Parlementaire vraag nr. 1266 van de heer Hatry van 03.08.1998

VRAAG 98/1266
Vr. en Antw., Senaat, 1998-1999, nr. 1-85, blz. 4527
Meldingsplicht aan Europese Commissie - Bankactiviteiten
VRAAG
Bij de herziening van de fiscale procedure wil de Belgische regering artikel 327, § 5, van het WIB 1992 inhoudelijk aanpakken.
Op de vraag die de vaste vertegenwoordiger namens de Belgische regering heeft gesteld, antwoordt de Europese Commissie in haar brief van 22 juni 1998 dat de wijziging van dit artikel alleen dan strookt met het beginsel van het bankgeheim in artikel 12 van de eerste bankrichtlijn wanneer het om een strafbaar feit gaat.
Nu is het evenwel zo dat het opnemen van het begrip "bijzonder mechanisme", waarvan sprake is in de voorgestelde wijziging van artikel 327, § 5, een veel ruimer toepassingsgebied bestrijkt dan het louter strafrechtelijke. De nieuwe bepaling dient immers niet alleen te slaan op gedragingen die voor strafvervolging in aanmerking komen, maar ook op andere gedragingen die niet te verantwoorden zijn bij de gebruikelijke en correcte uitoefening van bankactiviteiten.
Het begrip "bijzonder mechanisme" in artikel 57, § 3, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, werd ingevuld met de circulaires van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, waarvan het jongste exemplaar op 18 december 1997 aan de banken werd overgezonden.
Het ziet er bijgevolg naar uit dat de wijziging die het wetsontwerp tot herziening van de fiscale procedure voorstelt, haaks staat op het Europees recht, meer bepaald op de eerste bankrichtlijn.
Kunt u het met deze zienswijze eens zijn?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geachte lid ter kennis te brengen dat ik mijn administratie opgedragen heb om het probleem, dat het geachte lid in zijn vraag heeft opgeworpen, grondig te onderzoeken.
De vraag heeft betrekking op een tekst die bij wijze van amendement is ingevoegd in het wetsontwerp betreffende de beslechting van fiscale geschillen (amendement nr. 58 van de heren volksvertegenwoordigers Schoeters en Suykens, Stuk Kamer, nr. 1341/9, 97/98).
De uitslag van het onderzoek zal, in de mate dat het door de Kamer van volksvertegenwoordigers gestemde wetsontwerp door de Senaat is geëvoceerd, medegedeeld worden in het kader van de verdere parlementaire werkzaamheden.