Parlementaire vraag nr. 1401 van de heer de Clippele van 30.01.1995
VRAAG 95/1401
Vraag nr. 1401 van de heer de Clippele dd. 30.01.1995
Bull. nr. 752, pag. 2439
Forfaitaire grondslagen van aanslag - Meerwaarden - Landbouwers
De toepassing van artikel 41, 2°, WIB 92 roept bepaalde vragen op bij de landbouwers die volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag worden belast.
1. Paragraaf 13, 2e lid, van bedoeld forfait bepaalt dat "bepaalde" meerwaarden in aanmerking moeten worden genomen. Welke ?
2. Gelet op het ontbreken van gedeeltelijke dubbele boekhouding, zijn de meerwaarden slechts belastbaar ten name van de betrokkenen als afschrijvingen werden aangenomen :
5. In het algemeen, in hoeverre en volgens welke criteria (met name inzake de afschrijvingen) zijn de door die landbouwers tijdens en op het einde van de werkzaamheid op de verkoop van materiële vast activa (materieel, gebouwen, enz.) verwezenlijkte meerwaarden al dan niet belastbaar ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord op de verschillende punten van zijn vraag te vinden.
1. De meerwaarden bedoeld in nr. 13, 2e lid, van de forfaitaire grondslagen van aanslag van de landbouwers zijn die verwezenlijkt op alle voor de landbouwexploitatie gebruikte vaste activa, met uitzondering van de meerwaarden die uitdrukkelijk elders zijn vermeld in de forfaitaire regeling (meerwaarden verwezenlijkt op de definitieve overdracht van produktiequota of premiequota, bedoeld in nrs. 13.17 en 13.18 van die regeling).
2.
3 en 4. De circulaire 955 van 19 augustus 1971 (Bulletin der belastingen, nr. 489, blz. 1629) en het addendum van 10 februari 1975 (Bulletin der belastingen, nr. 527, blz. 279) blijven algemeen van toepassing onder voorbehoud nochtans van wat is gepreciseerd in het huidige antwoord inzake afschrijvingen en meerwaarden.
De desbetreffende in voornoemde circulaire opgenomen regels alsmede de forfaitaire regeling zullen worden aangepast ten einde rekening te houden met die preciseringen.
5. Voor de volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag belaste landbouwers zijn de meerwaarden, verwezenlijkt gedurende de exploitatie op alle activa welke voor die beroepswerkzaamheid worden gebruikt (artikel 24, 1ste lid, 2°, WIB 92) en de meerwaarden verwezenlijkt op diezelfde activa bij de stopzetting van de werkzaamheid (artikel 28, 1ste lid, 1°, WIB 92) belastbaar volgens het eigen aanslagstelsel van die meerwaarden (zie inzonderheid artikel 41, 2°, en 43, WIB 92).
Vraag nr. 1401 van de heer de Clippele dd. 30.01.1995
Bull. nr. 752, pag. 2439
Forfaitaire grondslagen van aanslag - Meerwaarden - Landbouwers
De toepassing van artikel 41, 2°, WIB 92 roept bepaalde vragen op bij de landbouwers die volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag worden belast.
1. Paragraaf 13, 2e lid, van bedoeld forfait bepaalt dat "bepaalde" meerwaarden in aanmerking moeten worden genomen. Welke ?
2. Gelet op het ontbreken van gedeeltelijke dubbele boekhouding, zijn de meerwaarden slechts belastbaar ten name van de betrokkenen als afschrijvingen werden aangenomen :
| a) | Behoren afschrijvingen tot die grondslagen, en zo ja, welke ? |
| b) | Hoe moeten die eventuele forfaitaire afschrijvingen op de reële vaste activa van de landbouwer worden gevaloriseerd en gespreid ? 3. |
| a) | Blijven de circulaire 955 en het addendum volledig toepasbaar ? |
| b) | Zo neen, welke elementen moeten worden gewijzigd ? 4. |
| a) | Impliceert de in paragraaf 5 van bedoelde rondzendbrief gebruikte term "inrichtingen" eveneens de in paragraaf 3 van diezelfde rondzendbrief bedoelde "gebouwde onroerende goederen" ? |
| b) | Hoe kunnen de meerwaarden op onroerende goederen van een landbouwbedrijf belastbaar zijn, terwijl het forfait niet in een afschrijving op die onroerende goederen voorzien (cf. paragraaf 3) ? |
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord op de verschillende punten van zijn vraag te vinden.
1. De meerwaarden bedoeld in nr. 13, 2e lid, van de forfaitaire grondslagen van aanslag van de landbouwers zijn die verwezenlijkt op alle voor de landbouwexploitatie gebruikte vaste activa, met uitzondering van de meerwaarden die uitdrukkelijk elders zijn vermeld in de forfaitaire regeling (meerwaarden verwezenlijkt op de definitieve overdracht van produktiequota of premiequota, bedoeld in nrs. 13.17 en 13.18 van die regeling).
2.
| a) | Voor de berekening van de semi-brutowinst moet worden geacht dat de forfaitaire grondslagen van aanslag rekening houden met de afschrijvingen van alle vaste activa die worden aangewend in eender welke landbouwexplotatie, uitgebaat onder normale omstandigheden, andere dan die welke individueel aftrekbaar zijn (thans het geval voor afschrijvingen van produktiequota en premiequota, overeenkomstig nr. 64.1 van de forfaitaire regeling). Zijn dus inzonderheid in rekening gebracht, de afschrijvingen van gebouwde onroerende goederen (evenals de huurprijs ervan, wanneer zij niet toebehoren aan de exploitant-landbouwer - nr. 17 van voormelde regeling). |
| b) | De forfaitaire grondslagen van aanslag worden afgesloten zonder dat de afschrijvingen, die voor de vaststelling ervan worden weerhouden, worden gedetailleerd. Hieruit volgt inzonderheid dat deze afschrijvingen niet noodzakelijk overeenstemmen met de werkelijke afschrijvingen van een welbepaalde landbouwexplotatie. Wanneer men de afschrijving van sommige vaste activa van een landbouwer dient te evalueren, moet men letten op de eigen elementen en bijzonderheden van elk geval, en inzonderheid op de aanschaffingswaarde van de desbetreffende vaste activa en op het afschrijvingspercentage dat er in het algemeen wordt op toegepast. Dergelijke evaluatie moet zoveel mogelijk in gemeen overleg tussen de aanslagambtenaar en de belastingplichtige worden uitgevoerd. Bij gebrek aan akkoord is de aanslagambtenaar ertoe gehouden een redelijke raming te doen. |
De desbetreffende in voornoemde circulaire opgenomen regels alsmede de forfaitaire regeling zullen worden aangepast ten einde rekening te houden met die preciseringen.
5. Voor de volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag belaste landbouwers zijn de meerwaarden, verwezenlijkt gedurende de exploitatie op alle activa welke voor die beroepswerkzaamheid worden gebruikt (artikel 24, 1ste lid, 2°, WIB 92) en de meerwaarden verwezenlijkt op diezelfde activa bij de stopzetting van de werkzaamheid (artikel 28, 1ste lid, 1°, WIB 92) belastbaar volgens het eigen aanslagstelsel van die meerwaarden (zie inzonderheid artikel 41, 2°, en 43, WIB 92).
Bron: FisconetPlus
