Parlementaire vraag nr. 416 van de heer Van Hecke van 28.11.2007
Mondelinge parlementaire vraag nr. 416 van de heer Van Hecke dd. 28.11.2007
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 036, blz. 4
Aftrek voor risicokapitaal - Coördinatiecentra
VRAAG
Volgens artikel 205octies van het WIB 92 hebben erkende coördinatiecentra die de voordelen uit het KB nr. 187 genieten, geen recht op de notionele intrestaftrek. Een coördinatiecentrum kan dus als dusdanig blijven bestaan en kiezen voor de notionele aftrek in plaats voor de fiscale bepalingen rond coördinatiecentra. Er bestaat wel een uitsluiting voor de toekenning van de investeringsaftrek voor de groepen waartoe het coördinatiecentrum behoort.
Strookt dit alles met de oorspronkelijke doelstellingen van het stelsel van de notionele aftrek? Zou het niet aangewezen zijn om vennootschappen die deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort, uit te sluiten van het recht op notionele intrestaftrek?
ANTWOORD (van de heer Jamar, minister belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude)
De term coördinatiecentrum heeft enkel betrekking op een vennootschap die erkend is als coördinatiecentrum en die dus de bepalingen uit het KB nr. 187 geniet. De doelstelling van de aftrek voor risicokapitaal was om de discriminatie tussen de fiscale behandeling van vreemd vermogen en risicokapitaal te verminderen.
De notionele intrestaftrek treedt in werking vanaf aanslagjaar 2007 en is van toepassing op alle vennootschappen. De vennootschappen die worden uitgesloten van het recht op aftrek voor risicokapitaal, zijn opgenomen in artikel 205octies, WIB 92. De aftrek voor risicokapitaal is dus niet van toepassing op vennootschappen die een van het gemeen recht afwijkende belastingregeling genieten. Het risicokapitaal van de betrokken moedermaatschappij moet echter wel verminderd worden met de fiscale netto waarde van haar aandelen in het coördinatiecentrum.
