Parlementaire vraag nr. 9649 van de heer Wathelet van 17.01.2006
Mondelinge parlementaire vraag nr. 9649 van de heer Wathelet dd. 17.01.2006
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 814, blz. 10-12
Onroerende voorheffing - Vermindering - Kinderen van huurder
VRAAG
Artikel 257, 2° en 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen voorziet in verminderingen van de onroerende voorheffing, ofwel wanneer de woning wordt betrokken door een gehandicapte of een oorlogsinvalide, ofwel wanneer zij wordt betrokken door een persoon met ten minste twee kinderen ten laste of door een persoon die aan een aantal voorwaarden voldoet. Om de vermindering te kunnen genieten, moet een administratief formulier worden ingevuld. De persoon die de vermindering geniet is echter niet de persoon die het recht op die vermindering verkrijgt. Voorts bepaalt het WIB dat dat fiscaal voordeel ten goede van de huurder moet komen. De huurder moet daar uiteraard van op de hoogte zijn. Dat is de reden waarom ik had voorgesteld die mogelijkheid aan de belastingaangifte te koppelen, maar gelet op het verschil in termijnen zou dat niet mogelijk zijn.
De wederzijdse informatieplicht tussen eigenaar en huurder met het oog op het doorrekenen van het belastingvoordeel is essentieel. Een en ander kadert veeleer in de huurovereenkomst. Daarom denk ik aan een belastingkrediet ten voordele van de bewoner die het recht op het belastingvoordeel opent, in de plaats van een verrekening in de onroerende voorheffing. Een andere mogelijkheid bestaat erin dat voordeel op te nemen in de belastingvrije inkomsten van de huurder. Wat denkt u van die voorstellen?
ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)
De aangiften in de personenbelasting bevatten inderdaad een aantal gegevens betreffende het aantal kinderen en personen ten laste. Die inlichtingen volstaan echter niet om automatisch het belastingvoordeel toe te kennen. Het is echter niet zo eenvoudig om de nodige rubrieken aan de belastingaangifte toe te voegen. De Raad van State heeft immers geoordeeld dat in die aangifte enkel naar gegevens mag worden gevraagd die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de in de personenbelasting belastbare inkomsten. Bovendien kan de vermindering van de onroerende voorheffing desgevallend pas na de controle van de belastingaangifte worden toegekend. Ongeveer een miljoen belastingplichtigen is overigens van de verplichting jaarlijks een belastingaangifte in te dienen, vrijgesteld.
Het voorstel om belastingkrediet toe te kennen kan worden onderzocht. Dit veronderstelt wel aanrekening van een gewestelijke belasting (onroerende voorheffing) op een federale belasting (personenbelasting), waarvoor overleg met de Gewesten vereist is. Voor de mededeling wordt reeds een dergelijke maatregel toegepast. Wanneer de vermindering wordt toegekend, moet ze worden overgedragen aan de huurder die het pand bewoont. De huurder wordt systematisch op de hoogte gebracht van het bedrag van de vermindering en kan dit bedrag aftrekken van de huurprijs.
CONCLUSIE (van de heer Wathelet)
Wanneer de eigenaar het fiscaal voordeel moet doorrekenen aan de huurder, wordt hij niet 'aangezet' om er aanspraak op te maken. De huurder kan zijn huisbaas niet verplichten het fiscaal voordeel aan te vragen.
CONCLUSIE (van de heer Jamar)
Dit staat waarschijnlijk in de kleine lettertjes van het huurcontract.
CONCLUSIE (van de heer Wathelet)
In het huurcontract of de wetgeving inzake de belastingvrije grondslag.
