Parlementaire vraag nr. 56 van de heer Vergote van 16.02.1996
VRAAG 96/056
Vraag nr. 56 van de heer Vergote dd. 16.02.1996
Bull. nr. 764, pag. 1991
Wetboek van de inkomstenbelastingen - Provisie
Het artikel 12 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen bepaalt dat de begunstigden van inkomsten zoals voorzien bij de artikelen 24 en 27 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in 1994, 1995 en 1996 een provisie moeten aanleggen indien deze inkomsten hoger liggen dan deze door hen verkregen in 1993, gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
De provisie wordt aangelegd ten belope van de verhoging en heeft een maximum van jaarlijks 1,5 pct. van de in 1993 verkregen inkomsten.
De provisie moet uiterlijk tegen 31 december 1997 aangewend worden in de eigen onderneming ter financiering van beroepsinvesteringen, beroepsverliezen, personeelskosten voor bijkomend personeel of voor voorzieningen, door de onderneming geboekt, voor waarschijnlijke verliezen of kosten.
Graag vernam ik van de geachte minister welke de fiscale behandeling van deze provisie zal zijn wanneer de beroepsactiviteit wordt stopgezet na het aanleggen van de provisie maar voor de aanwending ervan en dus vóór de datum van 31 december 1997.
ANTWOORD
Het louter aanleggen van de in de vraag bedoelde provisie heeft op zich geen weerslag op het fiscaal resultaat van de betrokken belastingplichtigen. Die provisie is immers in beginsel een belastbaar bestanddeel van het beroepsinkomen (winst of baten).
In het door het geachte lid beoogde situatie, namelijk stopzetting van de beroepswerkzaamheid na het aanleggen van de provisie doch voor de aanwending ervan tot één of meer van de in het derde lid van zijn vraag vermelde doeleinden, heeft het stopzetten van de beroepswerkzaamheid derhalve evenmin een fiscale weerslag op de aldus aangelegde provisie.
Alleen ingeval een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming een voorziening voor risico's en kosten boekt, die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en in de artikelen 24 tot 27 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dat wetboek, kan de voorziening van belasting worden vrijgesteld.
In dat geval zal de geboekte, maar nog niet aangewende voorziening, bij de stopzetting van de onderneming belast worden als een in artikel 28, eerste lid, 2°, WIB 92, bedoelde winst.
Vraag nr. 56 van de heer Vergote dd. 16.02.1996
Bull. nr. 764, pag. 1991
Wetboek van de inkomstenbelastingen - Provisie
Het artikel 12 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen bepaalt dat de begunstigden van inkomsten zoals voorzien bij de artikelen 24 en 27 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in 1994, 1995 en 1996 een provisie moeten aanleggen indien deze inkomsten hoger liggen dan deze door hen verkregen in 1993, gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
De provisie wordt aangelegd ten belope van de verhoging en heeft een maximum van jaarlijks 1,5 pct. van de in 1993 verkregen inkomsten.
De provisie moet uiterlijk tegen 31 december 1997 aangewend worden in de eigen onderneming ter financiering van beroepsinvesteringen, beroepsverliezen, personeelskosten voor bijkomend personeel of voor voorzieningen, door de onderneming geboekt, voor waarschijnlijke verliezen of kosten.
Graag vernam ik van de geachte minister welke de fiscale behandeling van deze provisie zal zijn wanneer de beroepsactiviteit wordt stopgezet na het aanleggen van de provisie maar voor de aanwending ervan en dus vóór de datum van 31 december 1997.
ANTWOORD
Het louter aanleggen van de in de vraag bedoelde provisie heeft op zich geen weerslag op het fiscaal resultaat van de betrokken belastingplichtigen. Die provisie is immers in beginsel een belastbaar bestanddeel van het beroepsinkomen (winst of baten).
In het door het geachte lid beoogde situatie, namelijk stopzetting van de beroepswerkzaamheid na het aanleggen van de provisie doch voor de aanwending ervan tot één of meer van de in het derde lid van zijn vraag vermelde doeleinden, heeft het stopzetten van de beroepswerkzaamheid derhalve evenmin een fiscale weerslag op de aldus aangelegde provisie.
Alleen ingeval een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming een voorziening voor risico's en kosten boekt, die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en in de artikelen 24 tot 27 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dat wetboek, kan de voorziening van belasting worden vrijgesteld.
In dat geval zal de geboekte, maar nog niet aangewende voorziening, bij de stopzetting van de onderneming belast worden als een in artikel 28, eerste lid, 2°, WIB 92, bedoelde winst.
Bron: FisconetPlus
