Parlementaire vraag nr. 135 van mevrouw Marijke Dillen van 30.10.2013
Parlementaire vraag nr. 135 van mevrouw Marijke Dillen dd. 30.10.2013
Vlaams parlement, Schriftelijke vragen, 2013-2014, websitepublicatie dd. 24.12.2013
Vrijstelling onroerende voorheffing - Procedure
VRAAG (van mevrouw Marijke Dillen)
Een aantal gebouwen is vrijgesteld van onroerende voorheffing. De vrijstelling geldt in principe zolang de bestemming ongewijzigd blijft en voor zover er bij het gebruik van de gebouwen geen winstoogmerk is.
Naar aanleiding van de Vlaamse verkiezingen in 2009 heeft de Vlaamse Ombudsdienst in zijn memorandum gevraagd dat de Vlaamse Belastingdienst zou nagaan hoe de procedures voor vrij-stelling van onroerende voorheffing zoals voor gebouwen van welzijnsdiensten en erediensten, eenvoudiger en transparanter gemaakt kunnen worden.
Kan de minister meedelen welke initiatieven er sinds het begin van deze legislatuur zijn genomen om de procedure voor vrijstelling van onroerende voorheffing eenvoudiger en transparanter te maken ?
Wat zijn de resultaten?
ANTWOORD (van de heer Philippe Muyters)
De Vlaamse Belastingdienst streeft er constant naar om al haar procedures, alsook deze voor de vrijstelling van de onroerende voorheffing eenvoudiger en transparanter te maken.
De voorbije jaren zijn dan ook een aantal initiatieven genomen m.b.t. de aanvragen voor vrij-stelling.
Zo werd de brief met vraag om bijkomende inlichtingen aangepast, zodat het voor de belas-tingplichtige duidelijker is welke stukken hij dient over te maken en het dossier sneller kan worden afgehandeld. De administratieve lasten werden aldus verlaagd.
Daarnaast wordt de aanwending van het onroerend goed (bijvoorbeeld voor onderwijs) nu steeds beoordeeld ter plekke door eigen controleurs. Deze voorwaarde wordt niet meer beoordeeld door het Kadaster. Dit maakt het ook mogelijk om mondeling meer toelichting te geven over de geldende wetgeving en de interpretatie ervan (bijvoorbeeld ingevolge rechtspraak die van nabij wordt opgevolgd). Deze werkwijze heeft een positieve invloed op de communicatie met de belastingplichtige alsook op de termijn waarbinnen de aanvraag kan worden afgehandeld.
Tot slot tracht de Vlaamse Belastingdienst de aanvraagprocedure en/of de vrijstellingsvoor-waarden voor specifieke doelgroepen steeds verder te optimaliseren. Zo zijn er bijvoorbeeld recent contacten geweest met het Agentschap Natuur en Bos om de uitwisseling van informatie tussen beide administraties te vereenvoudigen met het oog op het toekennen van de vrijstelling van onroerende goederen die onder de toepassing van het Bosdecreet van 13 juni 1990 vallen en die overeenkomstig artikel 16 van dat decreet als milieubeschermend bos zijn erkend of die overeenkomstig artikel 22 van dat decreet als bosreservaat zijn erkend of aangewezen, of die erkend zijn voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal overeenkomstig artikel 42 van dat decreet (art. 253, 6° WIB).
