Parlementaire vraag nr. 650 van mevrouw Pieters van 12.04.2001
VRAAG 01/650
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 115, blz. 13949-13950
Bull. nr. 837, pag. 1442-1445
Bezwaartermijn
VRAAG
Artikel 376 van het WIB 1992 behandelt de ambtshalve ontheffing waarbij het mogelijk is om een bezwaarschrift in te dienen wegens een materiële vergissing. De rechtspraak terzake is zeer streng. Men aanvaardt enkel materiële vergissingen in feite en niet in rechte.
Door de verkorting van de bezwaartermijn naar drie maanden (artikel 371 van het WIB 1992) moeten tal van belastingplichtigen - zowel werknemers als bedrijven - vanaf inkomsten 1998, totaal ten onrechte belastingen betalen: de fiscale "defraude" is sinds 1998 zeker een realiteit.
Indien de belastingplichtige pas na verloop van drie maanden vaststelt dat er een vergissing werd begaan in zijn aangifte, is de sanctie zeer zwaar: van enige concurrentie is geen sprake meer. In iedere rechtsstaat moeten de belastingplichtigen toch vergissingen kunnen rechtzetten. In Nederland moet de inspecteur zelfs geen enkele termijn respecteren om een fiscale aangifte in het voordeel van de belastingplichtige te corrigeren.
De verantwoording van de korte termijn is in hoofde van advocaten - wier dossier steeds een gekend probleem omvat - niet vergelijkbaar met de positie van belastingplichtigen en hun adviseurs, die vandaag onmogelijk weten dat er fouten werden gemaakt in de redactie van de aangifte. Wegens de complexiteit en de onlogische structuur, is dit laatste vooral het geval in de personenbelasting.
1. Welke motivatie ligt er aan de bron van de extra belasting die volledig ten onrechte op een onzichtbare manier wordt geheven?
2. Waarom wijken de rechten van de administratie - normale controletermijn van drie jaar - dermate af van de rechten van de belastingplichtigen, die slechts over drie maanden beschikken?
3. Welke initiatieven worden er ondernomen om deze harde realiteit recht te zetten, liefst met terugwerkende kracht tot aanslagjaar 1999?
ANTWOORD
1. De wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen (Belgisch Staatsblad van 27 maart 1999) heeft tot doel een versnelde afhandeling van de administratieve en gerechtelijke bezwaarprocedure te bewerkstelligen en na verloop van tijd ook de vermindering van het aantal bezwaarschriften.
De bezwaartermijn van drie maanden leek redelijk in vergelijking met gelijkaardige termijnen (inzake de door een sociale instelling genomen beslissingen bedraagt de termijn om beoep aan tekenen bij de arbeidsrechtbank één maand, voor de indiening van een bezwaarschrift bij de Raad van State bedraagt hij 60 dagen), nu de belastingplichtige eerst beschikt over een termijn van twee maanden om hetzij het volledig bedrag van de belasting, hetzij het gedeelte ervan dat hij niet betwist, te betalen. Een en ander brengt mee dat hij tijdens de maand die volgt op de uiterste datum van betaling zijn bezwaarschrift nog mag indienen. Men is van mening dat die termijn geen echt probleem zou mogen opleveren voor de belastingplichtige die er immers alle belang bij heeft om in geval van bet betwisting zo spoedig mogelijk te reageren.
2. De onderzoekstermijn van artikel 333, eerste lid, van het WIB 1992 (hoofdstuk III, afdeling IV Gemene bepalingen inzake recht van onderzoek) heeft niets te maken met de bezwaartermijn van artikel 371 van het WIB 1992 (hoofdstuk VII, afdeling I - Administratief beroep). De administratie heeft de termijn van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting is verschuldigd nodig om de belastingtoestand van alle belastingplichtigen te onderzoeken.
Bij dergelijke onderzoeken wordt de belastingplichtige betrokken (vraag om inlichtingen, bezoeken ter plaatse, berichten van wijziging of kennisgevingen van aanslag van ambtswege, kennisgeving vóó r de aanslag van de opmerkingen waarmee de administratie geen rekening heeft gehouden), zodat hij kennis van zaken heeft op het ogenblik dat hem een aanslagbijlet wordt verzonden.
3. Ik heb aan mijn diensten de opdracht gegeven na te gaan of het initiatief terzake opportuun is.
Bron: FisconetPlus
