Parlementaire vraag nr. 6 van de heer Hatry van 27.07.1995
VRAAG 95/006/2
Bull. nr. 760, pag. 889
Regularisaties toegestaan aan de belastingplichtigen - Termijnen
Ik verneem dat sommige controlediensten van de belastingen, met name in Brussel, aan de belastingplichtigen een verzoek sturen om "hun toestand te regulariseren": zij worden verzocht de stukken gevoegd bij hun belastingaangifte die ze vóór 30 juni hebben ingediend, te ondertekenen en voor eensluidend te verklaren. Dat moet echter gebeuren binnen termijnen die voor de belastingplichtige onaanvaardbaar zijn.
Dat geldt des te meer wanneer het gaat om KMO's of eenpersoonsvennootschappen, waar slechts één persoon gemachtigd is die stukken voor eensluidend te verklaren.
Ik heb voor mij een dergelijke brief, op 17 juli 1995 met de post verstuurd, waarin de belastingplichtige wordt verzocht die bijlagen vóór 31 juli 1995 voor eensluidend te verklaren.
De zware sanctie waarmee het belastingbestuur de overtreder bedreigt, is de "ongeldigheid" van de aangifte en de aanslag van ambtswege waarin artikel 351 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorziet.
Meent de geachte minister niet dat, gelet op de periode waarin deze verzoeken worden verstuurd, de termijn onmiskenbaar te kort is?
Is het niet wenselijk dat voor dit soort regularisering, ongeacht in welke periode van het jaar, een minimumtermijn van 30 werkdagen wordt toegekend, zoals dat ook het geval is bij de vragen om inlichtingen?
ANTWOORD
Ik vestig de aandacht van het geacht lid op het feit dat de belastingplichtige ertoe gehouden is aan de administratie der Directe Belastingen een aangifte over te leggen die aan de gestelde vormvereisten beantwoordt en dit binnen de termijn die oorspronkelijk voor de indiening ervan werd vastgesteld (artikel 305, 1e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - WIB 92).
Benevens de andere vormvereisten moeten de afschriften van bescheiden, opgaven en inlichtingen waarvan de overlegging wordt gevraagd in het aangifteformulier, eensluidend worden verklaard met de oorspronkelijke stukken; andere bij de aangifte gevoegde stukken moeten worden gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend, behoudens indien zij uitgaan van derden (artikel 307, § 3, 2e lid, WIB 92).
Wanneer een tijdig ingediende aangifte enig vormgebrek vertoont, geldt als regel (zie nr. 307/18 van de Administratieve Commentaar op het WIB 92) die aangifte terug te sturen naar de belastingplichtige en hem een nieuwe termijn toe te staan teneinde hem de gelegenheid te geven aan het (de) vormgebrek(en) te verhelpen; door binnen de daarvoor toegestane termijn aan de vormgebreken te verhelpen, vermijdt de belastingplichtige een mogelijke aanslag van ambtswege (artikel 351, 1e lid, 2e streepje, WIB 92).
Het is deze nieuwe, in het algemeen op acht dagen vastgestelde termijn (zonder de oorspronkelijke termijn in te korten), die in deze vraag wordt aangehaald. In bepaalde omstandigheden kan het verantwoord zijn die termijn enigszins te verlengen.
Bron: FisconetPlus
