Parlementaire vraag nr. 98 van de heer Daems van 29.09.1995
VRAAG 95/098
Bull. nr. 758, pag. 489
Inkomstenbelastingen - Onderzoek en controle - Vragenlijst
Bij een onderzoek van de fiscale situatie door de belastingadministratie gebeurt het vaak dat de belastingplichtige of zijn fiscale raadgever uitgebreide vragenlijsten ontvangt van dezelfde administratie, waardoor zij soms dagenlang opzoekingswerk dienen te verrichten om de gevraagde inlichtingen te kunnen verstrekken. Meestal wenst de controlerende ambtenaar een financieel onderzoek in te stellen waarbij de in- en uitgaande facturen worden vergeleken met de betalingen en ontvangsten op de financiële rekeningen, teneinde op die wijze eventuele meerontvangsten te kunnen vaststellen.
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de administratie door het versturen van dergelijke vragenlijsten het voorbereidende gedeelte van haar controle ten laste legt van de belastingplichtige of zijn fiscale raadgever. Nochtans meende ik te weten dat de taak van de belastingplichtige er enkel in bestaat zijn boekhouding en zijn financiële rekening ter beschikking te houden van de controlerende ambtenaar.
1. Heeft u weet van de gewoonte van de administratie om dergelijke uitgebreide vragenlijsten te verzenden?
2. Bent u samen met mij niet van oordeel dat gegevens die ten behoeve van een fiscale controle uit de boekhouding en uit de financiële rekeningen kunnen worden geput, eerder door de controlerende ambtenaar dan door de belastingplichtige of zijn fiscale raadgever moeten worden opgezocht?
ANTWOORD
De bepalingen van artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) maken het mogelijk van de belastingplichtige, zowel mondeling als schriftelijk, alle inlichtingen te vorderen met het oog op het onderzoek van zijn belastingtoestand.
De onderrichtingen dienaangaande bepalen onder meer dat:
- de Administratie van de directe belastingen slechts een goed overwogen en gematigd gebruik mag maken van de bevoegdheid die haar werd verleend. Het is overigens niet aanvaardbaar dat de administratie zulkdanige opzoekingen en zoveel werk zou vragen, dat ze voor de belastingplichtige ongehoord tijdverlies en kosten zouden meebrengen;
- de gepastheid van het vragen van bepaalde inlichtingen moeten worden beoordeeld in het licht van de feitelijke omstandigheden van elk geval; aldus moeten de vragenlijsten aan elke omstandigheid worden aangepast en dient het versturen van algemene vragenlijsten te worden vermeden.
Overigens is op grond van artikel 315, WIB 92, eenieder die onderhavig is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners verplicht de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen. Het is dus in principe de aanslagambtenaar die ter plaatse de boeken en bescheiden moet onderzoeken.
Indien er zich in welbepaalde gevallen moeilijkheden ter zake zouden voordoen, ben ik uiteraard bereid een onderzoek te doen instellen indien mij de passende identificatiegegevens worden medegedeeld.
Bron: FisconetPlus
