Parlementaire vraag nr. 49 van mevrouw Pieters van 26.02.2003
VRAAG 03/049
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 161, blz. 20665-20667
Uitwisseling gegevens tussen economische en fiscale administraties
VRAAG
Naar aanleiding van fiscale onderzoeken gebeurt het regelmatig dat er naast fiscale overtredingen eveneens ernstige inbreuken worden vastgesteld op tal van economische wetgevingen.
Dit kan bijvoorbeeld onder meer betrekking hebben op overtredingen van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en op de naleving van de wet van 6 juli 1976 tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter, die al dan niet onder andere ook door middel van anonieme schriftelijke klachten aan de lokale taxatiediensten of aan de directiediensten werden gesignaleerd.
Het komt evenzeer voor dat het bestuur Economische Inspectie op haar beurt weer verschillende fiscale overtredingen of strafbare feiten inzake directe belastingen en/of inzake BTW vaststelt.
Terzake rijzen dan ook gezamenlijk de volgende algemene praktische vragen.
1.
a) Mogen of moeten alle vastgestelde onregelmatigheden onderling worden uitgewisseld?
b) Bestaan hieromtrent specifieke samenwerkingsprotocollen ? In bevestigend geval, hoe luiden hiervan de teksten en waar werden zij telkens officieel gepubliceerd?
c) Welke niet-beperkende lijst van elementen of inlichtingen kunnen er wederzijds worden uitgewisseld en werden al die mogelijke toestanden reeds administratief becommentarieerd?
2.
a) Mag of moet van alle kwestieuze summiere of grondige verificatie-verslagen inzake inkomstenbelastingen en BTW en van alle processen-verbaal telkens een kopie aan de andere lokaal bevoegde federale administratie spontaan en "rechtstreeks" worden overgemaakt of uitgewisseld?
b) Werden hiertoe specifieke administratieve drukwerken ontworpen ten behoeve van alle bevoegde fiscale en economische besturen en kan van alle verstuurde specifieke documenten desgevallend een afschrift of een kopie worden bekomen door alle rechtstreeks betrokken personen (burgers en ambtenaren)?
3. Kan de belastingplichtige of de burger in het licht van de bepalingen van artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur "inzage" en "mededelingsrecht" verkrijgen van:
a) die verificatieverslagen van de fiscale ambtenaren;
b) die processen-verbaal van de Economische Inspectie;
c) die eventuele al dan niet naamloze klachten?
4. Kan iedere gekende "klachtindiener" naderhand een afschrift of een kopie bekomen van alle verificatieverslagen en/of van alle onderzoeksnota's die werden opgesteld naar aanleiding van zijn specifieke schriftelijke klacht verband houdend met:
a) het belastingonderzoek;
b) het onderzoek inzake BTW;
c) het onderzoek van het bestuur van de Economische Inspectie?
Zo neen, om welke gegronde redenen kan hem dit door ieder bestuur telkens worden geweigerd?
5.
a) Kan iedere klager aan het bestuur van de Economische Inspectie en aan de administratie van de Ondernemingsen Inkomensfiscaliteit schriftelijk vragen hem alle gemotiveerde redenen mee te delen waarom zijn klacht eventueel zonder meer werd geseponeerd of geen tastbaar resultaat heeft opgeleverd ?
Zo ja, op grond van welke wettelijke en/of reglementaire bepalingen?
Zo neen, op grond van welke concrete verbodsbepalingen wordt hem dit effectief geweigerd?
b) Op welke wijze kunnen de burgers die een oprechte klacht of een verzoek hebben ingediend op afdoende wijze natrekken dat alle vastgestelde en medegedeelde inbreuken of strafbare feiten daadwerkelijk aan een ernstig onderzoek werden onderworpen? Tot welke hogere economische en fiscale instanties kunnen die klagers zich hiertoe eventueel richten om daarvan toch de garantie te hebben?
6. Kan u, punt per punt, op principieel vlak uw algemene ziens- en handelwijze meedelen zowel in het kader van de strijd tegen de fiscale en economische fraude als in het licht van onder meer de bepalingen van artikel 32 van de Grondwet; de wet van 11 april 1994, de artikelen 335 en 336 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 93quaterdecies van het BTW-Wetboek, economische wetgevingen en reglementeringen en alle algemene beginselen van een behoorlijk federaal bestuur?
ANTWOORD (van de vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie)
In antwoord op haar vragen heb ik de eer het geachte lid het volgende mede te delen.
De federale bevoegdheid sociale economie heeft geen rechtstreeks verband met de controle op de naleving van de economische regels en fiscale maatregelen. De cel sociale economie, administratie belast met de federale bevoegdheid inzake sociale economie, heeft aldus niet tot doel de afwijkingen en de onregelmatigheden ten opzichte van de economische en fiscale regels na te gaan en desnoods te bestraffen. Ze heeft dus geen enkele informatie hierover die ze de bevoegde administraties kan mededelen. Aangezien ze geen enkele klacht registreert, maakt ze geen enkel rapport, evaluatie of verslag op over deze kwesties.
De cel sociale economie is evenwel bereid de betrokken administraties alle nuttige en nodige informatie te verstrekken wanneer sommige klachten en andere vraagstukken die door deze administraties worden behandeld instellingen van sociale economie in vraag stellen of treffen, of indien ze door deze instellingen worden ingediend.
Bron: FisconetPlus
