Parlementaire vraag nr. 62 van mevrouw Veerle Wouters van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 62 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/B141 dd. 30.12.2013, blz. 282

Aangifteplicht intresten en dividenden. - Gevolgen vrijstelling aangifteplicht, voorstel van vereenvoudigde aangifte en vooringevulde aangifte

VRAAG

Ingevolge artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen wijzigt artikel 313 WIB 92 en wordt een algemene aangifteplicht ingevoerd van roerende inkomsten behalve wanneer het gaat om intresten en dividenden die onderworpen zijn aan de bijzondere heffing van 4% als bedoeld in artikel 174/1 WIB 92. In de meest recente aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2011 (inkomsten 2010) zijn de roerende inkomsten opgenomen in deel II van de aangifte. Deel II van de aangifte wordt niet automatisch toegestuurd aan alle belastingplichtigen. Bovendien waren 725.000 belastingplichtigen vrijgesteld van de aangifteplicht en ontvingen zij voor aanslagjaar 2011 een voorstel van vereenvoudigde aangifte overeenkomstig artikel 306 WIB 92 in zoverre zij geen deel II van de aangifte hebben ingevuld of moeten invullen (artikel 178, § 3, 9° KB/WIB92).

1. Wat zijn de gevolgen van de voormelde wetswijzigingen voor het systeem van het voorstel van vereenvoudigde aangifte vanaf aanslagjaar 2013?

2. Aangezien de meeste gepensioneerden ook roerende inkomsten genieten, gaan 725.000 belastingplichtigen opnieuw een aangifte moeten aanvragen en invullen vanaf aanslagjaar 2013?

3. Ondergraaft de wetswijziging niet uw doelstelling om zo veel mogelijk belastingplichtigen een voorstel van vereenvoudigde aangifte toe te sturen (Algemene Beleidsnota Financiën - Parl.St., Kamer, 2011-2012, nr. 53-1964/030, 10)?

4. Of, zal vanaf aanslagjaar 2013 (inkomsten 2012) het vak van de roerende inkomsten worden opgenomen in deel I van de aangifte?

5. Zal u dan ook meteen voorzien dat het vak XXIII voor de verrekenbare woonstaatheffing ook naar deel I van de aangifte wordt overgebracht of wordt enkel deel I voor wat de belastingplichtigen moeten betalen spontaan toegestuurd en wordt deel II voor de teruggave van de woonstaatheffing slechts toegestuurd nadat de belastingplichtigen het aanvragen?

6. Zullen de gegevens inzake intresten en dividenden die worden toegestuurd aan het centraal aanspreekpunt automatisch worden opgenomen in het voorstel van vereenvoudigde aangifte of bij de reeds ingevulde gegevens voor belastingplichtigen die via Tax-On-Web hun aangifte indienen?

7. Wat is het nut nog te werken met een systeem van een voorstel van vereenvoudigde aangifte indien de belastingplichtigen systematisch de roerende inkomsten zelf nog moeten aangeven? 8. Ware het niet beter geweest om een bevrijdende roerende voorheffing van 21% te hebben ingevoerd voor intresten en dividenden?

a) Zo ja, wat zou de geraamde minderontvangst zijn uit de bijzondere heffing van 4%, enerzijds, en de dividenden die tot voor 1 januari 2012 aan een tarief van 25% werden onderworpen, anderzijds?

b) Zo ja, wat zou de geraamde meerontvangst zijn van de intresten en dividenden die aan het tarief van 15% onderworpen blijven na 2012?

c) Wat zijn de geraamde kosten voor de overheid voor het opzetten van het centraal aanspreekpunt en de controle van ongeveer 7.000.000 aangiften in de personenbelasting op de juiste aangifte van interesten en dividenden, enerzijds, en voor de schuldenaren van de roerende voorheffing op intresten en dividenden, anderzijds?

ANTWOORD

De wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen had de fiscale regels voor roerende inkomsten ingrijpend gewijzigd. Voortaan werd het tarief van 15 % dat van toepassing was op sommige dividenden verhoogd naar 21 %. Ten tweede werd er een bijkomende heffing van 4 % op roerende inkomsten ingevoerd voor dividenden en intresten boven een bepaald grensbedrag en er zou een centraal aanspreekpunt opgericht worden. Als laatste werd het principe van de bevrijdende roerende voorheffing afgeschaft en moesten dividenden en intresten weer aangegeven worden. Mijn voorganger vond dat de verplichting om de roerende inkomsten aan te geven de verdere vereenvoudiging van de belastingaangiftes doorkruiste en dan meer bepaald het systeem van "voorstel van vereenvoudigde aangifte". In de programmawet van 27 december 2012 werden dan ook wijzigingen aangebracht die sommige bepalingen terugschroefden en heel het systeem herzagen. Het tarief van 21 % van de roerende voorheffing werd afgeschaft en ingeruild voor een standaardtarief van 25 %. Hierdoor kwam ook de bijkomende heffing van 4 % te vervallen. Door de afschaffing van deze 4 %, heeft het oprichten van een centraal aanspreekpunt ook geen zin meer. De roerende inkomsten waarop roerende voorheffing werd ingehouden, moeten in principe niet meer worden aangegeven. De roerende voorheffing werkt opnieuw bevrijdend. Door de aanpassing in de wet van 27 december 2012, zijn de door het geachte lid aangehaalde problemen, evenals deze voor de vooraf ingevulde aangifte, zonder voorwerp.