Parlementaire vraag nr. 557 van de heer Lano van 11.01.2001

VRAAG 01/557
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 157, blz. 20233
Bull. nr. 839, pag. 1978-1982
Fiscaal onderzoek van de aangiften van VZW's
VRAAG
Luidens de onderrichtingen vervat onder het nr. 317/12 van het administratief commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 heeft het fiscaal onderzoek van de aangiften van VZW's, in principe onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, in hoofdzaak tot doel na te gaan of de aan die belasting onderworpen rechtspersonen zich niet veeleer bezighouden met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard en eventueel niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn.
In de veronderstelling dat er "tijdige" aangiften in de rechtspersonenbelasting werden ingediend, rijzen in de praktijk op procedurieel vlak een aantal vragen bij het belastbaar stellen in de vennootschapsbelasting.
1. Zijn uit juridisch oogpunt de twee volgende mogelijkheden respectievelijk bepaald bij artikel 346 en artikel 351 van het WIB 1992 toelaatbaar en/of verenigbaar:
a) het verzenden van een kennisgeving van aanslag van ambtswege waarin gesteld wordt dat er geen aangifte in de vennootschapsbelasting werd ingediend (toepassing van artikel 351, eerste lid, eerste gedachtestreepje, van het WIB 1992);
b) het gelijktijdig versturen van een bericht van wijziging van aangifte in de rechtspersonenbelasting waarin gemotiveerd wordt dat de betrokken VZW's onderworpen moeten worden aan de vennootschapsbelasting?

2. Op grond van welke bepalingen mogen of moeten welke fiscale administraties dit grondig fiscaal onderzoek uitvoeren?
3. Op wie berust de juridische bewijslast tot onderwerping aan de vennootschapsbelasting?
4.
a) Dient het samenhangend geheel van alle juridische en feitelijke gegevens inherent aan de betrokken VZW's door de juiste belastingadministratie op een gemotiveerde wijze te worden opgenomen in de vereiste fiscale procedurestukken bij het doorvoeren van een al dan niet ambtshalve rechtzettingsprocedure?
b) Of: bij een directoriale beslissing over een geldig bezwaarschrift?

5.
a) Dienen de VZW's spontaan een aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting in te dienen wanneer feitelijke of juridische elementen hierop eventueel zouden wijzen in een of ander al dan niet reeds onderzocht belastbaar tijdperk?
b) Hoe dienen zij precies te handelen?

6. Dient het onderzoek waarvan sprake in het nr. 317/12 van het administratief commentaar jaarlijks te worden hernieuwd of geldt hierbij het vertrouwensbeginsel dat alle administratieve wijzigingen slechts voor de toekomst kunnen worden doorgevoerd?
ANTWOORD (21.02.2003)
1. De indiening, door een VZW, van een aangifte in de rechtspersonenbelasting ontslaat haar er niet van een tijdige aangifte in de vennootschapsbelasting in te dienen wanneer zij aan deze laatste belasting is onderworpen (Antwerpen, 14 september 1992, VZW AFI).
In de door het geachte lid aangehaalde omstandigheden, is het de administratie dus principieel toegelaten de procedure van een aanslag van ambtswege toe te passen.
Wanneer in de praktijk het onderzoek van een aangifte in de rechtspersonenbelasting van een VZW aan het licht brengt dat deze niet in de rechtspersonenbelasting maar in de vennootschapsbelasting moet worden belast, reikt de administratie onmiddellijk een aangifteformulier in deze laatste belasting uit (administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, nr. 307/23). Indien deze aangifte wordt onderschreven met in acht name van de opgelegde termijn en in de gebruikelijke vorm, kan de administratie alsnog afzien van de mogelijkheid tot ambtshalve taxatie.
2. Aan dit onderzoek nemen, volgens de regels met betrekking tot de organisatie van de diensten, de territoriaal bevoegde controles deel die in hun bevoegdheden de rechtspersonenbelasting en/of de vennootschapsbelasting hebben.
3. Het is in de eerste plaats de VZW zelf die moet uitmaken of zij aan de rechtspersonenbelasting of aan de vennootschapsbelasting is onderworpen.
4. De omstandigheden die de onderwerping van een VZW aan de vennootschapsbelasting motiveren worden medegedeeld in het kader van de verzending van de aangifte in de voormelde belasting of in de in punt 1 aangehaalde kennisgeving van een aanslag van ambtswege.
Diezelfde omstandigheden komen voor in de beslissing die zich uitspreekt over een door een VZW ingediend bezwaarschrift inzake de onderwerping aan de vennootschapsbelasting.
5. Ik verwijs het geachte lid naar het antwoord op de punten 1 en 3.
6. Het onderzoek dat door het geachte lid wordt beoogd is het onderzoek van de aangifte in de rechtspersonenbelasting waarbij onder andere moet worden nagekeken of de aan de voormelde belasting onderworpen rechtspersonen zich niet met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden en eventueel niet in de vennootschapsbelasting belastbaar zijn.
Dit onderzoek en de eventuele vestiging van de belastingen voor het verleden gebeuren binnen de in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalde onderzoeks- en aanslagtermijnen.
Ik herinner eraan dat het recht op rechtszekerheid niet impliceert dat ten opzichte van een rechtsvraag (meer bepaald de onderwerping aan een welbepaalde belasting), een belastingplichtige aanspraak kan maken op het behoud van een situatie waarbij hem in strijd met uitdrukkelijke wetsbepalingen voordelen werden verleend, dergelijke situatie kan in zijnen hoofde geen gerechtvaardige verwachtingen scheppen (Cass., 3 november 2000, NT-NS).