Parlementaire vraag nr. 8 van de heer Wouter Vermeersch van 19.08.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 56/001 d.d. 01.10.2024, blz. 178
Fiscale behandeling middelenvennootschappen
VRAAG (van de heer Vermeersch)
In de medische sector is het gangbaar dat artsen samenwerken via een kostendelende vereniging. Zo'n vereniging kan volgens de btw-richtlijnen van de FOD Financiën de vorm aannemen van een (middelen)vennootschap met rechtspersoonlijkheid (bijv. een besloten vennootschap). Artsen kunnen via een middelenvennootschap samenwerken om de gezamenlijke kosten en/of investeringen te delen. De artsen blijven hun erelonen in eigen naam innen. De samenwerking blijft dus beperkt tot het delen van kosten en/of investeringen (bijv. een uitgeruste praktijkruimte). Volgens de btw-richtlijnen zijn de diensten die een middelenvennootschap verstrekt aan de leden artsen vrijgesteld op voorwaarde dat de verstrekte diensten niet systematisch een winstoogmerk hebben (circulaire AAFisc nr. 31/2016, rdnr. 16 en circulaire nr. 2019/C/46). Volgens de btw-richtlijnen moeten de diensten aan de artsen worden doorgerekend tegen kostprijs. Een eventuele occasionele winst mag niet worden uitgekeerd aan de leden artsen. Die btw-richtlijnen staan in schril contrast met de voorwaarden in de inkomstenbelastingen en het vennootschapsrecht. Een kost of investering moet worden gemaakt met het oog op het verkrijgen van belastbare inkomsten (winstoogmerk in artikel 49 WIB92). Deze voorwaarde is, samen met de vennootschapsrechtelijke kenmerken van winstoogmerk en winstuitkeringsoogmerk, op het eerste gezicht tegenstijdig met de btw-richtlijnen. Kunt u bevestigen dat een middelenvennootschap die voldoet aan de btw-vrijstellingsvoorwaarden fiscaal niet in het vaarwater komt van artikel 49 WIB92 wanneer zij haar kosten één op één (zonder winstoogmerk) doorrekent aan haar leden artsen? Met andere woorden, kunt u bevestigen dat een middelenvennootschap die omwille van de btw-richtlijnen jaarlijks break even draait, niet kan worden belast door een verwerping van de kosten op basis van artikel 49 WIB92?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
In de beschreven situaties kan geacht worden dat voldaan is aan de voorwaarde dat de kosten gemaakt zijn "om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden". De terugbetaling door de leden van de doorgerekende kosten maakt in beginsel immers een belastbaar inkomen uit. Uiteraard moet elke kost ook voldoen aan de overige voorwaarden van artikel 49, WIB 92 opdat die kosten aftrekbare beroepskosten zouden uitmaken.
