Parlementaire vraag nr. 250 van de heer Larcier van 19.01.1993
VRAAG 93/250
Bull. nr. 728, pag. 1674
Fiscale aftrek voor niet-inwoners - Uitkeringen voor levensonderhoud
Artikel 241 van het WIB 1992 bepaalt :
"Van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten zijn alleen aftrekbaar :
1. 80 pct. van de in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is; ..."
Kan men geen wederkerigheid tussen de landen overwegen en een wijziging van de regeling voorstellen, zodat de niet-inwoner niet de mogelijkheid ontzegt wordt het bedrag van de uitkering voor levensonderhoud af te trekken van zijn in België ontvangen inkomsten?
ANTWOORD
Het toepassingsveld van de belasting van niet-inwoners beperkt zich, overeenkomstig het algemeen aanvaarde territorialiteitsbeginsel van de belasting, tot de inkomsten van Belgische oorsprong.
Het is dan ook maar logisch als regel te stellen dat van deze inkomsten uitsluitend bestedingen worden afgetrokken die er rechtstreeks op drukken (bijvoorbeeld interesten van leningen die specifiek zijn aangegaan om in België gelegen onroerende goederen te verkrijgen of te behouden) of die een zekere affiniteit met de Belgische samenleving vertonen (zoals giften gedaan aan Belgische instellingen en onderhoudsuitkeringen gedaan aan rijksinwoners).
Die affiniteit ontbreekt volkomen wanneer niet-inwoners onderhoudsuitkeringen betalen aan andere niet-inwoners.
Derhalve kan op de suggestie van het geachte lid niet worden ingegaan.
Bron: FisconetPlus
