Parlementaire vraag nr. 6695 van de heer Van der Maelen en vraag nr. 6704 van de heer Chabot van 10.05.2005
VRAAG 05/6695
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 598, blz. 15-18
Hypothecaire lening - Aftrek voor eigen en enige woning - Eigendomsvoorwaarde - Begrip eigen woning - Overgangsbepalingen
VRAAG (nr. 6695 van de heer Van der Maelen)
In het document 19 vragen en antwoorden omtrent de fiscale aftrek voor de enige eigen woning wordt een antwoord gegeven op enkele veel gestelde vragen. Ik had graag een verduidelijking bij de vragen 6 en 7.
Als belastingplichtige A in mei 2005 een woning aankoopt en hiervoor een hypothecaire lening op 20 jaar aangaat, en de vorige eigenaar blijft tot 1 december 2006 in de woning wonen, mag belastingplichtige A dan de aftrek voor de enige en eigen woning toepassen in het aanslagjaar 2006?
VRAAG (nr. 6704 van de heer Chabot)
De programmawet van 27 december 2004 hervormde de regels betreffende de fiscale stimuli voor de eigen en enige woning. Een aantal punten werd verduidelijkt, maar toch blijven er nog enkele vragen.
Wat gebeurt er wanneer een van de echtgenoten eigenaar is van de woning, terwijl de lening door beide echtgenoten werd aangegaan? Uw administratie maakt een onderscheid op grond van het huwelijksvermogensstelsel, naargelang de echtgenoten onder het stelsel van de gemeenschap van goederen dan wel onder dat van de scheiding van goederen zijn gehuwd. Wat is de wettelijke grondslag van dat onderscheid tussen belastingplichtigen die zich in dezelfde toestand bevinden?
Volgens de wettekst moet de lening betrekking hebben op de eigen woning van de belastingplichtige. Op welk ogenblik wordt nagegaan of die voorwaarde vervuld is? Volgens de administratie gebeurt dat op 31 december van het jaar waarin de overeenkomst wordt afgesloten. Indien nu op 1 september een lening wordt afgesloten voor het bouwen van een woning, is het erg waarschijnlijk dat die op 31 december niet klaar is en dus ook niet bewoond. Heeft de belastingplichtige in dat geval dan geen recht op de aftrek? Wat gebeurt er wanneer men een woning aankoopt, er werken in uitvoert en men die woning pas het jaar daarop betrekt?
Uw administratie is van oordeel dat een belastingplichtige die werken laat uitvoeren die aanslepen, de aftrek kan genieten gedurende de jaren waarin hij de woning nog niet betrekt. Op wie berust de bewijslast? Vanwaar die interpretatie en wat is de wettelijke grondslag ervan?
Als de belastingplichtige een tweede verblijf verwerft, verliest hij - volgens de fiscus - definitief het recht op de verhoogde belastingaftrek van 620 euro voor zijn eerste verblijf. Wat verstaat men onder "definitief"? Als hij op 31 december van het daaropvolgende jaar nog maar één woning bezit, kan hij dan niet opnieuw aanspraak maken op die aftrek?
Laten we aannemen dat een belastingplichtige, die onder het oude belastingstelsel een lening is aangegaan om zijn - enige - woning aan te kopen, beslist om ze in 2005 te renoveren. Daartoe gaat hij een nieuwe lening aan waarop de nieuwe regels van toepassing zijn. Volgens de fiscus zal hij afstand moeten doen van de fiscale voordelen van de eerste lening om de belastingaftrek voor de tweede lening te kunnen genieten; wat is de rechtsgrond van die interpretatie?
ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)
Wanneer de vorige eigenaar de woning slechts enkele maanden betrekt in afwachting van de verhuizing naar zijn nieuwe woonst, is de aftrek toegestaan voor de nieuwe eigenaar. Bij een langere periode, zeker wanneer die de termijn van een jaar overschrijdt, is de aftrek niet toegestaan.
Op de vragen van de heer Chabot kan ik eerst en vooral het volgende antwoorden: krachtens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek blijft een eigen onroerend goed in het stelsel van de gemeenschap van goederen het eigendom van één van beide echtelieden, maar komen de inkomsten uit dat goed de gemeenschap toe. In het stelsel van de scheiding van goederen behoudt de echtgenoot die eigenaar is de volle eigendom van het goed én van de desbetreffende inkomsten. De twee situaties zijn dus niet dezelfde en hebben uiteenlopende fiscale gevolgen. Zo wordt in het stelsel van de gemeenschap van goederen een belasting van 50 procent op de onroerende inkomsten van elk van de echtelieden geheven.
Het eigen karakter van de woning wordt vastgesteld op 31 december van het jaar waarin de lening wordt afgesloten. Wat nieuwe woningen betreft, geldt de aftrek voor een enige woning in ieder geval tijdens het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige de woning niet echt bewoont omdat er werken aan de gang zijn. Die redenering wordt uitgebreid tot belastingplichtigen die een woning kopen en ze vervolgens renoveren. De bewijslast ligt steeds bij de belastingplichtige die om de aftrek van de desbetreffende kosten verzoekt.
Bovendien bepaalt artikel 116 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, dat door artikel 396 van de programmawet van 24 december 2004 werd vervangen, dat de verhoogde belastingaftrek niet wordt toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een tweede woning wordt. Het bezit van twee woningen op 31 december van het belastbaar tijdperk vernietigt definitief het recht op de verhoogde aftrek.
Ten slotte vloeien de gevolgen van de door u vernoemde situatie voort uit de toepassing van artikel 526 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Bron: FisconetPlus
