Parlementaire vraag nr. 159 van de heer Steven Matheï van 16.01.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/012, d.d. 24.02.2020, blz. 176
Liquidatiereserve en VVPRbis
VRAAG
De liquidatiereserve (artikel 184quater, WIB92) is een belangrijk belastingvoordeel voor kmo-vennootschappen en hun bedrijfsleiders en aandeelhouders. Bij de aanleg van de reserve wordt een heffing van 10 % betaald. Indien de liquidatiereserve binnen een tijdspanne van vijf jaar wordt uitgekeerd is er een roerende voorheffing van 20 % verschuldigd. Indien de uitkering gebeurt na vijf jaar of later is er een roerende voorheffing van 5 % verschuldigd. Indien de reserve pas wordt uitgekeerd bij de vereffening van de vennootschap is er geen aanvullende heffing verschuldigd.
De VVPRbis (artikel 269, §2 WIB92) is een ander belangrijk belastingvoordeel. Hierdoor kunnen dividenden uitgekeerd worden aan een verlaagd tarief van 15 % of 20 % in plaats van het tarief van 30 % dat anderen betalen.
1. De liquidatiereserve wordt vermeld als code 1012 in de aangifte vennootschapsbelasting. Kunt u meegeven hoeveel de optelling van deze code bedraagt op de aangifte vennootschapsbelasting voor alle kmo-vennootschappen van België vanaf aanslagjaar 2015 tot nu?
2. a) Kunt u verduidelijken hoeveel het uitgekeerde bedrag van de dividenden bedraagt die door Belgische vennootschappen werden uitgekeerd aan 15 % via de VVPRbis-regeling, voor de aanslagjaren 2015 tot nu?
b) Kunt u meedelen hoeveel het uitgekeerde bedrag van de dividenden bedraagt die door Belgische vennootschappen werden uitgekeerd aan 20 % via de VVPRbis-regeling, voor de aanslagjaren 2015 tot nu?
ANTWOORD
1. Onderstaande tabel biedt, voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2018 (respectievelijk de inkomstenjaren 2014 tot en met 2017), een overzicht van het cumulatieve bedrag dat reeds is gevormd als liquidatiereserve (code 1012) en dit afgemeten aan het einde van elk belastbaar tijdperk.
Aanslagjaar | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 |
Liquidatiereserve (in euro) | 2.80. 871.691,00 | 9.065.219.679,00 | 14.025.363.942,00 | 18.308.354.612,00 |
Er dient opgemerkt dat het voor de aanslagjaren 2015 en 2016 om definitieve cijfers gaat, terwijl het voor de aanslagjaren 2017 en 2018 nog om voorlopige cijfers gaat, aangezien de aanslagtermijn van drie jaar, voorzien in artikel 354, 1ste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, nog steeds loopt.
2. De FOD Financiën beschikt niet over precieze, gedetailleerde gegevens om de opbrengst aan roerende voorheffing te bepalen op dividenden, uitgekeerd door kmovennootschappen, bij toepassing van de VVPRbis regeling.
