Parlementaire vraag nr. 442 van de heer Lespagnard van 24.05.1996

VRAAG 96/442
Bull. nr. 765, pag. 2368
Belastingvoordelen. - Sportlui. - Sportclubs.
1. Welke bijzondere belastingvoordelen kunnen sportlui momenteel boven op het fiscaal gemeenrecht genieten (eventueel per sporttak zo er voor bepaalde sporten specifieke voordelen bestaan) als loontrekkende, als zelfstandige en eventueel als amateur ?
2. Welke bijzondere belastingvoordelen kunnen sportclubs momenteel boven op het fiscaal gemeenrecht genieten ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna de verschillende fiscale bepalingen te vinden die, alhoewel ze in de letterlijke zin van het woord geen fiscale voordelen inhouden, specifiek zijn voor sportbeoefenaars en sportclubs.
1.
Wat de sportbeoefenaars betreft.
a) De vergoedingen van niet meer dan 500 frank per wedstrijd, die worden toegekend aan bepaalde spelers van amateursclubs van de lagere afdelingen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), alsmede van voetbalclubs in vergelijkbare reeksen van amateurvoetbalbonden, zijn niet belastbaar (administratieve circulaire van 14 juni 1991, nr. Ci.RH 241/425.005, verschenen in het Bulletin der belastingen, nr. 708, blz. 1899).
In dat verband herinner ik eraan dat soortgelijke aanvragen die door andere sportfederaties werden ingediend, momenteel onderzocht worden.
b) De normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid in de zin van artikel 171, 4°, f) en g), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), dat de omstandigheden vermeldt waarin bepaalde kapitalen en afkoopwaarden geldend als pensioenen, een afzonderlijk aanslagstelsel kunnen verkrijgen, is voor beroepsvoetballers op 35 jaar vastgesteld (Parlementaire vraag nr. 4, van 7 januari 1992, gesteld door senator Van Belle - Vragen en Antwoorden, nr. 1, van 10 maart 1992, Senaat, buitengewone zitting 1991-1992, blz. 144).
c) De inkomsten van welke aard ook uit een in België door een niet-inwonende sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zijn zelfs indien de inkomsten niet aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke of rechtspersoon worden toegekend, in de belasting van niet-inwoners, belastbaar door middel van de bedrijfsvoorheffing tegen het tarief van 18 %, op grond van de artikelen 228, § 2, 8°, 248, eerste lid en 270, 3°, WIB 1992, artikel 87, 5°, d), van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 (KB/WIB 1992) en van nr. 66 van de bijlage III van het KB/WIB 1992, zoals laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 14 december 1995 tot wijziging van het KB/WIB 1992, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (Belgisch Staatsblad van 29 december 1995).
2.
Wat de sportclubs betreft.
De sportclubs, die al dan niet rechtspersoonlijkheid hebben, genieten geen enkele fiscale gunstmaatregel die eigen is aan de aard van hun activiteiten.
Voor zover zij rechtspersoonlijkheid bezitten en hun fiscale woonplaats in België is gelegen, zijn dergelijke verenigingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting naargelang zij al dan niet een onderneming exploiteren of zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard.