Parlementaire vraag van om uitleg nr. 2/746 van de heer de Clippele van 21.03.2002
VRAAG 02/2/746
Hand., Senaat, 2001-2002, nr. 2-193, blz. 64-66
Bedrijfsvoorheffing - Faillissement
VRAAG
Deze enigszins technische vraag is zeer actueel; ze betreft een groot aantal werknemers van bedrijven die failliet zijn gegaan. Ik stel een vraag om uitleg over dit probleem om dieper te kunnen ingaan op het fiscale aspect ervan.
Ingevolge recente faillissementen lopen tal van werknemers het risico twee keer belasting te moeten betalen op hun ontslagvergoeding. Ik spreek van een risico omdat niet alle gewestelijke directies dezelfde houding aannemen. Sommige directies rekenen de bedrijfsvoorheffing aan, maar andere niet.
Er rijst een probleem wanneer de curator van het failliete bedrijf heeft nagelaten de bedrijfsvoorheffing in de staatskas te storten. Ik voeg er onmiddellijk aan toe dat de curator hierdoor geen fraude pleegt omdat hij zich bij de verdeling van de activa voor de machtiging tot uitbetaling moet houden aan de voorschriften inzake preferente vorderingen.
Het probleem is het gevolg van het feit dat de wet een inhouding van de bedrijfsvoorheffing aan de bron oplegt, terwijl een andere wet de curator verplicht de omslagregels te volgen die van toepassing zijn bij faillissementen.
Bijgevolg wordt er bedrijfsvoorheffing ingehouden op de ontslagvergoeding. Als deze voorheffing niet in de staatskas is gestort, staat op de fiche 281.10 enkel het nettobedrag dat de werknemer heeft ontvangen, zonder vermelding van de ingehouden bedrijfsvoorheffing.
Het hof van beroep van Brussel heeft onlangs geoordeeld dat het niet storten van de bedrijfsvoorheffing niet belet dat zij wordt aangerekend bij berekening van de verschuldigde belasting van de werknemers.
Het hof van beroep heeft aldus geoordeeld dat de administratieve rondzendbrief Com. IR 312/42 voorrang heeft op de wettelijke bepaling van artikel 296 WIB omdat werknemers niet moeten opdraaien voor de gevolgen van het eventuele faillissement van hun werkgever, waardoor het voor de curator wettelijk niet mogelijk is de ingehouden bedrijfsvoorheffing in de staatskas te storten.
Heeft de minister dienaangaande reeds een standpunt ingenomen?
Het is niet de eerste keer dat de administratie een van haar eigen rondzendbrieven negeert en onmiddellijk overgaat tot dagvaarding. Dit geeft aanleiding tot juridische onzekerheid aangezien de rechtbanken de wet moeten toepassen en de rondzendbrief niet kunnen toepassen.
Wanneer moet de administratie van Financiën de bepalingen van een administratieve rondzendbrief toepassen?
ANTWOORD (van de heer Reynders, Minister van Financiën)
Ik heb op 6 november 2000 reeds geantwoord op de mondelinge vraag 2598 over dit onderwerp van volksvertegenwoordiger Leterme.
Ik heb toen gezegd dat ook in geval van faillissement rekening moet worden gehouden met elke effectief ingehouden voorheffing. Het administratief commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zegt overigens dat de effectief ingehouden bedrijfsvoorheffing op de betaalde lonen mag worden verrekend in de belastingen van de natuurlijke personen, ongeacht of ze in de staatskas is gestort of niet.
Ik bevestig deze toelichting in het administratief commentaar. Ik zal mijn administratie opdragen de nodige instructies te geven om te vermijden dat deze zaken aanleiding geven tot dagvaarding voor het gerecht.
Al deze rondzendbrieven en alle administratieve documentatie zullen voortaan door alle belastingplichtigen op de internetsite van het departement kunnen worden geraadpleegd. Deze site geeft toegang tot alle gegevens inzake wetgeving, reglementering, administratief commentaar, rechtspraak en binnenkort ook de rechtsleer met betrekking tot de gehele fiscale wetgeving. Deze gegevens zullen uiteraard voortdurend worden aangepast. Het administratief commentaar wordt uiteraard maar opgenomen als het effectief bestaat. Als het commentaar nog wordt opgesteld, zal men wat geduld moeten oefenen.
Ik bevestig het standpunt dat ik in de Kamer heb uiteengezet. Ik zal mijn administratie vragen instructies te geven om tegenstrijdige interpretatie van het administratief commentaar te vermijden. Als er een rondzendbrief wordt verspreid, is het de bedoeling dat hij wordt toegepast.
WEDERVRAAG (van de heer de Clippele)
Ik wist niet dat hierover in de Kamer al een mondelinge vraag was gesteld. Een deel van uw administratie was evenmin op de hoogte van het bestaan van die vraag.
Er zijn nog andere domeinen waarin de administratie rondzendbrieven niet toepast. In sommige gevallen heeft de belastingplichtige volgens de wet ongelijk, maar geeft de rondzendbrief van de administratie hem gelijk omdat de administratie vindt dat de wet in sommige gevallen moet worden genuanceerd. De rechtbanken mogen zich evenwel niet op de rondzendbrief baseren. Dit veroorzaakt onzekerheid. Ik stel vast dat u mijn mening deelt, maar de administratie moet het daar ook mee eens zijn.
WEDERANTWOORD (van de heer Reynders)
Eerste opmerking: de precisering van vandaag is nuttig. Ik had inderdaad reeds geantwoord op een dergelijke vraag, maar ik zal ervoor zorgen dat de contradicties binnen de administratie worden weggewerkt en dat de rondzendbrief correct wordt geïnterpreteerd en toegepast.
Tweede opmerking: ik begrijp niet in welk opzicht de rondzendbrief in tegenspraak kan zijn met de wet. De rondzendbrief verduidelijkt de inhoud van een wet, maar spreekt de wet niet tegen. De rechtspraak van de hoven en de rechtbanken ten gevolge van een rechtsvordering van de administratie kan echter wel in strijd zijn met wat in een rondzendbrief wordt bepaald. We mogen de zaken niet met elkaar verwarren. De rondzendbrieven moeten in overeenstemming zijn met de wet.
Het is de bedoeling dat een rondzendbrief wordt toegepast, zeker wanneer de inhoud ervan via het internet ter kennis wordt gebracht van de bevolking. Dit is ook het geval voor een verklaring in het Parlement, die via de handelingen wordt verspreid.
Ik heb reeds herhaaldelijk moeten ingrijpen om ervoor te zorgen dat een fiscale administratie de bepalingen van omzendbrieven of de informatie die tijdens parlementaire debatten wordt gegeven, correct toepast. Een recent voorbeeld is het retroactief effect van de aansluiting bij Fost Plus in het kader van het ecotaksdossier. In bepaalde gevallen aanvaardde mijn administratie de retroactieve aansluiting niet. Een dergelijke handelwijze kan natuurlijk niet door de beugel. Dat geldt ook voor de gevallen die u hebt aangehaald.
Bron: FisconetPlus
