Parlementaire vraag nr. 617 van de heer Dirk Van der Maelen van 16.12.2014
Mondelinge parlementaire vraag nr. 617 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 16.12.2014
Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën en de Begroting, 2014-2015, CRIV 54 COM 039 dd. 16.12.2014, blz. 15
Artikel 307 van het WIB
VRAAG (van de heer Van der Maelen)
Artikel 307 van het WIB bepaalt dat belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting, gehouden zijn aangifte te doen van alle betalingen die zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben gedaan aan personen gevestigd in een staat die door het Mondiaal Forum van de OESO inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen werd aangemerkt als een staat die niet effectief of niet substantieel aan de internationale standaard voldoet. Een bijkomende voorwaarde is dat de betrokken staten een volledig belastbaar tijdperk als niet-effectief of niet-substantieel aan de internationale standaard voldoend, aangemerkt worden door het Mondiaal Forum. Het Mondiaal Forum voert peer reviews uit en geeft finaal een beoordeling uit aan de staten. Wij kunnen stellen dat de ratings fully compliant en largely compliant met betrekking tot artikel 307 van het WIB betekenen dat effectief of substantieel aan de standaard wordt voldaan en dat, anderzijds, de kwalificaties partly compliant en non-compliant betekenen dat niet-effectief of niet-substantieel aan de internationale standaard is voldaan. In november van vorig jaar vond in Jakarta de zesde vergadering van het Global Forum plaats, waarbij een aantal evaluaties werden goedgekeurd. Verschillende landen werden aangemerkt als slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet in lijn met de internationale standaard. Begin volgend jaar zullen die staten dus een volledig belastbaar tijdperk als niet-effectief of niet-substantieel aan de internationale standaard voldoend, worden aangemerkt. Vanaf 1 januari treedt met andere woorden de aangifteplicht voor betalingen aan zogenaamde belastingparadijzen automatisch in werking. Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is de volgende. Zult u hierover een omzendbrief publiceren en tevens duidelijk communiceren aan alle mogelijke betrokkenen, zodat zij tijdig weten waar zij aan toe zijn ? Op die manier kunnen zij zich voorbereiden op de meldingsplicht voor betalingen aan personen of instellingen gevestigd in de landen die door het Mondiaal Forum als niet-effectief of niet-substantieel aan de internationale standaard voldoend, werden aangemerkt.
ANTWOORD (van de minister)
De aangifteverplichting waarnaar u verwijst, werd reeds uitgebreid toegelicht in een administratieve rondzendbrief van 30 november 2010. In die rondzendbrief wordt verduidelijkt dat er een aanvulling zal worden gepubliceerd zodra het mogelijk is de staten te identificeren die de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen niet effectief en substantieel toepassen, wat nu dus het geval is. Ik heb mijn administratie dan ook de opdracht gegeven deze aanvulling te publiceren, zodat de betrokken vennootschappen tijdig op de hoogte zijn en de nodige voorbereidingen kunnen treffen om te voldoen aan de aangifteverplichting.
CONCLUSIE (van de heer Van der Maelen)
Dit heeft belangrijke gevolgen. Ik dank u om de wet en de interpretatie zoals omschreven in de rondzendbrief toe te passen. Dit betekent concreet dat vanaf 1 januari 2015 elke vennootschap of elke persoon die een betaling doet aan een Luxemburgse persoon of een ingezetene van Cyprus, zulks moet melden aan de fiscus. Mijnheer de voorzitter, dit is een belangrijke stap in de strijd tegen de fiscale fraude.
