Parlementaire vraag nr. 64 van de heer Luk Van Biesen van 21.11.2014
Parlementaire vraag nr. 64 van de heer Luk Van Biesen dd. 21.11.2014
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/009 dd. 26.01.2015, blz. 176
De gevolgen van de sluiting door een Belgische vennootschap van een vaste inrichting in het buitenland
VRAAG
Veel vennootschappen met (fiscale) woonplaats in België hebben een vaste inrichting in een andere staat. Vaak zijn deze vaste inrichtingen gelegen in een staat waarmede België een verdrag ter vermijding van dubbele belasting heeft afgesloten. In die situatie zal, bij het sluiten van de vaste inrichting in de andere staat, deze andere staat op basis van het verdrag ter vermijding van dubbele belasting het recht hebben om een eventuele meerwaarde op de bestanddelen van het vermogen van de vaste inrichting te belasten (artikelen 5 en 7 van de OESO-modelverdragen). Indien er activa, behorend tot het vermogen van de vaste inrichting, naar aanleiding van de sluiting van de vaste inrichting naar het vermogen van het Belgisch hoofdhuis worden overgedragen, zal deze overdracht niet tot uiting komen in de boekhouding van de Belgische vennootschap. Immers, de boekhouding en de jaarrekening van een Belgische vennootschap dienen al haar activa te bevatten, ook deze welke behoren tot het vermogen van een in het buitenland gelegen inrichting. Nochtans is het mogelijk dat de staat, waar de vaste inrichting is gevestigd, belasting heft op het verschil tussen de realisatiewaarde van de overgedragen activa en hun netto boekwaarde. Artikelen 184bis, § 5 en 184ter § 2, 2e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 ("WIB 92") bieden geen oplossing voor dit probleem omdat aldaar de situatie besproken wordt van een buitenlandse vennootschap die haar fiscale woonplaats naar België overbrengt. Volgend voorbeeld illustreert het aangehaalde probleem: een voorraad handelsgoederen met netto boekwaarde 100 wordt overgebracht van de staat van de vaste inrichting naar het Belgisch hoofdhuis. Deze voorraad heeft een normale verkoopwaarde van 130. De staat waar de vaste inrichting is gelegen, belast het verschil tussen de normale verkoopwaarde en de netto boekwaarde ten belope van 30.
1. Hoe moet de Belgische vennootschap op fiscaal vlak handelen teneinde aan te kunnen tonen dat op fiscaal vlak de "aanschaffingswaarde" van deze voorraad wel degelijk 130 is ? Om dit boekhoudkundig uit te drukken, is in casu niet mogelijk. Immers, bij het overbrengen van de voorraad van de vaste inrichting naar België ontstaat er geen transactie tussen twee verschillende juridische entiteiten, zodat er juridisch geen "aanschaffing" is in hoofde van het Belgische hoofdhuis. Op boekhoudkundig vlak is het evenmin mogelijk om een andere waarde dan 100 op te nemen. Immers zelfs een herwaarderingsmeerwaarde kan op basis van de Belgische boekhoudregels niet aangelegd worden met betrekking tot een voorraad handelsgoederen.
2. Kan u aanvaarden dat in de aangifte vennootschapsbelasting met betrekking tot het tijdperk waarin de overdracht van de activa van de vaste inrichting naar het Belgisch hoofdhuis plaats vond, als volgt gehandeld wordt: een opname onder de begintoestand van de belaste reserves van 30; in de mate dat de bewuste voorraad op het einde van het belastbaar tijdperk nog niet gerealiseerd werd: een opname van het saldo bij de eindtoestand van de belaste reserves ?
ANTWOORD (van de minister)
1. De belasting, in de staat waar de buitenlandse vaste inrichting is gevestigd, op de vastgestelde meerwaarde bij de overdracht van activa, die tot het vermogen van die inrichting behoren, naar het Belgische hoofdhuis, op grond van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting dat door België met de betrokken staat is afgesloten, doet ten name van die binnenlandse vennootschap geen afbreuk aan de waarderingsregels die, ingevolge de primauteit van het boekhoudrecht op het fiscaal recht (artikel 2, § 1, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992), in acht moeten worden genomen voor de vaststelling van het resultaat van het belastbare tijdperk.
2. Een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves ten belope van het bedrag van die meerwaarde is uitgesloten aangezien het beoogde geval niet beantwoordt aan één van de in artikel 74, tweede lid van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, limitatief opgesomde gevallen. Op grond van de door België gesloten dubbelbelastingverdragen moet de winst die toerekenbaar is aan de vaste inrichting, in België worden vrijgesteld op het moment van de realisatie door het hoofdhuis, al dan niet in een later jaar dan het jaar van de overdracht van de activa naar het hoofdhuis. Deze vrijstelling gebeurt via de aangifte vennootschapsbelasting (artikel 76, eerste lid, 2°, c, koninklijk besluit/WIB 92). Indien de dubbele belasting toch nog niet volledig kan vermeden worden, kan de procedure voor onderling overleg worden opgestart.
