Parlementaire vraag nr. 7 van de heer Dirk Vijnck van 04.12.2009
Parlementaire vraag nr. 7 van de heer Dirk Vijnck dd. 04.12.2009
VRAAG
Volgens de Grondwet is de woning onschendbaar. Ik verneem nochtans dat er een toenemend aantal incidenten zijn waarbij aangestelden van Financiën onrechtmatige toegang vorderen tot particuliere woonhuizen en bewoonde ruimtes. In weerwil van het antwoord van de minister van Justitie op de parlementaire vraag omtrent de inbreuken op de onschendbaarheid van woningen (vraag nr. 320 van 15 januari 2009, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 73, blz. 132) en ondanks de bepalingen vervat in artikel 148 van het Strafwetboek en artikel 28quater eerste lid 1 van het Wetboek van strafvordering blijven aangestelden van uw departement zich toegang verschaffen tot particuliere woonhuizen en ruimtes. Deze gang van zaken doet de volgende praktische vragen rijzen.
1. Wat zijn de uitzonderlijke gevallen bedoeld in de parlementaire voorbereidende werken welke de fiscale administratie toelaten conform artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 toegang te vorderen tot particuliere woonhuizen en bewoonde ruimtes?
2. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de verschijning in persoon in naam van de Staat door een ambtenaar van de belastingadministratie regelt ter verkrijging van de voorafgaande machtiging door de politierechter?
3. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de voorlegging van fiscale stukken in persoon in naam van de Staat door een ambtenaar van de belastingadministratie regelt ter verkrijging van de voorafgaande machtiging door de politierechter?
4. Wat zijn de wettelijke bepalingen die controle toelaten op eenzijdige initiatieven van de fiscale administratie die veel verder gaan dan wat het Wetboek van strafvordering aan het parket toestaat?
5. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de politierechter toelaten een huisvisitatie voor een controle van de in artikel 49 WIB 1992 bedoelde stavingstukken te machtigen?
6. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de verplichting tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen regelen "na" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
7. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de verplichting tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen regelen "zonder" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
8. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 351 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "na" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
9. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 351 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "zonder" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
10. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 315 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "na" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
11. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 315 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "zonder" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
12. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 444 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "na" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
13. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 444 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "zonder" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
14. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 445 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "na" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
15. Wat zijn de wettelijke bepalingen die de toepassing van artikel 445 WIB 1992 regelen tot voorlegging van stukken door loontrekkende belastingplichtigen "zonder" machtiging tot de in artikel 18 van de fiscale herstelwet van 10 februari 1981 bedoelde huisvisitatie?
16. Kan u alles motiveren aan de hand van het arrest door het Grondwettelijk Hof van 3 december 2008, welke uitdrukkelijk stelt dat de procedure tot voorafgaande machtiging van huisvisitatie door de politierechter zonder mogelijkheid van verzet zoals gesteld door het Hof van Cassatie per 9 maart 2009 en 11 maart 2008 ongrondwettelijk bevonden is?
ANTWOORD (van de heer Didier Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)
Artikel 319 WIB 1992 houdt de verplichting in voor elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon om aan de administratie vrije toegang te verlenen tot de lokalen waarvan zij het genots- en/of het gebruiksrecht hebben en waar (vermoedelijk) werkzaamheden worden verricht.
Het betreft een administratieve onderzoeksbevoegdheid met het oog op het vaststellen van de regelmatigheid van de aangegeven inkomsten. Het visitatierecht in de inkomstenbelastingen is géén recht tot huiszoeking (Parl. St., Kamer, 1961-1962, 264/42, 217 en Parl. St., Kamer, 1977-1978, 113/11, 23-24).
Ambtenaren van de directe belastingen hebben immers niet de mogelijkheid de belastingplichtige zijn verplichtingen manu militari te doen naleven en kunnen ook niet overgaan tot inbeslagname. De bevoegde ambtenaren van de directe belastingen hebben niet de mogelijkheid het toegangsrecht af te dwingen. Indien de belastingplichtige de toegang tot de betreffende lokalen weigert te verlenen, kan de visitatie niet plaatsvinden.
De belastingplichtige die het recht van toegang, bepaald in artikel 319 WIB 92, weigert aan een bevoegde ambtenaar begaat wel een fiscale overtreding die met een geldboete van 50,00 euro tot 1.250,00 euro kan worden gesanctioneerd (artikel 445 WIB 92).
Terwijl de toegang tot de beroepslokalen mag plaatsvinden op ieder ogenblik dat enigerlei werkzaamheid in de lokalen wordt uitgeoefend, zelfs buiten de normale werkuren, preciseert het tweede lid van artikel 319 WIB 1992 dat het recht van toegang tot een particuliere woning of een bewoond lokaal afhankelijk is van een machtiging van de politierechter en slechts kan worden uitgeoefend tussen 5 uur 's morgens en 9 uur 's avonds.
De toegang tot een particuliere woning of een bewoond lokaal kan onder meer aangewezen zijn wanneer de aanwezigheid van klandestiene arbeiders werd gemeld of wanneer, op grond van ernstige en precieze vermoedens, redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de persoon die het goed betrekt een niet-aangegeven beroepswerkzaamheid uitoefent (Parl. St., Kamer, 1980-1981, 716/1, 6).
Het bepaalde in artikel 319, tweede lid, WIB 92 belet echter niet dat "een ambtenaar van de directe belastingen die geen houder is van een machtiging van de politierechter, met het oog op een fiscale visitatie toegang heeft tot een particuliere woning wanneer dit met de toestemming van de bewoner geschiedt" (Cass., 11 maart 2008).
In dergelijk geval kan het betreden van de woning het misdrijf bepaald in artikel 148 Sw niet opleveren aangezien deze bepaling enkel het binnendringen in de woning tegen de wil van de ingezetene strafbaar stelt, aldus het Hof van Cassatie.
In dit verband kan ook worden gewezen op artikel 315 WIB 92 dat de belastingplichtige verplicht om de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazicht ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen. Behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen zijn, moeten deze boeken en bescheiden ter beschikking van de administratie worden bewaard in het beroeps- of privélokaal van de belastingplichtige.
Specifiek met betrekking tot het nazicht door de administratie van boeken en bescheiden die worden gehouden, opgesteld of toegezonden in de privélokalen, vereist artikel 315 WIB 92 niet dat voorafgaand een machtiging van de politierechter wordt bekomen.
De tekst van artikel 319 WIB 92 sluit haar toepassing ten aanzien van loontrekkenden niet uit. Krachtens artikel 49 WIB 92 komt het aan de belastingplichtige die de aftrek van sommige kosten als beroepskosten vraagt toe er de echtheid, het bedrag alsook het beroepskarakter ervan aan te tonen, op straffe zijn kosten verworpen te zien worden.
In het geval de belastingplichtige de aftrek vraagt wegens beroepsredenen van diverse uitgaven aangaande zijn woning, maar hij evenwel de toegang hiertoe aan de controleur weigert en bovendien geenszins het gevorderde beroepskarakter van deze woning aantoont, zal de administratie dus deze uitgaven moeten verwerpen.
Voor het overige verwijs ik het geachte Lid naar het antwoord op de vraag nr. 538 van 22 juni 2009 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2009-2010, nr. 83, blz. 96-98).
