Parlementaire vraag nr. 1457 van de heer Gautier Calomne van 03.02.2017

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/130 d.d. 11.09.2017, blz. 308

Taxshelter. - Vennootschapsbelastingplicht voor de productievennootschappen

VRAAG (van de heer Calomne)

Op 1 februari 2017 is het nieuwe taxsheltermechanisme voor de podiumkunsten, dat in december vorig jaar goedgekeurd werd, in werking getreden. Die hervorming, die deregering ten gunste van de sector heeft doorgevoerd, kan helpen om de dynamiek van de Belgische culturele ondernemingen te versterken. Over een aantal aspecten van de hervorming zou er evenwel onduidelijkheid heersen, met name over de vennootschapsbelastingplicht van de entiteiten. Op mijn vorige vraag over dit thema antwoordde u in januari 2017 het volgende: "De wet verbiedt verenigingen die als vzw opgericht zijn niet om een vennootschap op te zetten met als hoofddoel de productie van podiumproducties die zullen worden opgevoerd door de vzw die de vennootschap heeft opgericht, maar dan moet die vennootschap erkend zijn en ook aan de voorwaarden [van de taxshelterregeling] voldoen - onder meer de voorwaarde om de productie- en exploitatie-uitgaven voor het in aanmerking komende werk in België te doen", opdat de investeerders aanspraak zouden kunnen maken op de in artikel 194ter/1 bedoelde vrijstelling. Volgens sommige actoren uit de sector zou dat standpunt voor verwarring zorgen. Met de uitbreiding van de taxshelter tot de sector van de podiumkunsten wilde de wetgever er immers voor zorgen dat de vennootschappen die podiumwerken produceren en onder die regeling vallen, aan de vennootschapsbelasting onderworpen worden. Door de vzw's niet te verbieden of de mogelijkheid te bieden louter ten behoeve van de taxshelter een parallelle entiteit op te zetten creëert men het risico dat de bedoeling van de wetgever in de praktijk omzeild wordt en dat die entiteiten niet aan die belasting onderworpen worden. Het zou dan ook misschien nuttig zijn te verduidelijken dat wanneer een culturele instelling die thans niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting een productievennootschap wil oprichten met als hoofddoel de productievan podiumwerken, ze voldoende substantie zal moeten overdragen aan de nieuwe entiteit. Met substantie bedoelen we personeel en het effectief doen van de uitgaven in verband met het geleverde werk. Volgens mij is het nu zaak de geest van de wet te verduidelijken opdat de sector een en ander kan organiseren overeenkomstig de wil van de wetgever én in functie van de beoordeling van de uitgaven door de belastingadministratie. Volgens mijn informatie zou de cel Tax Shelter van de FOD Financiën thans uitgaven weigeren van 'lege' adhocvennootschappen (productievennootschappen die enkel de uitgavenstroom beheren terwijl de echte productie gecoördineerd wordt door de vzw, die niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen zou worden). In het licht van de problematiek die ik geschetst heb lijkt het me noodzakelijk dat de situatie verduidelijkt wordt, opdat alle actoren in de sector het nodige kunnen doen in het licht van de toepassing van de wet.

1. Wat is de precieze draagwijdte van de nieuwe taxshelterregeling met betrekking tot de onderwerping van de verschillende entiteiten aan de vennootschapsbelasting?

2. Kan u de geest van de wet nader toelichten? Houdt die in dat de culturele instellingen, die thans de vzw als rechtsvorm hebben, wel degelijk vennootschapsbelastingplichtigzijn omdat ze de hoofdproducent van de podiumwerken zijn?

3. Kan u toelichten hoe het concept 'substantie' in een productiebedrijf zal worden beoordeeld?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De bepalingen van artikel 179/1, WIB 92, voorzien uitdrukkelijk dat de vzw's, die erkend zijn als in aanmerking komende productievennootschap of als in aanmerking komende tussenpersoon, voor een bepaalde periode onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting wanneer ze eenraamovereenkomst afsluiten. Dienaangaande volgt duidelijk uit de parlementaire stukken (Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2205/ 002, blz. 3, 4 en 8) dat de wetgever een zo goed mogelijke omzetting beoogt van de principes die van toepassing zijn voor de audiovisuele producties naar de podiumproducties.De onderwerping van die vzw's aan de vennootschapsbelasting vloeit voort uit die wil. Bij gebrek aan die onderwerping, zou het feit dat die vzw's het stelsel kunnen genieten, zonder dat zij worden onderworpen aan een belasting op de ontvangen tax shelter financiering en op hun winsten, met inbegrip van de winsten die voortkomen uit de geproduceerde werken, het globaal evenwicht van het stelsel kunnen verstoren. Zoals ik u reeds heb kunnen verduidelijken, is het wettelijk gezien mogelijk dat een vzw een vennootschap opricht die de erkende productievennootschap zou zijn. Het is die productievennootschap die onder meer verplicht is om de in aanmerking komende uitgaven in België te verrichten. Die verplichting brengt noodzakelijkerwijs met zich meedat die opgerichte vennootschap als voornaamste doel de ontwikkeling en de productie van podiumwerken heeft. Het moet gaan om de kernactiviteit van de vennootschap, waarbij andere eventueel uitgeoefende activiteiten een bijkomstig karakter hebben. De beoordeling van die kernactiviteit berust op feitelijke elementen zoals in het bijzonder de aanwezigheid in de vennootschap van gekwalificeerd personeel voor de productie. Naar analogie met de tax shelter voor audiovisuele werken beantwoorden de "administratieve" productievennootschappen (d.w.z. diegene waarvan de voornaamste activiteit de betaling van uitgaven is die aan haar werden gefactureerd) bijgevolg niet aan het begrip in aanmerking komende productievennootschap. Zoals u het met andere woorden uitdrukt, kan een vennootschap, die enkel de uitgaven zou beheren terwijl de werkelijke productie door de vzw zou worden gecoördineerd, geen erkenning krijgen als productievennootschap.