Parlementaire vraag nr. 738 van de heer Didden van 18.04.1994

VRAAG 94/738

Vraag nr. 738 van de heer Didden dd. 18.04.1994


Bull. nr. 743, blz. 3121

Buitenland - Buitenlandse ruling - Commissie - Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden

- Ruling - Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden - Statistiek

VRAAG

Onlangs vernamen we via de financiële pers dat een belangrijk Amerikaans bedrijf haar voorkeur uitdrukte voor een vestiging in Nederland omwille van het bestaan van de "ruling"-procedure in de sociale wetgeving in Nederland. Deze "ruling"-procedure laat toe dat bedrijven constructies kunnen opzetten die tot grotere fiscale rechtszekerheid aanleiding geven.

Bij mijn weten bestaat er ook in België een stelsel van "ruling" en begrijp ik niet goed op welke bijkomende fiscale rechtszekerheid de bedrijven gevestigd in Nederland beroep kunnen doen. Ik neem aan dat de "ruling"-procedure in Europees verband wordt onderzocht teneinde de fiscaliteit in de verschillende lidstaten te harmoniseren.

Mag ik vernemen op welke wijze en hoe vaak een "ruling"-procedure in ons land werd toegepast ?

In welke mate wordt in de andere landen van de Europese Gemeenschap een dergelijke procedure gebruikt ?

Tenslotte had ik gaarne vernomen of de "ruling"-procedure in Nederland gunstiger voor de belastingbetaler uitvalt dan in ons land het geval is.

ANTWOORD

1. In zijn huidige vorm bepaalt artikel 345 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) dat door de administratie der Directe Belastingen een voorafgaand schriftelijk akkoord wordt gegeven omtrent het feit dat :

  • Een verrichting als vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, eerste lid, 269, zesde lid, of 344, § 2, WIB 92 wel degelijk beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften;
  • Een voordeel verleend in de omstandigheden als vermeld in artikel 26, WIB 92 niet abnormaal of goedgunstig is;
  • Een betaling als vermeld in artikel 54, WIB 92 wel degelijk beantwoordt aan een werkelijke en oprechte verrichting en dat zij de normale grenzen niet overschrijdt;
  • Voor de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 de juridische kwalificatie aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt.
Daartoe werd binnen de administratie der Directe Belastingen een commissie opgericht die over de aanvragen om een voorafgaand schriftelijk akkoord beslist. Dergelijke aanvragen dienen te worden gericht aan de voorzitter van die commissie en dienen gemotiveerd en ondertekend te zijn.

Die commissie is ertoe gehouden om binnen een termijn van drie maanden - die in bepaalde omstandigheden tot maximaal zes maanden kan worden verlengd - vanaf de datum waarop de aanvraag bij de voorzitter van de commissie is toegekomen, over die aanvraag een beslissing te treffen. Ontstentenis van antwoord binnen die termijn wordt gelijkgesteld met een voorafgaand schriftelijk akkoord.

Eind april 1994 waren 80 dergelijke aanvragen ingediend waarvoor reeds in 55 gevallen een beslissing aan de aanvrager werd betekend.

Het door de administratie gegeven akkoord is haar tegenstelbaar en bindt haar de toekomst, wanneer één van de in het eerste lid vermelde verrichtingen haar te goeder trouw werden voorgelegd vóór de verwezenlijking ervan.

De administratie is niet gebonden door het gegeven akkoord :

  • Indien blijkt dat de verrichtingen onvolledig of onjuist werden beschreven door de belastingplichtige;
  • Indien ze niet werden verwezenlijkt op de wijze omschreven door de belastingplichtige.
De administratie houdt op gebonden te zijn door het akkoord, wanneer de gevolgen van de verrichtingen gewijzigd zijn door één of meerdere andere daarop volgende verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen waarover het akkoord werd gegeven niet meer voldoen aan de in artikel 345, § 1, WIB 92 gestelde voorwaarden.

2. De administratie der Directe Belastingen beschikt niet over betrouwbare gegevens die toelaten vast te stellen in welke mate elk van de andere landen van de Europese Unie een "ruling"-procedure kennen. Soortgelijke procedures zouden blijkbaar bestaan in Nederland, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en, in mindere mate, in Ierland en Italië.



3.De "ruling" is in België anders opgevat dan in Nederland.
In Nederland is de "ruling" - die reeds sedert vele jaren bestaat - het gevolg van de door de belastingplichtigen aangenomen gewoonte om de fiscale administratie te raadplegen ten einde waarborgen te verkrijgen omtrent de fiscale behandeling die zou worden voorbehouden voor de activiteiten die ze in de toekomst wensen te ondernemen.

De toekenning van "rulings" wordt er toevertrouwd aan inspecteurs (het equivalent van de Belgische controleurs) en gebeurt op basis van een discretionaire beslissing buiten elke specifieke reglementering om.

In praktijk heeft de toekenning van "rulings" hoofdzakelijk betrekking op het gebied van relaties tussen afhankelijke ondernemingen.

Gelet op de verschillende opvattingen van de "ruling" in de twee landen en op het feit dat de materies die het voorwerp kunnen uitmaken van die procedure ook verschillen, zou de vergelijking van de twee systemen, met het doel het meest gunstige voor de belastingplichtige vast te stellen, niet relevant zijn.