Parlementaire vraag nr. 2170 van mevrouw Barbara Pas van 30.03.2018
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/157, d.d. 25.05.2018, blz. 352
Vrijstelling bedrijfsvoorheffing - Advies Commissie Boekhoudkundige Normen
VRAAG
De artikelen 275.1 tot en met 275.10 WIB 92 bepalen dat bepaalde vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot de bedrijfsvoorheffing. Het kan gebeuren dat schuldenaars ten onrechte deze vrijstellingen als een vermindering van uitgaven op een rekening in klasse 62 (Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen) aanrekenen.
In haar advies 2009/13 is de Commissie voor Boekhoudkundige Normen van mening dat de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing moet worden beschouwd als een exploitatiesubsidie.
Met betrekking tot de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing beveelt de Commissie voor Boekhoudkundige Normen aan dat de volgende boekhoudkundige boeking wordt gedaan: 453 Ingehouden voorheffingen aan 740 Bedrijfssubsidies en compenserende bedragen.
In casu, schrijft de Commissie voor Boekhoudkundige Normen: "Wat de vennootschappen betreft, zal dit wegvallen van de schuldvordering geregistreerd moeten worden onder de bedrijfsopbrengsten, in de rubriek I.D Andere bedrijfsopbrengsten, door de boeking op de creditzijde van de rekening 740 Bedrijfssubsidies en compenserende bedragen.".
Merk op dat de belastingadministratie in het administratief commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in punt 340/12 aangeeft: "Inzake inkomstenbelastingen is het bijgevolg niet de boekhoudtechniek die van overwegend belang is; hoofdzaak is dat de door de belastingplichtige voorgelegde geschriften oprecht en juist zijn.".
Door rekening te houden met vrijstellingen die een omzetrekening verhogen of tellen als een afname van een kostenrekening, betekent dat het belastingresultaat hetzelfde zal zijn.
Als de belastingcontroleur deze boekhoudkundige fout vaststelt - die geen fiscale impact heeft - mag hij de belastingvrijstellingen van de artikelen 275, lid 1 tot en met 275, lid 10 WIB 92 weigeren?
ANTWOORD
De artikelen 2751 tot en met 27511 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 leggen telkens de fiscale voorwaarden vast waaronder een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan worden verleend. De manier hoe de vermindering van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing boekhoudkundig moet worden verwerkt, maakt geen dergelijke voorwaarde uit.
