Parlementaire vraag nr. 1743 van de heer François De Smet van 06.11.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/126 d.d. 05.01.2024, blz. 234

Interpretatie van de taxshelterwetgeving

VRAAG (van de heer De Smet)

Zoals u weet is de taxshelter een fiscaal voordeel voor bedrijven die een deel van hun belastbare winst investeren in de audiovisuele sector, de podiumkunsten en videogames. In 2022 kostte die regeling 176 miljoen euro. Vorige zomer werd de wetgeving gewijzigd: voortaan mogen het loon van de producenten en de commissie van de tussenpersonen niet meer dan 18 % van de uitgaven bedragen (artikel 194ter, § 1, 9°, WIB 92). In principe zou de premie voor de investeerder niet meegerekend mogen worden in dat percentage, aangezien de uitgaven enkel betrekking hebben op de vergoedingen van de producent en de tussenpersoon. In uw antwoord op een andere schriftelijke vraag in december 2022 hanteerde u een ruime interpretatie van de nieuwe wetgeving. U gaf aan dat de premie in kwestie meegerekend werd voor de bovengrens van 18 %. Naar aanleiding van die interpretatie werd er een procedure bij de Raad van State ingeleid. Het probleem schuilt in het feit dat de berekening van de premie afhangt van een interest die berekend wordt op basis van het bedrag dat gestort wordt aan de producent tegen een rentevoet die gebaseerd is op het Euribortarief met een looptijd van 12 maanden, vermeerderd met 450 basispunten (momenteel vastgelegd op 4,145 %). Met andere woorden, door de stijging van de rentevoeten blijft er bijna niets meer over voor de producenten, gesteld dat de premie voor de investeerder integraal meegerekend wordt voor de bovengrens van 18 %. Het is dan ook logisch dat de volledige audiovisuele sector vreest dat het aantal Belgische producties in vrije val zal raken. 1. Kunt u uw interpretatie, die inhoudt dat de premie voor de investeerder meegerekend wordt voor de bovengrens van 18 %, bevestigen? Zo ja, vreest u dan niet dat dit de doodsklok zal luiden voor het fiscaal voordeel van de taxshelter, zeker in tijden van stijgende rentevoeten? 2. Kan de rentevoet op basis waarvan de premie berekend wordt, geplafonneerd worden, bijvoorbeeld door de vermeerdering met 450 basispunten te beperken?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Inzake de 'aan de investeerder betaalde premie' zoals bedoeld in artikel 194ter, § 6, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, kan ik bevestigen dat die premie wel degelijk begrepen is in het plafond van 18 %, zoals ik heb geantwoord op de parlementaire vraag nr. 1240 van 22 november 2022 van de heer Benoît Piedboeuf (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2022-2023, nr. 100). De rente die opgenomen is in voormelde bepaling, is een plafond. Bijgevolg kunnen de productievennootschappen raamovereenkomsten sluiten die een lagere rente aanbieden dan dat plafond.