Parlementaire vraag nr. 20201 en nr. 20240 van de heer Benoît Piedboeuf van 26.09.2017
Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 731 d.d. 26.09.2017, blz. 32
De aftrek voor innovatie-inkomsten
VRAAG (van de heer Piedboeuf)
De wet van 9 februari 2017 bepaalt dat de innovatie-inkomsten die voor een belastbaar tijdwerk mogen worden afgetrokken, overeenstemmen met het deel van de netto-inkomsten dat uitsluitend betrekking heeft op een intellectueel eigendomsrecht. De in aanmerking komende intellectuele eigendomsrechten zijn vervat in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), maar ze moeten zijn verworven na 1 juli 2016. Het brutobedrag van de innovatie-inkomsten wordt verminderd met de in kosten opgenomen globale uitgaven, gedaan of gedragen in dit belastbare tijdperk. De belastingplichtige kan de toepassing van de aftrek voor octrooi-inkomsten vragen voor de geïnde octrooi-inkomsten tot en met 30 juni 2021. De eerste keer dat de aftrek voor octrooi-inkomsten wordt gebruikt, moeten de tot 30 juni 2021 gedane of gedragen kosten niet meer gecompenseerd worden. Dit zou tot discriminatie kunnen leiden. De octrooihouders moeten de globale uitgaven pas aftrekken vanaf 1 juli 2016, terwijl de vennootschappen de vanaf 1 januari 2016 gedragen globale uitgaven voor de andere intellectuele eigendomsrechten zouden moeten aftrekken. Bevestigt u dat het belastbare tijdperk wordt gezien als de periode vanaf 1 juli 2016 tot de afsluiting van het belastbare tijdperk in kwestie? De kosten die verband houden met de verwerving van auteursrechten worden beschouwd als kwalificerende uitgaven voor de vennootschap. Wordt de ontwikkeling van een computerprogramma door de vennootschap zelf beschouwd als de initiële verwerving van het door de bedrijfsleider ontwikkelde recht wanneer die zijn diensten en de overdracht van zijn auteursrechten aanrekent via een management-vennootschap?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Er bestaat een vergelijkbare aanpak tussen de toepassing van de aftrek voor innovatie-inkomsten voor een octrooi waarvan de aftrek voor octrooi-inkomsten al werd toegepast en het geval waar dat niet gebeurd is. In beide gevallen worden alle kosten in verband met dat octrooi gedurende het boekjaar 2016 afgetrokken van de innovatie-inkomsten. Wanneer de aftrek voor het eerst tijdens het boekjaar 2017 of later wordt toegepast, moeten de historische kosten met afsluitdatum na 30 juni 2016 eveneens afgetrokken worden. Ze kunnen maximaal over zeven jaar gespreid worden. Indien de aftrek wordt toegepast op boekhoudkundige inkomsten die na 30 juni 2016 worden afgesloten en op 1 juli 2021 wordt omgezet in een aftrek voor innovatie-inkomsten, zouden de historische kosten niet moeten worden gecompenseerd in de aftrek voor innovatie-inkomsten. De uitgaven die gefactureerd worden via een managementvennoot-schap worden niet beschouwd als kwalificerende uitgaven, omdat ze gedaan worden ten behoeve van een verbonden onderneming.
