Parlementaire vraag nr. 1423 van mevrouw Pieters van 29.09.2006
VRAAG 06/1423
Vraag nr. 1423 van mevrouw Pieters dd. 29.09.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 146, blz. 28360-28361
Bericht van wijziging - Motivering
VRAAG
Als reactie op mijn vraag nr. 953 van 12 maart 2002 (zie: Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18766 en Bulletin der belastingen nr. 836, blz. 1114) werd enerzijds geantwoord dat met betrekking tot de motivering van een bericht het niet vereist dat het bericht van wijziging melding maakt van de wettelijke bepalingen waarvan de toepassing wordt beoogd door de aanslagambtenaar (Cass., 25 juni 1990, FJF, 1990, nr. 90/175, blz. 370) en anderzijds gesteld dat het bericht van wijziging beantwoordt aan de motiveringsplicht, zelfs wanneer het een vergissing bevat, voor zover het de belastingplichtige in staat stelt de gegrondheid van de wijziging te beoordelen (Cass., 26 mei 1995, Bull. 360, blz. 112).
Ter zake rijzen in dit gelijkaardige verband nog de volgende algemene praktische vragen.
1. Gelden die eerder uiteengezette principes en die oudere rechtspraak eveneens wanneer een bericht van wijziging van aangifte en een kennisgeving van aanslag van ambtswege over eenzelfde discussiepunt een of verscheidene juridische en/of feitelijke tegenstrijdigheden en paradoxen bevat en/of tezelfdertijd meerdere bewijsmiddelen en verschillende wetsartikelen, titels en hoofdstukken van het WIB 1992 als rechtvaardiging aanhaalt?
2. In welke mate kunnen de daaropvolgende al dan niet ambtshalve aanslagen en/of directoriale beslissingen geheel of gedeeltelijk als willekeurig en/of als nietig worden bestempeld?
3. Kunt u uw aanvullende en huidige algemene ziens- en handelwijze meedelen, zowel in het licht van de thans vigerende beschikkingen van de artikelen 339, 340, 346 en 375 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 46 van de wet van 28 juli 1992 en artikel 90 van de wet van 6 juli 1994 als in het kader van alle algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginselen het legaliteitsbeginsel?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 08.12.2006)
Het antwoord op de parlementaire vraag waarnaar het geachte lid verwijst ( parlementaire vraag nr. 953 van 12 maart 2002, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18766-18767) is eveneens van toepassing in het door het geachte lid aangehaalde geval.
Vraag nr. 1423 van mevrouw Pieters dd. 29.09.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 146, blz. 28360-28361
Bericht van wijziging - Motivering
VRAAG
Als reactie op mijn vraag nr. 953 van 12 maart 2002 (zie: Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18766 en Bulletin der belastingen nr. 836, blz. 1114) werd enerzijds geantwoord dat met betrekking tot de motivering van een bericht het niet vereist dat het bericht van wijziging melding maakt van de wettelijke bepalingen waarvan de toepassing wordt beoogd door de aanslagambtenaar (Cass., 25 juni 1990, FJF, 1990, nr. 90/175, blz. 370) en anderzijds gesteld dat het bericht van wijziging beantwoordt aan de motiveringsplicht, zelfs wanneer het een vergissing bevat, voor zover het de belastingplichtige in staat stelt de gegrondheid van de wijziging te beoordelen (Cass., 26 mei 1995, Bull. 360, blz. 112).
Ter zake rijzen in dit gelijkaardige verband nog de volgende algemene praktische vragen.
1. Gelden die eerder uiteengezette principes en die oudere rechtspraak eveneens wanneer een bericht van wijziging van aangifte en een kennisgeving van aanslag van ambtswege over eenzelfde discussiepunt een of verscheidene juridische en/of feitelijke tegenstrijdigheden en paradoxen bevat en/of tezelfdertijd meerdere bewijsmiddelen en verschillende wetsartikelen, titels en hoofdstukken van het WIB 1992 als rechtvaardiging aanhaalt?
2. In welke mate kunnen de daaropvolgende al dan niet ambtshalve aanslagen en/of directoriale beslissingen geheel of gedeeltelijk als willekeurig en/of als nietig worden bestempeld?
3. Kunt u uw aanvullende en huidige algemene ziens- en handelwijze meedelen, zowel in het licht van de thans vigerende beschikkingen van de artikelen 339, 340, 346 en 375 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 46 van de wet van 28 juli 1992 en artikel 90 van de wet van 6 juli 1994 als in het kader van alle algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginselen het legaliteitsbeginsel?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 08.12.2006)
Het antwoord op de parlementaire vraag waarnaar het geachte lid verwijst ( parlementaire vraag nr. 953 van 12 maart 2002, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18766-18767) is eveneens van toepassing in het door het geachte lid aangehaalde geval.
Bron: FisconetPlus
