Parlementaire vraag nr. 844 van de heer Valkeniers van 07.09.1994

VRAAG 94/844

Vraag nr. 844 van de heer Valkeniers dd. 07.09.1994


Bull. nr. 748, pag. 1073

Fusies vennootschappen - Voorafgaand schriftelijk akkoord administratie.

De wet van 30 maart 1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit heeft artikel 345, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 grondig gewijzigd.

Een verrichting zoals vermeld in artikel 211, § 1, eerste lid, moet nu degelijk beantwoorden "aan rechtmatige financiële of economische behoeften".

Wat betekent deze tekst die zeer vaag is ?

Betreft het de behoeften van de overnemende vennootschap alleen of gaat het over de wederzijdse behoeften van de over te nemen en de overnemende vennootschappen ? Deze behoeften zijn niet altijd gelijklopend en dikwijls tegenstrijdig.

Worden de behoeften van de aandeelhouders van beide vennootschappen dan nooit in acht genomen ? Uw administratie geeft hier de schijn eenzijdig een fiscale rechtspraak in het leven te roepen waarvoor zij de technische en fiscale ervaring niet heeft.

De vennootschappen hebben het recht hun beheer te regelen zonder uw inmenging.

Zullen al de problemen die elke dag oprijzen op financieel, economisch, technisch, sociaal en juridisch vlak op een onpartijdige manier onderzocht worden ?

De wetgever heeft de fusies willen bevorderen om sterkere beter aangepaste vennootschappen zien in de plaats te komen van verouderde niet-aangepaste elementen.

Uw administratie bevindt zich voor meer en meer ingewikkelde toestanden. Haar taak is welzeker zeer moeilijk geworden. Is het nu niet gepast een precieze inhoud te geven aan de formule "rechtmatige financiële of economische behoeften" mits beroep te doen op een onpartijdige algemeen erkende instantie ?

ANTWOORD

Het is in werkelijkheid de wet van 6 augustus 1993 houdende fiscale bepalingen inzake fusie en splitsing van vennootschappen, die het stelsel van de fiscale neutraliteit van verrichtingen inzake fusie of splitsing van vennootschappen onderworpen heeft aan de voorwaarde dat de verrichting moet beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Reeds gedurende verschillende jaren was in een dergelijke voorwaarde voorzien, inzonderheid inzake de compensatie van vorige verliezen.

De mogelijkheid voor de belastingplichtige om aan de administratie een voorafgaand akkoord te vragen werd bovendien door dezelfde wet uitgebreid tot die verrichtingen van fusie en splitsing van vennootschappen.

Ik veronderstel dat de vraag van het geachte lid voortvloeit uit de beslissingen van de Commissie om betreffende sommige verrichtingen van die aard geen voorafgaand akkoord te geven.

De door de Commissie vermelde argumenten lijken me niet onredelijk.

Ik vestig de aandacht op het feit dat de weigering van een akkoord vanwege de Commissie noch de belastingplichtige bindt, noch - in voorkomend geval - de aanslagambtenaar. Inderdaad, ingevolge de wet heeft alleen een akkoord juridische gevolgen.