Parlementaire vraag nr. 592 van mevrouw Veerle Wouters van 16.10.2012
Parlementaire vraag nr. 592 van mevrouw Veerle Wouters dd. 16.10.2012
Vragen En Antwoorden, Kamer 2012-2013, nr. 90 van 26.11.2012, blz. 58
Personenbelasting
Energiebesparende uitgave
Vermindering voor energiebesparende uitgaven
Belastingvermindering
Aannemer
Rechtspraak
VRAAG
De administratie gaat er van uit dat wanneer een belastingplichtige zijn materialen of apparaten zelf aankoopt en ze daarna door een aannemer laat plaatsen alleen de uitgaven met betrekking tot de plaatsing in aanmerking komen voor belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven als bedoeld in artikel 145/24 WIB 1992 (Circulaire Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) van 20 februari 2003, nr. 9.4.) en Vragen en Antwoorden, Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6906-6907, vraag nr. 42 van 30 juni 2004 van mevrouw Trees Pieters). Zowel de rechtbank van Bergen (20 april 2009 - Fiscoloog nr. 1159, p. 1) inzake stookketels als de rechtbank van Hasselt (26 september 2012 - Fiscoloog nr. 1312, p. 12) inzake zonnepanelen zijn het met deze zienswijze niet eens.
1. Heeft de administratie hoger beroep aangetekend tegen voormelde vonnissen?
2. Stelt artikel 63/11, §1, 1°, KB/WIB 1992 enkel als voorwaarde dat de werken moeten worden uitgevoerd door een aannemer, of dat ook de materialen moeten worden aangekocht bij de aannemer die de werken uitvoert?
3. Geldt bij twijfel over de tekstuele interpretatie van een fiscale wettekst niet alleen dat hij grondwetsconform maar ook in het voordeel van de belastingplichtige moet worden uitgelegd?
4. Blijft u bij het standpunt dat indien de materialen werden aangekocht door de belastingplichtige en nadien geplaatst door een aannemer enkel de uitgaven voor de plaatsing in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
Wat de door het geachte lid geciteerde rechtspraak betreft, wil ik vooreerst aanstippen dat de zaak die bij de rechtbank van Bergen heeft geleid tot het vonnis van 20 april 2009 niet verder door de administratie is verdedigd en dit omdat uit nader onderzoek is gebleken dat zowel de levering van de nieuwe stookketel als de plaatsing ervan telkens door een geregistreerde aannemer gebeurden, zodat voldaan was aan al de voorwaarden om aanspraak te maken op de beoogde belastingvermindering. Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 26 september 2012 inzake zonnecelpanelen, werd op 26 oktober 2012 betekend aan de Belgische Staat en is bijgevolg nog niet definitief. Indien artikel 6311, § 1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92) zo zou moeten worden gelezen dat de erin vermelde voorwaarden, inzonderheid de voorwaarde met betrekking tot de geregistreerde aannemer, enkel zouden gelden voor de "werken" en niet voor de aankoop van de toestellen of materialen, dan zou artikel 14524, § 1, WIB 92 omwille van de coherentie op eenzelfde strikte wijze moeten worden gelezen. Dat laatste artikel bepaalt dat er een belastingvermindering wordt verleend voor bijvoorbeeld de plaatsing van zonnecelpanelen. Een strikte lezing van die bepaling zou dus betekenen dat enkel de uitgaven met betrekking tot de plaatsing van de panelen en dus niet de aankoop ervan in aanmerking zouden kunnen komen voor de beoogde belastingvermindering. Aangezien een dergelijke strikte lezing niet in overeenstemming zou zijn met de bedoeling van de wetgever, met name de energiebesparende investeringen aanmoedigen in het kader van een vergroening van de fiscaliteit (Memorie van toelichting bij de wet van 10 augustus 2001 houdende de hervorming van de personenbelasting, Parl. St., Kamer, derde zitting van de 50e zittingsperiode, 2000-2001, nr. 50, 50 1270/001, blz. 3), heeft de administratie de beoogde bepaling steeds in het voordeel van de belastingplichtige uitgelegd en de aankoop van de materialen eveneens in aanmerking genomen voor de toepassing van de belastingvermindering, voor zover althans alle voorwaarden met inbegrip van die vermeld in voornoemd artikel 6311, § 1, KB/WIB 92 zijn vervuld. Het ingenomen standpunt is dus volledig logisch en coherent en het geachte lid zal dan ook willen begrijpen dat ik het niet opportuun acht om het te wijzigen.
