Parlementaire vraag nr. 100 van de heer Quintelier van 08.07.1992
VRAAG 92/100
Bull. nr. 723, pag. 153
Inzage aangifte - Comité tot aankoop
De comités tot aankoop voeren in opdracht van openbare besturen onderhandelingen met particuliere eigenaars, wiens onroerende goederen omwille van het openbaar nut kunnen worden onteigend.
Om lange gerechtelijke onteigeningsprocedures te vermijden, streven de ambtenaren van de comités tot aankoop naar een minnelijke schikking tussen de onteigenende overheid en de particuliere grond- of pandbezitters.
Kan de geachte minister mij melden of in functie van genoemde onderhandelingen de commissarissen van het aankoopcomité inzage kunnen en mogen krijgen van de inkomstenaangifte van de betrokken particulieren?
Kunnen de commissarissen bij de diensten van de belastingen met of zonder toelating van de betrokken particulier inzage krijgen van hun belastingaangiften?
In opdracht van sommige lagere openbare besturen worden in bepaalde gevallen particuliere onderhandelaars belast om met de te onteigenen personen de nodige gesprekken te voeren, met de bedoeling lange onteigeningsprocedures te vermijden en snel tot een minnelijk akkoord te komen.
Kunnen deze particuliere onderhandelaars, die volledig buiten het aankoopcomité handelen, inzage krijgen bij de diensten van de belastingen van de belastingaangifte van de betrokken particulieren en/of vennootschappen?
Indien dit inderdaad kan, wens ik van de geachte minister te vernemen op welke rechtsgrond dit is gesteund.
Indien dit niet mag, wens ik te vernemen welk verweer de particulier hier heeft en op welke wijze hij de inzage kan verhinderen.
ANTWOORD
Vooraleer op de door het geachte lid gestelde vragen te antwoorden wens ik eraan te herinneren dat :
a) De aankoopcomités bevoegd zijn om de onteigening, zowel in der minne als in rechte, na te streven voor elke tot onteigening ten algemene nutte gemachtigde openbare macht of instelling, zo deze erom vragen (zie ter zake : de wet van 18 december 1986 houdende bevoegdverklaring van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen tot het uitvoeren van bepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen voor rekening van gemeenschaps- en gewestinstellingen en art. 61 van de programmawet van 7 juli 1989);
b) Het Hof van cassatie in een arrest van 13 april 1972 heeft gesteld dat de eiser van een onteigeningsvergoeding door zijn aangiften inzake de inkomstenbelasting gehouden is; dat hij niet vermag aan te tonen dat zijn netto-inkomsten hoger zijn geweest dan de netto-inkomsten die door de belastingadministratie op grond van genoemde aangiften werden vastgesteld en dat de aangiften krachtens artikel 239 (thans art. 331) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen tegen de vergoedingsgerechtigde in rechte kunnen worden ingeroepen en als berekeningsbasis van de vergoeding moeten dienen.
In antwoord op zijn concrete vragen kan ik het geachte lid het volgende meedelen.
| a) | Wat betreft de ambtenaren van de comités tot aankoop |
Ten einde een juist aanbod te kunnen doen in de onderhandelingen met het oog op het streven naar een minnelijke schikking tussen de onteigenende overheid en de grond- of pachtbezitter, vragen en verkrijgen de ambtenaren van de aankoopcomités, in hun hoedanigheid van ambtenaren behorend tot een fiscaal bestuur, bij wijze van samenwerking tussen fiscale besturen, inzage in de belastingaangiften van de betrokken particulieren en dit zonder dat hiertoe de instemming van de betrokkenen vereist is.
Deze kennisneming door voormelde ambtenaren van gegevens uit de belastingaangifte schaadt geenszins het vertrouwelijk karakter van deze aangifte daar de ambtenaren van de aankoopcomités behoren tot de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, en zij aldus volledig onderworpen zijn aan de reglementering betreffende het beroepsgeheim van fiscale ambtenaren. Het inzagerecht maakt dan ook volledig deel uit van de normale uitwisseling van fiscale gegevens tussen de fiscale administraties van het ministerie van Financiën.
De bij de administratie der Directe Belastingen verkregen inlichtingen worden echter nooit medegedeeld aan de opdrachtgevende onteigenende overheid voor wie het aankoopcomité optreedt.
Aan deze laatste wordt, teneinde de nodige kredieten te kunnen vastleggen, enkel een globaal schattingscijfer medegedeeld voor het geheel van de opdracht. De medegedeelde raming bevat dus nooit een ventilatie in functie van individuele goederen, vergoedingsgerechtigden, of individuele vergoedingselementen. Er wordt nooit inzage verleend van de inhoud van het schattingsverslag en de bijhorende stukken. Er bestaat aldus geen enkel gevaar dat elementen van de fiscale aangiften zouden medegedeeld worden aan derden.
b) Wat betreft de particuliere onderhandelaars welke soms voor lagere besturen optreden
Artikel 244 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen laat de administratie der Directe Belastingen niet toe aan derden inlichtingen te verstrekken uit het belastingdossier van een bepaalde belastingplichtige.
Om die reden is het niet mogelijk aan particuliere onderhandelaars inzage te verlenen van de belastingaangifte van de te onteigenen particulier en/of vennootschap zonder diens toestemming.
Wanneer met het oog op de vaststelling van de onteigeningsvergoeding een rechtsgeding wordt ingesteld, kan de rechter die over dat geding moet oordelen, bevelen dat de administratie der Directe Belastingen hem de nodige gegevens verstrekt. Tegenover die rechter zijn de ambtenaren van de Directe Belastingen immers ontslagen van de plicht tot geheimhouding (zie art. 877, 878 en 1253quinquies, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek).
Bron: FisconetPlus
