Parlementaire vraag nr. 55014335C van de heer Kurt Ravyts, nr. 55014458C van mevrouw Anja Vanrobaeys, nr. 55014511C van de heer Wim Van der Donckt en vraag nr. 55015132C van de heer Marco Van Hees d.d. van 10.03.2021

Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2020-2021, CRIV 55 COM 406 d.d. 10.03.2021, blz. 15

De gevolgen v.h. arrest van het Grondwettelijk Hof van 11 februari over artikel 154 van het WIB 92

De uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de pensioenval

De terugbetaling na fiscale Pensioenval

De pensioenval en het arrest van het Grondwettelijk Hof

VRAAG (van de heer Ravyts)

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de fiscale pensioenval. Via de wet van 23 maart 2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen inzake de fiscale bepalingen van de jobdeal werd tijdens de vorige legislatuur de decennialange zogenaamde fiscale pensioenval opgelost. Talloze personen die tijdens hun pensioen iets bijverdienden, betaalden daarop immers zoveel belastingen dat ze netto eigenlijk achteruitgingen.

Nu is er echter een arrest van 11 februari 2021 van het Grondwettelijk Hof dat antwoord geeft op een aantal prejudiciële vragen over de mogelijke schending van artikel 154 van het eerder geciteerde wetboek en van artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Het gaat over een gepensioneerde die door een bijverdienste van 62,50 euro een belastingvoordeel van ongeveer 500 euro kwijtspeelde.

Verschillende experts zijn het erover eens dat de fiscus uit eigen beweging een rechtzetting moet verrichten voor mensen die toevallig over dezelfde grens gingen door een bijverdienste. Wat stellen die specialisten? De fiscus is op de hoogte van het nieuwe feit, wat zou betekenen dat de betrokkenen in de komende maanden automatisch geld teruggestort moeten krijgen zonder dat zij erom moeten vragen. U kan immers wel opmerken dat de zaak is opgelost, maar de fiscus gaat uiteraard vijf jaar terug in de tijd.

Wat zijn de gevolgen van het arrest voor de FOD Financiën? Betekent het dat ook anderen die in dezelfde fiscale pensioenval zijn getrapt, ook een al dan niet automatische teruggave mogen verwachten? Voor welke aanslagjaren geldt die teruggave dan precies? Mijnheer de minister, ik meen dat het hier zelfs over zitpenningen ging. Ik ben niet helemaal zeker, maar dat was het kwestieuze feit waarover het Grondwettelijk Hof prejudiciële vragen heeft beantwoord.

VRAAG (van mevrouw Vanrobaeys)

Mijnheer de minister, op 11 februari heeft het Grondwettelijk Hof een antwoord gegeven op een prejudiciële vraag over de pensioenval. In casu ging het om iemand die naast zijn pensioen een zeer gering presentiegeld kreeg voor een gemeentelijk adviescommissie, waarbij het voor die persoon onmogelijk was om er afstand van te doen, tenzij door ontslag te nemen uit deze commissie. Door dat extra inkomen naast het pensioen, ontstond voor het aanslagjaar 2020 een pensioenval waarbij een gering extra inkomen zorgde voor een netto achteruitgang.

Het Grondwettelijk Hof heeft nu geoordeeld dat de regeling waarbij men door een geringe bijverdienste naast een pensioen in een fiscale val terechtkomt strijdig is met het stand still principe en de Grondwet. Zonder dit te willen extrapoleren naar alle mogelijke pensioenvallen die voor 2020 bestonden, kan deze uitspraak er wel voor zorgen dat belastingplichtigen in dezelfde situatie, een combinatie van een pensioen met een ander gering inkomen die voor het aanslagjaar 2020 zorgde voor een netto achteruitgang, een ambtshalve ontheffing kunnen vragen omdat dergelijk antwoord van het Grondwettelijk Hof als een “nieuw feit" kan worden aanzien.

Sommige cassatierechtspraak stelt zelfs dat de fiscus zelf het initiatief moet nemen om deze teruggave te organiseren als het Grondwettelijk Hof een bepaalde belasting ongrondwettelijk verklaart.

Bent u op de hoogte van deze uitspraak van het Grondwettelijk Hof?

Zal de fiscus zelf het initiatief nemen om voor gelijkaardige gevallen een teruggave te organiseren? Of moeten de betrokken belastingplichtigen zelf een ambtshalve ontheffing vragen?

Voor welke aanslagjaren kan die teruggave gevraagd of georganiseerd worden?

Op welke manier interpreteert de fiscus deze uitspraak? Kan deze casus waarin het gaat om een gering presentiegeld ook uitgebreid worden naar andere gevallen waar een pensioenval ontstond, bijvoorbeeld omwille van een geringe bijverdiensten? Wat met de andere fiscale vallen in bijvoorbeeld de werkloosheid zoals beschreven in het rapport dat de CRB op 9 februari heeft uitgebracht.

VRAAG (van de heer Van der Donckt)

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, een wetsontwerp van toenmalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt, dat kaderde in de zogenaamde jobs deal, werkte in 2019 het jarenlange probleem van de fiscale pensioenval weg.

Het Laatste Nieuws berichtte op 20 februari 2021 dat een gepensioneerde man uit Luik die jaren geleden door een bijverdienste van 62,5 euro een belastingvoordeel van ongeveer 500 euro kwijtspeelde, nu gelijk heeft gekregen van het Grondwettelijk Hof.

Verder klinkt het dat 'dit precedent betekent dat anderen die in dezelfde fiscale val getrapt zijn, ook een (automatische) teruggave mogen verwachten.'

Hebben uw diensten het arrest van het Grondwettelijk Hof bestudeerd? Wordt het arrest effectief geïnterpreteerd als een geldend precedent voor alle pensioenvallen, voor meerdere jaren (tot vijf jaar terug)?

Zo neen, voor welke gevallen zal de fiscus automatische correcties doorvoeren?

VRAAG (van de heer Van Hees)

Artikel 154 van het WIB werd in 2019 gewijzigd om een fiscale val voor de gepensioneerden weg te nemen: binnen een bepaalde inkomensschaal werd een gepensioneerde die een aanvullend pensioen ontving, volledig belast en de belasting kon zelfs hoger zijn dan het aanvullend pensioen.

In een arrest van het Grondwettelijk Hof van 11 februari wordt er gewezen op een discriminatie tussen de gepensioneerden die geen andere inkomsten hebben en de gepensioneerden die – zelfs een klein – ander inkomen ontvangen, waarbij die laatsten benadeeld worden.

Wat zijn de gevolgen van dat arrest voor de belastingplichtigen? Hoe zult u een eind maken aan die discriminatie en tegelijkertijd een fiscale val voorkomen? Wanneer zult u een wetgevend initiatief nemen om die problemen te regelen?

ANTWOORD (van Minister Vincent Van Peteghem)

Dank u voor al uw vragen. Mijn administratie heeft kennisgenomen van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 11 februari 2021 en onderzoekt nog de draagwijdte van de uitspraak. Het Grondwettelijk Hof heeft zijn uitspraak beperkt tot de situatie waarin een belastingplichtige met een beperkt pensioen nog een gering ander inkomen ontvangt.

Een arrest van het Grondwettelijk Hof is te beschouwen als een nieuw gegeven zoals bepaald in artikel 376, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Ambtshalve ontheffing kan worden gevraagd binnen de vijf jaar, vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd. Dat betekent in het dossier waarvan sprake voor aanslagen gevestigd vanaf 1 januari 2017.

CONCLUSIES

Kurt Ravyts (VB): Men onderzoekt dus nog de draagwijdte. Bedankt voor uw verduidelijking over de ambtshalve ontheffing en het aanslagjaar vanaf wanneer dat mogelijk is.

Anja Vanrobaeys (sp.a): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Het maakt een aantal zaken duidelijk. Ik vind het wel belangrijk dat de betrokkenen weten welke hun rechten zijn en de gevolgen van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Daarom zou ik willen suggereren om, als de analyse klaar is, hierover duidelijk te communiceren, zodat belastingplichtigen ten minste weten waar ze aan toe zijn.

Wim Van der Donckt (N-VA): Ik kan me aansluiten bij de vorige sprekers. Misschien moet ik u, samen met hen, het dossier over een kleine maand nog eens in herinnering brengen, mijnheer de minister Zal dat voldoende zijn om het arrest te analyseren en een standpunt in te nemen? Dan komen we over een maand met veel plezier bij u terug.

Marco Van Hees (PVDAPTB): Sinds 11 februari hebt u niet de tijd gehad om dat arrest van het Grondwettelijk Hof te analyseren. Wij zullen u daar dus later opnieuw over ondervragen.