Parlementaire vraag nr. 41 van mevrouw An Christiaens van 23.10.2014
Parlementaire vraag nr. 41 van mevrouw An Christiaens dd. 23.10.2014
Vlaams parlement, Schriftelijke vragen, 2014-2015, websitepublicatie dd. 17.12.2014
Woonbonus - Hypotheekakte verleden op 31 december 2014
VRAAG (van mevrouw Christiaens)
Voor het verlenen van de woonbonus zal een onderscheid worden gemaakt tussen hypotheekaktes verleden voor 1 januari 2015 en hypotheekaktes verleden vanaf 1 januari 2015, conform het Programmadecreet 2015.
Het Vlaams regeerakkoord van 23 juli 2014 legt vast dat de nieuwe regelgeving omtrent de woonbonus ingaat vanaf 1 januari 2015. In antwoord op een vraag om uitleg van mevrouw Katrien Partyka in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting van 7 oktober 2014 over de woonbonus, wordt dit bekrachtigd. Om nog te kunnen gebruikmaken van de oude regelgeving inzake de woonbonus wordt de datum van de hypotheekakte als referentiepunt gebruikt en moet deze verleden zijn voor 1 januari 2015.
Een ander probleem rijst bij een voorwaarde voor het genieten van de woonbonus, en hierop biedt het antwoord op de vraag van mevrouw Partyka geen volledig uitsluitsel. Volgens artikel 145/38 van het WIB 92 kan een koper met een hypotheekakte die verleden is voor 1 januari 2015 nog genieten van de huidige regelgeving inzake de woonbonus indien de woning waarvoor de akte is afgesloten de enige woning is die hij zelf betrekt op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten. Voor de toepassing hiervan wordt geen rekening gehouden met het feit dat de koper de woning niet zelf betrekt omwille van (a) beroepsredenen of redenen van sociale aard, (b) wettelijke of contractuele belemmeringen of (c) de stand van de bouw- of verbouwingswerkzaamheden. Deze belemmeringen hebben niet automatisch tot gevolg dat de woonbonus definitief verloren is. Indien de koper de woning betrekt uiterlijk 31 december van het jaar waarin de belemmeringen zijn weggevallen, kan de belastingvermindering opnieuw worden verleend vanaf dit belastbaar tijdperk.
In de praktijk komt het voor dat kopers de woning niet onmiddellijk betrekken omwille van andere redenen die niet vallen onder voorgenoemde belemmeringen, zoals de inrichting van de woning. Een koper met een hypotheekakte die verleden wordt op 31 december 2014 en die niet gehinderd wordt door voorgenoemde belemmeringen, zou de woning moeten betrekken op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst gesloten is, in dit geval dus nog diezelfde dag. De kans is groot dat de registratie van de woning als enige woning die hij zelf betrekt binnen die termijn, niet mogelijk is.
1. Indien de koper met een hypotheekakte die verleden wordt op 31 december 2014 er niet in slaagt de woning te betrekken op diezelfde dag, verliest hij dan de aanspraak op de huidige (voordelige) regelgeving inzake de woonbonus ?
2. Aan welke voorwaarden moeten kopers die beschikken over een hypotheekakte die verleden wordt op 31 december 2014, voldoen om nog te kunnen genieten van de huidige regelgeving inzake de woonbonus ?
ANTWOORD (van mevrouw Turtelboom)
Zoals de Vlaamse volksvertegenwoordiger weet is het nog steeds de FOD Financiën die de dienst van de personenbelasting zal verzorgen. Het is bijgevolg deze dienst die de basisvoorwaarden tot het bekomen van de woonbonus zal beoordelen.
1. De algemene voorwaarden tot het bekomen van de woonbonus worden beoordeeld op 31 december van het jaar waarin de lening werd afgesloten. Indien de belastingplichtige op dat tijdstip niet voldoet aan de algemene voorwaarden tot het bekomen van de woonbonus, dan zal hij eventueel in aanmerking kunnen komen voor een andere Vlaamse of federale belastingvermindering voor de niet enige eigen woning of de niet eigen woning indien de voorwaarden daartoe voldaan zijn.
2. De algemene voorwaarden tot het bekomen van de huidige woonbonus zijn de volgende:
De lening:
• is afgesloten vanaf 1 januari 2005;
• is gewaarborgd door een hypothecaire inschrijving;
• is afgesloten bij een in de Europese Economische Ruimte gevestigde instelling;
• heeft een looptijd van ten minste 10 jaar;
• dient om de enige en eigen (het “woonhuis”) in de Europese Economische Ruimte gelegen woning te verwerven of te behouden.
De uitgaven moeten bijgevolg gedaan zijn voor de woning die op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, de enige woning is van de belastingplichtige die hij zelf betrekt. Er wordt hiervoor geen rekening gehouden met :
1° andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;
2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;
3° Het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van :
a) Beroepsredenen of redenen van sociale aard;
b) Wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;
c) de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet toelaten de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.
Zoals eerder gezegd, zal het de FOD Financiën zijn die de beoordeling doet van deze voorwaarden. De interpretatie van deze voorwaarde wordt gesteund op een geheel van feitelijke omstandigheden. Het hebben van een domicilie is bijgevolg geen formele voorwaarde. Het bewijs van het zelf betrekken van de woning kan door alle bewijsmiddelen van gemeen recht geleverd worden, met uitzondering van de eed. De FOD Financiën zal beoordelen of de aangeleverde elementen beantwoorden aan de bewoningsverplichting, maar zoals vermeld dien ik U daarvoor door te wijzen naar de federale FOD Financiën die hiervoor bevoegd is.
