Parlementaire vraag nr. 86 van de heer Steven Matheï van 17.11.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/034 d.d. 12.01.2021, blz. 270
Bevrijdende bedrijfsvoorheffing voor e-sporters.
VRAAG (van de heer Matheï)
In de commissie voor Financiën en Begroting van woensdag 20 november 2019 stelde ik uw voorganger een mondelinge vraag betreffende de bevrijdende bedrijfsvoorheffing voor e-sporters (nr. 55001543C, Integraal Verslag, Kamer, CRIV 55 COM 056). Hij gaf aan dat dit een nieuw gegeven is voor de administratie en dat men dit aan het onderzoeken was. Hij gaf eveneens aan dat hij de administratie zou vragen om snel een positie in te nemen.
1. Met betrekking tot de niet-inwoners die in België esport uitoefenen.
Heeft de administratie haar onderzoek afgerond?
Zo ja, worden e-sporters door de administratie beschouwd als sportbeoefenaars in de zin van artikel 17 van het OESO-modelverdrag?
Indien ja, kan u verduidelijken of deze kwalificatie zich dan ook uitstrekt tot de toepassing van de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in artikel 275/6 WIB 92?
2. Met betrekking tot Belgische e-sporters die e-sport in het buitenland uitoefenen.
a) Heeft de administratie haar onderzoek afgerond?
Zo ja, heeft u er zicht op of Belgische e-sporters op basis van artikel 17 van het OESO-modelverdrag belast worden in het buitenland?
b) Kan u verduidelijken hoe de administratie zal omgaan met Belgische e-sporters die in het buitenland niet belast worden voor hun performance aldaar?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
"E-sport" of "electronic sport" is de term die gebruikt wordt voor het competitief spelen van computerspellen in een georganiseerd verband. Dit kan zowel individueel als in teams.
1. a) De notie sportbeoefenaar zoals vermeld in artikel 17 van het modelverdrag van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is breder dan de algemene klassieke definitie van sporter, waarbij de nadruk ligt op fysieke inspanning. In het kader van artikel 17 worden immers niet enkel sportbeoefenaars maar ook artiesten beoogd, en gaat het niet enkel om een fysiek en atletisch karakter, maar ook om een recreatief karakter, zoals bij bridge spelen of schaken.
Als men het fysieke aspect dat de algemene definitie van sport toekent aan sportactiviteiten uitbreidt met het recreatieve aspect bij bijvoorbeeld een schaaktoernooi komt men tot het toepassingsgebied dat artikel 17 van het OESOmodelverdrag beoogt in fiscale aangelegenheden.
In het licht van de elementen die ter beschikking zijn voor de interpretatie van het begrip sportbeoefenaar in fiscale sfeer is mijn administratie van mening dat een "e-sportieveling" beschouwd worden als een "sportbeoefenaar" in de zin van artikel 17 van het OESO-Modelverdrag.
De inkomsten, die een niet-inwoner verkrijgt door zijn persoonlijke activiteiten uitgeoefend in België als "e-sporter", zijn dan ook belastbaar in België op grond van artikel 17 van het OESO-Modelverdrag.
b) De schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing die rechtstreeks aan dergelijke niet inwonende e-sporters bezoldigingen als bedoeld in artikel 232, eerste lid, 2°, c, WIB 92, betalen of toekennen komen in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor sportbeoefenaars', mits naleving uiteraard van alle wettelijke voorwaarden.
Door de expliciete verwijzing in artikel 2756, zevende lid, WIB 92 naar de in artikel 232, eerste lid, 2°, c, WIB 92, bedoelde bezoldigingen kan de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing slechts van toepassing zijn op de bedrijfsvoorheffing die betrekking heeft op bezoldigingen die zijn betaald of toegekend aan een niet-inwonende e-sporter die in België persoonlijk een dergelijk activiteit heeft uitgeoefend gedurende meer dan 30 dagen, te berekenen per tijdperk van 12 opeenvolgende maanden en per schuldenaar van de bedoelde inkomsten.
De bezoldigingen voor prestaties van maximaal 30 dagen en waarvoor de bedrijfsvoorheffing gelijk is aan 18 % zijn dus in principe uitgesloten van het toepassingsgebied van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.
2. a) Gelet op de veelheid aan verdragspartners en bij gebrek aan een internationale consensus over het begrip "esporter" is het voor mijn administratie niet mogelijk om te weten hoe alle partnerstaten van België hiermee zullen omgaan.
b) Dit hangt af van de bepalingen van het betrokken dubbelbelastingverdrag. De tekst van het betrokken dubbelbelastingverdrag zal geval per geval moeten nagegaan worden. In het verdragsbeleid van België zit een vereiste van effectieve belasting die hier zou spelen en ervoor zou zorgen dat de "e-sporter" niet aan belasting zou ontsnappen.
