Parlementaire vraag nr. 683 van de heer Wathelet van 07.03.2005

VRAAG 05/683
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 080, blz. 13417
Onroerende voorheffing - Vrijstelling - Intercommunales
VRAAG
Artikel 253, 3° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalt: "Van de onroerende voorheffing wordt het kadastraal inkomen vrijgesteld van onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of een dienst van algemeen nut worden gebruikt; de vrijstelling is van de drie voorwaarden samen afhankelijk".
1. Is de vrijstelling van de onroerende voorheffing waarin die bepaling voorziet van toepassing op de intercommunales?
2.
a) Zo ja, vindt u dat onroerende goederen van intercommunales die worden verhuurd tegen de gangbare prijzen niets opbrengen? Daardoor dreigen de gemeenten immers heel wat inkomsten mis te lopen.
b) Zou men niet in een regeling moeten voorzien waarbij de gemeenten die die gederfde inkomsten moeten compenseren, worden geholpen?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 23.05.2005)
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.
1. Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend.
2. Gelet op het antwoord op het vorige punt, is deze vraag zonder voorwerp.
Niettemin vestig ik de aandacht van het geachte lid op het feit dat krachtens artikel 26 van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, de intercommunales vrijgesteld zijn van alle belastingen ten gunste van de Staat, evenals van alle belastingen ingevoerd door de provincies, gemeenten of enig andere publiekrechtelijke persoon.