Parlementaire vraag nr. 3847 van de heer Chabot van 19.10.2004

VRAAG 04/3847
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 353, blz. 19-21
Belastinghervorming - Aangifte - Vermogensrecht
VRAAG
De belastinghervorming zal ten volle in werking treden voor de inkomsten van 2004. Er is in een individualisering voorzien voor het aanslagjaar 2005, zowel wat de inkomsten als de uitgaven betreft. Wat zal elk van de echtgenoten moeten aangeven met betrekking tot de onroerende inkomsten? Zal de aangifte al dan niet op grond van het vermogensrecht worden opgesteld? Welke methode zal worden toegepast? Welke middelen zullen ter beschikking van de fiscale administratie worden gesteld om de belastingplichtigen ter zake correct in te lichten? Wat zal er gebeuren met betrekking tot de interesten? Ongeacht de regeling waarvoor wordt gekozen, zal met de diverse fiscale administraties contact worden opgenomen? Welke inlichtingen zullen terzake aan de belastingplichtigen worden verstrekt en binnen welke termijn? Wat ten slotte de diverse inkomsten betreft, wat zal elke echtgenoot moeten aangeven in geval van een eventueel meerwaarde voor de verkoop van bebouwde en onbebouwde onroerende goederen?
ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)
Het basisprincipe bestaat erin de begunstigde van inkomsten en niet de bezitter van een kapitaal te belasten. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt rekening gehouden met het aandeel van de beroepsinkomsten zoals dat is vastgesteld na toepassing van de artikelen 86 tot 89, met de diverse inkomsten als bedoeld in artikel 90, 1° tot 4°, die hij verwerft of die hem worden toegekend; met de niet in de punten 1 en 2 beoogde eigen inkomsten overeenkomstig het vermogensrecht en met 50% van het geheel van de overige inkomsten van beide belastingplichtigen.
De toepassing van het richtsnoer van de hervorming is, globaal genomen, het voordeligst voor de belastingplichtigen. Statistisch gezien is het immers zo dat het stelsel van de wettelijke gemeenschap - dat het meest verspreid is - voor heel wat inkomens op de 50/50- verdeling neerkomt. We moeten er overigens voor zorgen dat de stelsels voor de belasting van de gezinnen vlot op elkaar aansluiten. Desgevallend zullen daaromtrent wetgevende initiatieven worden genomen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de intresten van een van de echtgenoten boven zijn onroerende inkomsten uitstijgen, zal het saldo op de onroerende inkomsten van de andere echtgenoot worden aangerekend.
Wanneer de 50/50-verdeling niet van toepassing is, zullen de voorwaarden met betrekking tot de bijkomende intrestaftrek voor elke echtgenoot afzonderlijk worden onderzocht. Wanneer echter voor beide echtgenoten een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, zal de aftrek proportioneel op het totale netto-inkomen van de beide belastingplichtigen worden aangerekend.
Wat de levensverzekeringspremies betreft, vraag ik de administratie voorstellen te formuleren waarbij de logica van de belastinghervorming wordt gevolgd. De bedoeling daarvan was enerzijds voor een volledige decumulatie en anderzijds voor een vermindering van de belastingdruk te zorgen.
De vaststelling van de quota van het kadastraal inkomen voor beide echtgenoten is een bevoegdheid van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. De meerwaarden op bebouwde of niet bebouwde onroerende goederen, die als diverse inkomsten belastbaar zijn, zullen overeenkomstig het vermogensrecht worden toegekend volgens artikel 127, 3° of 4°.
Tot slot zullen de belastingplichtigen zoals gewoonlijk de nodige informatie voor het invullen van hun belastingaangifte in de bijgaande toelichting kunnen vinden. Bovendien zullen tijdig administratieve circulaires worden gepubliceerd, die ook door de belastingplichtigen kunnen worden geraadpleegd.