Parlementaire vraag nr. 2 van de heer Loones van 05.07.1995
VRAAG 95/002
Fiscus - Lange vragenlijsten
VRAAG
De meeste taxatiediensten van de administratie der Directe Belastingen onderwerpen sommige aangiften aan een (zeer) grondig onderzoek. Het gaat naar verluidt om 5 à 10 pct. van de te onderzoeken dossiers per jaar, terwijl de andere dossiers nagenoeg geen nazicht krijgen. Bij die grondige controles worden ellenlange vragenlijsten type 332 verzonden. Deze lijsten vergen soms wekenlange opzoekingen en kunnen zeer tijd- en geldrovend zijn.
De toenmalige minister van Financiën verklaart eerder dat de regering het vragen van overdreven inlichtingen uit den boze acht (Kamer, zitting 1961-1962, doc. 264/42), en dat de administratie slechts een goed overwogen en gematigd gebruik mag maken van de haar verleende bevoegdheid (Senaat, zitting 1961-1962, doc. 366). Volgens een verslag in de Parlementaire Handelingen (15 juni 1962, blz. 85) is het niet aanvaardbaar dat de administratie zulkdanige inlichtingen vraagt die voor de belastingplichtige ongehoord veel tijdverlies en kosten meebrengen.
Deelt de geachte minister nog steeds deze interpretatie ? Kan hij het vroeger algemeen geldend criterium bijtreden, waardoor in een vragenlijst geen inlichtingen mogen worden opgevraagd die de taxatie-ambtenaar zelf kan vinden, om aldus tijd- en geldverlies voor de belastingplichtige te vermijden ? Is dat criterium nog steeds geldig ?
Acht de geachte minister het aangewezen om, in het kader van de moderne onderzoeksmethodes van bundels die voor grondig nazicht geselecteerd zijn, precieze voorschriften uit te schrijven om nodeloos lange vragenlijsten te voorkomen ? De nieuwe onderzoeksmethodes doen immers het fenomeen van te lange vragenlijsten, vroeger herhaaldelijk aangeklaagd, weer opduiken.
ANTWOORD
De door het geacht lid aangehaalde administratieve richtlijnen zijn opgenomen in de permanente onderrichtingen van de administratie der Directe Belastingen (zie Com.IB 92, nr. 316/2); zij werden niet gewijzigd.
De belastingplichtigen die menen dat de gevraagde inlichtingen een te omvangrijk werk vergen, kunnen met de aanslagdienst overleggen wat moet worden gedaan om te voldoen aan de vereisten van de controle zonder de administratieve lasten van de onderneming buitenmate te verzwaren. De ambtenaren moeten in geweten, met ruim inzicht en met inachtneming van de overlegde bewijsstukken of uitleggingen, de gegrondheid beoordelen van de redenen die worden aangevoerd door een belastingplichtige die aandringt hetzij op een verlenging van de termijn van een maand, hetzij zelfs, in sommige bijzondere gevallen, op vrijstelling van het verstrekken van al of een gedeelte der gevraagde inlichtingen of van het overleggen van sommige verantwoordingsstukken (cf. Com.IB 92, nr. 316/11).
Ik meen dan ook dat de bestaande richtlijnen voldoende duidelijk zijn en geen bijkomende toelichting vereisen.
Indien het geachte lid kennis heeft van misbruiken ter zake ben ik bereid een onderzoek te doen instellen indien mij alle identificatiegegevens worden medegedeeld.
Bron: FisconetPlus
