Parlementaire vraag nr. 1996 van de heer Wouter Vermeersch van 29.03.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 266

Invullen formulier 270 MLH. - Eerste casus.

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Huurders die een woning (deels) professioneel gebruiken en de huur als beroepskosten willen inbrengen, moeten vanaf 2024 een bijlage bij hun belastingaangifte voegen. Daarvoor stelde de fiscus een modelformulier (nr. 270 MLH) op, dat recent in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

Dit formulier roept heel wat vragen op, vandaar een concrete casus. Een natuurlijk persoon is eigenaar van een kantoorgebouw. Deze natuurlijk persoon verkoopt het gebouw. Een bestaande vennootschap (boekhouding per kalenderjaar) koopt het vruchtgebruik van dat kantoorgebouw aan voor 300.000 euro op 1 juli 2023. 300.000 euro werd betaald in 2023. Vruchtgebruik wordt afgeschreven op 20 jaar dus in beroepskosten bij de vennootschap in 2023: 300.000 euro x 1/20 x 184/365 = 7.561,64 euro. De bedrijfsleider van de vennootschap heeft blote eigendom van het kantoorgebouw, aangekocht op 1 juli 2023.

1. Wie moet als verlener(s) van het zakelijk gebruiksrecht worden vermeld voor aanslagjaar 2024 en wie voor de volgende aanslagjaren 2025, 2026, enz.?

2. Welke bedragen moeten in de twee regels van het vak C ingevuld worden voor aanslagjaar 2024?

Op de eerste regel: 300.000 (dat is duidelijk, wat betaald is in 2023).

Maar wat dient op de tweede regel vermeld te worden? De afschrijving van 7.561,64 euro (data hetgeen wat in beroepskosten is ingebracht in 2023)?

3. Wat moet in de twee regels van het vak C ingevuld worden voor aanslagjaar 2025?

Op de eerste regel: 0,00 (want niets betaald in 2024).

Op de tweede regel: 15.000,00 (de afschrijving die als beroepskost is ingebracht (zie artikel 307, § 2/2 e) dat nergens verwijst naar de vergoedingen die in het betrokken tijdperk zijn betaald) of 0,00 (bericht van 14 maart 2024: het deel van de vergoeding van de eerste regel - betaald in 2024) dat als werkelijke beroepskosten is ingebracht?

ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)

Voorafgaand wordt opgemerkt dat de antwoorden verstrekt op de voorliggende vragen enkel rekening houden met de feiten en omstandigheden geschetst in de vraag en dus enkel gelden voor zover andere feitelijke omstandigheden die zich in de praktijk kunnen voordoen, geen impact hebben op de geschetste situatie.

1. Zowel voor aanslagjaar 2024 als voor de daarop volgende aanslagjaren (voor de volledige duur van het vruchtgebruik) dient de blote eigenaar vermeld te worden als verlener van het vruchtgebruik.

2 en 3. De afschrijvingen op een zakelijk gebruiksrecht kwalificeren niet als een eigenlijke vergoeding of een voordeel dat is toegekend of betaald aan de verlener van een zakelijk gebruiksrecht. Het bedrag van dergelijke afschrijvingen moet bijgevolg niet worden opgenomen in de rubriek C van de bijlage 270 MLH.

Dit is ook zo uiteengezet in het bericht van 14 maart 2024.

In de voorgelegde situatie zal rubriek C van de bijlage nr. 270 MLH zowel voor aanslagjaar 2024 als voor de daarop volgende aanslagjaren (voor de volledige duur van het vruchtgebruik) als volgt moeten worden ingevuld:

- betaald of toegekend bedrag: 0,00 euro;

- als werkelijke beroepskost ingebracht bedrag: 0,00 euro.