Parlementaire vraag nr. 599 van de heer Luk Van Biesen van 27.10.2015

Parlementaire vraag nr. 599 van de heer Luk Van Biesen dd. 27.10.2015

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/057 dd. 11.01.2016, blz. 66

De vrijstelling in het kader van de tax shelter per belastbaar tijdperk

VRAAG (van de heer Van Biesen)

In toepassing van artikel 194ter, § 3, WIB 92 is het bedrag van de vrijstelling in het kader van de tax shelter per belastbaar tijdperk beperkt tot 50 procent, met een maximum van 750 000 euro, van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve bedoeld in § 4 van datzelfde artikel. Veronderstel dat een vennootschap in het boekjaar verbonden aan aanslagjaar X een resultaat belastbaar resultaat realiseert van 500.000 euro (code 112 van de aangifte VenB). Zij heeft in datzelfde boekjaar een tussentijds dividend uitgekeerd van 300.000 euro. Per hypothese bedraagt het bedrag in de code 1070 PN van de aangifte 200.000 euro en het bedrag in de code 1301 300.000 euro. Is de vrijstelling in het kader van de tax shelter dan ingevolge de toepassing van artikel 194ter, § 3, WIB 92 beperkt tot 100.000 euro (50 procent van 200.000 euro) of tot 250.000 euro (50 procent van 500.000 euro), in de wetenschap dat een tussentijds dividend wordt uitbetaald op basis van de uitkeerbare winst zoals die blijkt uit de jaarrekening op datum van het laatst afgesloten boekjaar, zonder dat kan worden geput uit de winst van het lopende boekjaar (CBN-advies 2009/1 van 14 januari 2009)?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Vooreerst wens ik het geachte lid mee te delen dat de uitkering van tussentijdse dividenden tijdens een bepaald belastbaar tijdperk, in principe in hetzelfde belastbare tijdperk een vermindering van de belastbare reserves tot gevolg zal hebben, waardoor de totale aangroei van de belastbare gereserveerde winst lager zal komen te liggen of zelfs negatief kan worden. Het feit dat de dividenduitkeringen betrekking hebben op reserves van een vorig boekjaar verandert hieraan in se niets, vermits de uitkering in het huidige belastbare tijdperk gebeurt waardoor de totale aangroei van de reserves tijdens dat belastbare tijdperk wordt beïnvloed, meer bepaald vermindert. Bijgevolg, wanneer de belastbare gereserveerde winst van de vennootschap in een bepaald belastbaar tijdperk positief is, maar de vennootschap er eveneens voor kiest om in hetzelfde belastbare tijdperk tussentijdse dividenden uit te keren, zal dat in principe een invloed hebben op het bedrag dat in het kader van de tax shelter, maximaal kan worden vrijgesteld. Concreet betekent dit dat de belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk in het door het geachte lid aangehaalde voorbeeld 200.000 euro bedraagt en dat dit bedrag in de aangifte in de vennootschapsbelasting onder de code 1080 PN terug te vinden is. De vrijstelling in het kader van de tax shelter is bijgevolg beperkt tot 100.000 euro. Dat zal trouwens eveneens het geval zijn voor de interimdividenden die worden geput uit de winst van het lopende boekjaar.