Parlementaire vraag nr. 628 van de heer van Weddingen van 19.03.2001

VRAAG 01/628

Vraag nr. 628 van de heer van Weddingen dd. 19.03.2001


Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11906

Bull. nr. 823, pag. 829-831

Tekenen en indiciën - Document op naam voor verkoop van effecten

VRAAG

Artikel 341 van het WIB 1992 bepaalt dat wanneer het tegenbewijs van de belastingplichtige betrekking heeft op verkopen van roerende waarden of andere financiële instrumenten die hij zich als beleggingen heeft aangeschaft, de ingeroepen aankoop- of verkoopborderellen of -documenten tegenover de administratie der directe belastingen slechts bewijskracht hebben indien ze de vermelding "op naam" dragen en zijn opgesteld ten name van de belastingplichtige of van de personen van wie hij de rechthebbende is.

Die wetsbepaling regelt aldus het tegenbewijs dat kan worden aangebracht door een belastingplichtige die op grond van tekenen en indiciën van gegoedheid wordt belast. De door de wetgever gebruikte bewoording zijn echter bijzonder onduidelijk. Een letterlijke lezing zou doen besluiten dat om ontvankelijk te zijn, het aankoop- of verkoopborderel moet zijn opgesteld op naam van de belastingplichtige en bovendien de vermelding "op naam" moet dragen.

Wanneer het document echter op naam van de belastingplichtige is opgesteld, impliceert dit dat het op naam is, en bijgevolg valt geenszins te begrijpen welk nut het heeft te eisen dat het document bovendien de vermelding "op naam" bevat.

In de bestuurscirculaire nr. Ci.RH.841/435.641 wordt terzake geen standpunt ingenomen.

Bent u van oordeel dat een document betreffende de verkoop van effecten, dat de naam van de betrokken belastingplichtige vermeldt, ontvankelijk is als bewijs in de zin van artikel 341 van het WIB 1992 als document "op naam", zelfs al bevat het niet de uitdrukkelijke vermelding "op naam"?

ANTWOORD

Ik veroorloof mij het geachte lid te verwijzen naar het antwoord dat een van mijn voorgangers heeft verstrekt op de vraag nr. 418 van 5 februari 1993 gesteld door de heer de Clippele (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1992-1993, nr. 53, blz. 4549).