Parlementaire vraag nr. 562 van mevrouw Ine Somers van 04.10.2011

Parlementaire vraag nr. 562 van mevrouw Ine Somers dd. 04.10.2011

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 48 van 05.12.2011, blz. 11

Personenbelasting

Dienstencheque

Prestatie betaald met dienstencheques

Belastingvermindering

Toekenningsvoorwaarden van de belastingvermindering

VRAAG

Het aantal dienstencheques is beperkt tot 500 stuks per jaar per persoon. In gezinnen met meerderjarige kinderen betekent het dat ook zij recht hebben op 500 stuks elk, naar verluidt onafgezien of deze kinderen al werken, een uitkering ontvangen of nog studeren. Vermits dienstencheques fiscaal aftrekbaar zijn a rato van 30%, rijzen de volgende vragen.

1. Klopt het dat jongeren ouder dan 18 jaar die nog studeren en deel uitmaken van een gezin ook recht hebben op 500 dienstencheques per jaar?

2. Kunnen jongeren ouder dan 18 jaar die nog studeren en dus geen inkomen hebben, genieten van een fiscale tegemoetkoming indien zij in hun fiscale aangifte aanduiden dat ze dienstencheques hebben gebruikt?

3. Geldt deze mogelijkheid ook indien de studerende jongeren op kot wonen (en dienstencheques inbrengen om de woning van de ouders te laten reinigen)?

4. Aanvaardt de fiscus met andere woorden dat studerende jongeren dienstencheques inbrengen die zijn betaald met het geld van anderen, meer bepaald de ouders?

5. Zo neen, aanvaardt de fiscus de aftrek wel indien de betrokken student inkomsten kan aantonen uit een studentenjob?

6. Hoeveel nog thuiswonende jongeren onder de 25 jaar hebben de afgelopen drie jaar jaarlijks in hun fiscale aangifte dienstencheques ingebracht?

7. Acht u het conform met de geest van de dienstencheques dat het maximum aantal dienstencheques wordt gemaximaliseerd door de opsplitsing binnen gezinnen van de officiële aankoop van dienstencheques tussen de verschillende gezinsleden?

ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

1. Wie dienstencheques kan aankopen, en hoeveel, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Werkgelegenheid.

2. Studenten die geen inkomsten hebben verkregen en geen personenbelasting verschuldigd zijn, kunnen daardoor niet genieten van de in artikel 145/21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bedoelde belastingvermindering voor de uitgaven die zij hebben gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques. Voor zover die uitgaven aan de in artikel 63/10, 2°, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 gestelde voorwaarden voldoen, kan bovenbedoelde belastingvermindering, die bij gebrek aan belasting niet kan worden toegepast, evenwel in een terugbetaalbaar belastingkrediet worden omgezet overeenkomstig artikel 156bis, WIB 92.

3. Voor welke buurtwerken of -diensten dienstencheques mogen worden gebruikt, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Werkgelegenheid. Indien het volgens de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen is toegestaan dat een kotstudent de woning van zijn ouders laat reinigen met door hem aangekochte dienstencheques, heeft deze student in principe recht op de fiscale voordelen zoals besproken in het antwoord op vraag 2.

4. De belastingvermindering zoals bedoeld in de artikelen 145/21 tot 145/23, WIB 92, wordt verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald. De student moet de dienstencheques bijgevolg zelf betalen om het fiscale voordeel te kunnen krijgen. Dat hij het geld oorspronkelijk van zijn ouders heeft gekregen (bijvoorbeeld zakgeld), is daarbij zonder belang.

5. Zonder voorwerp, gelet op het antwoord op vraag 4.

6. Wat betreft uw zesde vraag, dient aangestipt dat de fiscale administratie dergelijke gegevens niet op systematische wijze bijhoudt, vermits deze gegevens niet echt relevant zijn op fiscaal vlak. Uiteraard worden er wel op systematische wijze statistieken opgemaakt omtrent de totale toegekende belastingvermindering en het totaal toegekend belastingkrediet voor dienstencheques.

7. Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Werkgelegenheid.