Parlementaire vraag nr. 1587 van de heer Devlies van 23.02.2007

Parlementaire vraag nr. 1587 van de heer Devlies dd. 23.02.2007


Vragen en Antwoorden, Kamer, 2006-2007, nr. 167, blz. 32687-32688

Opzeggingsvergoedingen - Bedrijfsvoorheffing

VRAAG

Opzegvergoedingen waarvan het bedrag hoger is dan 615 euro (niet-geïndexeerd) worden in beginsel afzonderlijk belast tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (artikel 171, 5°, a) WIB 1992).

Naar aanleiding van mijn mondelinge vraag nr. 12252 van 4 juli 2006 ( Integraal Verslag, Kamer, 2005-2006, commissie voor de Financiën en de Begroting, 4 juli 2006, 51 COM 1032, blz. 18), beloofde de minister aan zijn diensten "voorstellen" te vragen om tarief van achterstallen en opzeggingsvergoedingen met een paar schijven uit te breiden. Immers het percentage in te houden bedrijfsvoorheffing was bij de betere inkomens te laag in vergelijking met de uiteindelijke belastingschuld. Het lage tarief stelde de werkgevers in staat een meer aantrekkelijke "netto"opzeggingsvergoeding voor te stellen.

Het resultaat van uw diensten vinden we terug in het koninklijk besluit van 18 december 2006 tot wijziging van het KB/WIB 1992, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en tot invoering van de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing.

Wanneer ik het gemiddelde tarief bereken voor een alleenstaande en voor de gehanteerde refertelonen voor aanslagjaar 2007, rekening houdend met een 7% gemeentelijke opcentiemen, is het tarief voor de bedrijfsvoorheffing in alle gevallen hoger.

1. Kan u toelichten waarom het percentage in te houden bedrijfsvoorheffing vanaf 1 januari 2007 in alle gevallen te hoog is in vergelijking met het gemiddelde belastingtarief op het referteloon?

2. Welke moderne rekenkunde hebben uw diensten gehanteerd die het hogere percentage verantwoorden?

3. Bepaalt artikel 275, § 1, WIB 1992 zoals geïnterpreteerd door het Arbitragehof (nr. 146/2002) niet dat de bedrijfsvoorheffing zo dicht mogelijk de regels voor de berekening van de belasting moeten benaderen?

4. Wat is het budgettaire voordeel voor het begrotingsjaar 2007 tussen de nieuwe gehanteerde percentages en de gemiddelde belastingdruk op de refertelonen?

ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 06.06.2007)

Na onderzoek is gebleken dat bij het opstellen van tabel a van nr. 19 van de toepassingsregels opgenomen in de bijlage III van het KB/WIB 1992 - dat zowel van toepassing is op achterstallige bezoldigingen als op opzeggingsvergoedingen die meer dan 800 euro bruto bedragen - door mijn administratie het tarief van de aanvullende belastingen (in de bedrijfsvoorheffing algemeen vastgesteld op 7%), verkeerdelijk dubbel werd verrekend.

Ik heb die administratie dan ook de opdracht gegeven om die vergissing te verbeteren en om de in die tabel a vermelde tarieven aan te passen rekening houdend met het gemiddeld tarief inzake personenbelasting van toepassing voor inkomstenjaar 2006 (aanslagjaar 2007), met de volledige uitwerking van de belastinghervorming en met de verhoging van de forfaitaire beroepskosten (wet van 26 november 2006 en koninklijk besluit van 29 november 2006 - Belgisch Staatsblad van 5 december 2006, ed. 2).

Die aanpassingen hebben geleid tot een nieuwe tabel a van nr. 19, A, van de voornoemde toepassingsregels die beter overeenstemmen met uiteindelijk verschuldigde belasting (zie koninklijk besluit van 21 april 2007, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 april 2007, ed. 2).