Parlementaire vraag nr. 568 van de heer Benoît Friart van 14.10.2015

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/145 d.d. 16.02.2018, blz. 213

OESO/G20-project

VRAAG (van de heer Friart)

Op maandag 5 oktober 2015 stelde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) het pakket maatregelen voor dat landen wereldwijd in staat moet stellen om de mazen in de internationale belastingwetgeving te dichten waar sommige ondernemingen handig gebruik van maken om hun winst te laten wegvloeien of weg te sluizen naar landen die nauwelijks of geen belasting heffen, terwijl die ondernemingen daar nauwelijks of geen economische activiteiten ontwikkelen. De bedoeling is belastingontwijking door grondslaguitholling en winstverschuiving (Base Erosion and Profit Shifting (BEPS)) te bestrijden. Volgens de OESO lopen overheden 100 tot 240 miljard USD per jaar aan ontvangsten mis als gevolg van die praktijk. De maatregelen werden op 8 oktober 2015 eveneens gepresenteerd aan de ministers van Financiën van de G20- landen. Het OESO/G20-BEPS-project strekt er dus toe maatregelen voor te stellen om landen te helpen hun nationale wetgeving aan te passen.

1. Worden die maatregelen al onder de loep genomen? Werd er een werkgroep belast met de analyse ervan?

2. Het definitieve BEPS-actieplan zal in 2016 ter ondertekening voorgelegd worden. Welk standpunt neemt België in dit stadium in?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

België heeft in het kader van het project Base Erosion Profit Shifting (BEPS) constructief meegewerkt in de aanpak van internationale belastingontwijking. Samen met de andere lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft België op 5 oktober 2015 de 15 rapporten inzake de BEPS-actiepunten goedgekeurd. De aanbevelingen met betrekking tot die actiepunten zijn in verschillende vormen aanvaard, kennen ieder een eigen mate van consensus en binden de betrokken landen niet allemaal in dezelfde mate. Het meest verregaand zijn de aanbevelingen die zijn vastgelegd in een minimumstandaard. Landen hebben zich hier tot implementatie geëngageerd. Zo werden minimumstandaarden overeengekomen voor:

- het tegengaan van schadelijke praktijken door aanpassing van wetgeving over patentboxesen de uitwisseling van informatie over rulings (actie 5);

- het tegengaan van misbruik van dubbelbelastingverdragen (actie 6);

- het invoeren van een country-by-country reporting (actie 13);

- het verbeteren van het oplossen van de geschillen tussen landen inzake regeling voor onderling overleg of arbitrageprocedures (actie 14).

Wat het luik fiscale transparantie in het BEPS-actieplan betreft, is België een voorloper. België is in 2015 als eerste lidstaat gestart met de spontane uitwisseling van rulings. En eind 2016 werden de eerste rulings uitgewisseld in het kader van BEPS-actie 5. Vorig jaar werden in België ook documentatievereisten inzake transfer pricing ingevoerd, waaronder de verplichting voor grote ondernemingen om een country by countryrapport in te dienen (nieuwe artikel 321/1 tot 321/7 WIB92 ter uitvoering van BEPS-actie 13). Verder introduceren BEPS-acties 8 tot 10 aangescherpte regels inzake verrekenprijzen. Mijn administratie interpreteert deze nieuwe TransferPricing-Guidelines dynamisch hetgeen impliceert dat zij sinds hun goedkeuring door de OESO-Raad op 5 oktober 2015 onmiddellijk van toepassing zijn geworden. De BEPS-aanbevelingen die betrekking hebben op dubbelbelastingverdragen zijn opgenomen in een zogenaamd Multilateral Instrument, dit is een multilateraal verdrag dat in één keer en met de nodige flexibiliteit de bestaande dubbelbelastingverdragen aanpast. Het betreft hoofdzakelijk de voorkoming van verdragsmisbruik (actie 6), de ruimere invulling van de definitie van "vaste inrichting" (actie 7) en het optimaliseren van de procedures van onderling overleg (actie 14). België heeft dit Multilateral Instrument in juni 2017 ondertekend. Momenteel wordt het dossier voorbereid om het nadien ter ratificatie aan de Kamer voor te leggen. Tenslotte zijn BEPS-acties 2 (maatregelen inzake hybride mismatches), 3 (CFC-regels) en 4 (de zgn. interest- EBITDA-benadering) opgenomen in de recent aangenomen ATAD of Anti Tax Avoidance Directive (richtlijn 2016/1164 van 12 juli 2016). België zal deze anti-ontwijkingsmaatregelen tegen eind 2018 in het WIB92 opnemen, in het kader van de aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting.