplichtige, de belastingplichtige de wetten van openbare orde en/of de verordeningen van openbare orde die de belastingwetten doorkruisen niet overtreedt indien hij weigert deze documenten te laten geworden in kopie?
6. Bent u van mening dat elke aanslag die het gevolg is van de weigering door de belastingplichtige van de gevraagde documenten in kopie te versturen omdat de overheid weigert de nodige vergoedingen op voorhand te vereffenen, een willekeurige en tergende aanslag is?
7. Bent u van mening dat geen enkele wet van openbare orde de belastingplichtige kan verplichten de kopie die van hem gevorderd wordt te versturen aangezien de belastingplichtige dit ook niet mag eisen van de overheid?
8. Is het juist te stellen dat geen enkel document de maatschappelijke zetel of domicilie van de belastingplichtige mag verlaten zonder de uitdrukkelijke toestemming van de belastingplichtige zelf?
ANTWOORD (minister van Financiën, 25.03.2004)
Ik heb de indruk dat het geachte lid het recht op inzage van bestuursdocumenten verwart met de plicht van de belastingplichtige om de administratie alle inlichtingen te verstrekken in verband met zijn belastingtoestand (cf. artikel 315 en volgende, WIB 1992). Deze kwestie kwam nochtans reeds uitvoerig ter sprake in vragen nr. 1019 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 151, 2002-2003, blz. 19295), nr. 1014 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 151, 2002-2003, blz. 19291-19292) en nr. 1012 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 145, 2002-2003, blz. 18384-18385) en nr. 493 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 104, 2000-2001, blz. 12150-12152) alsmede in de vragen nr. 761 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 105, 2001-2002, blz. 12332-12333), nr. 760 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 115, 2001-2002, blz. 1395313959) en nr. 475 (Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 80, 2000-2001, blz. 9055-9058) gesteld door mevrouw Pieters.
Bron: FisconetPlus
