Parlementaire vraag nr. 622 van de heer Luk Van Biesen van 21.10.2013
Parlementaire vraag nr. 622 van de heer Luk Van Biesen dd. 21.10.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/138 dd. 02.12.2013, blz. 298
Inkomstenbelastingen - Vennootschappen - Woning - Rationeel energieverbruik
VRAAG
Overeenkomstig artikel 145/24, § 1, WIB 1992 wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor een investering voor rationeler energieverbruik in een woning waar de belastingplichtige een zakelijk of persoonlijk recht op heeft. Dit behelst tot en met aanslagjaar 2012 onder andere uitgaven voor de plaatsing van zonnepanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie. Eén van de voorwaarden gesteld in artikel 145/24, § 1, WIB 1992 bestaat in het verwijzen naar de vereiste hoedanigheid van de belastingplichtige. Er wordt met name een belastingvermindering verleend voor de respectievelijk uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is of met andere woorden eenieder die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op een woning. De vraag rijst of een bedrijfsleider die vanwege de vennootschap, waarin hij of zij een mandaat opneemt, een woning ter beschikking krijgt voor huisvesting van het gezin en dus de hoofdverblijfplaats uitmaakt, en waarvoor conform artikel 32 WIB 1992 en artikel 18, § 3, KB/WIB 1992 een belastbaar voordeel wordt opgenomen in de aangifte personenbelasting van de bedrijfsleider, tevens de belastingvermindering in de personenbelasting aangaande uitgaven voor de plaatsing van zonnepanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie kan toepassen betreffende zonnepanelen aangebracht op de woning in bezit van de vennootschap, doch waarvan de uitgaven betreffende de zonnepanelen worden gedragen door de bedrijfsleider. We zijn de mening toegedaan dat de belastingvermindering van toepassing dient te zijn daar de bedrijfsleider in casu beschikt over een persoonlijk recht betreffende de woning en de facto dezelfde rechten kan opeisen als een huurder betreffende de hoofdverblijfplaats van het gezin. De bedoeling van de wetgever bestond er volgens ons in dat iedere belastingplichtige die het zakelijk of persoonlijk genot van een woning heeft, de voorvermelde belastingvermindering betreffende uitgaven aan deze woning kan toepassen. Kan uw administratie bevestigen dat iedere belastingplichtige die het zakelijk of persoonlijk genot heeft van een woning die ter beschikking gesteld wordt door een vennootschap, de belastingvermindering met betrekking tot investeringen voor een rationeler energieverbruik aan de woning, mag toepassen?
ANTWOORD (van de minister van Financiën)
Inzake de toepassing van artikel 145/24, § 1, WIB 92, merkt het geachte lid terecht op dat de vereiste hoedanigheid van de belastingplichtige expliciet is opgenomen in de wettekst. Artikel 1709 van het Burgerlijk Wetboek omschrijft de huur van goederen evenwel als "een contract waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatste zich verbindt te betalen". Een terbeschikkingstelling van een onroerend goed beantwoordt niet aan deze bepaling, zodat een belastingplichtige die een woning ter beschikking gesteld krijgt van een vennootschap niet als huurder kan worden beschouwd. Aangezien een belastingplichtige die een onroerend goed ter beschikking krijgt geen van de wettelijk vereiste hoedanigheden bezit, betekent dit dat de bedoelde belastingvermindering niet kan worden toegepast door die belastingplichtige.
