Parlementaire vraag nr. 867 van de heer Wintgens van 07.10.1994
VRAAG 94/867
Vraag nr. 867 van de heer Wintgens dd. 07.10.1994
Bull. nr. 746, pag. 630
Belastingvrije splitsing vennootschap - Financiële of economische behoefte.
Naar het schijnt aanvaardt het belastingbestuur op dit ogenblik niet langer de splitsing van een vennootschap in twee vennootschappen, waarvan de ene het beheer van onroerende goederen tot doel heeft en de andere de exploitatie.
Zou een dergelijke splitsing niet kunnen worden toegestaan indien blijkt dat het belastingbestuur geen enkel nadeel zou lijden in verband met het totale bedrag van de verschuldigde belastingen en dat met een dergelijke splitsing een aantal reële en concrete familiale problemen kunnen worden opgelost ?
ANTWOORD
Het geachte lid beoogt blijkbaar het geval van een belastingvrije splitsing. In dat verband bepaalt artikel 211, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de voorwaarden van de desbetreffende belastingvrijstelling.
De vraag te weten of de verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet geval per geval worden beoordeeld. In voorkomend geval geeft de administratie der Directe Belastingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 345 van het voormelde wetboek, een voorafgaandelijk schriftelijk akkoord.
Vraag nr. 867 van de heer Wintgens dd. 07.10.1994
Bull. nr. 746, pag. 630
Belastingvrije splitsing vennootschap - Financiële of economische behoefte.
Naar het schijnt aanvaardt het belastingbestuur op dit ogenblik niet langer de splitsing van een vennootschap in twee vennootschappen, waarvan de ene het beheer van onroerende goederen tot doel heeft en de andere de exploitatie.
Zou een dergelijke splitsing niet kunnen worden toegestaan indien blijkt dat het belastingbestuur geen enkel nadeel zou lijden in verband met het totale bedrag van de verschuldigde belastingen en dat met een dergelijke splitsing een aantal reële en concrete familiale problemen kunnen worden opgelost ?
ANTWOORD
Het geachte lid beoogt blijkbaar het geval van een belastingvrije splitsing. In dat verband bepaalt artikel 211, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de voorwaarden van de desbetreffende belastingvrijstelling.
De vraag te weten of de verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften moet geval per geval worden beoordeeld. In voorkomend geval geeft de administratie der Directe Belastingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 345 van het voormelde wetboek, een voorafgaandelijk schriftelijk akkoord.
Bron: FisconetPlus
