Parlementaire vraag nr. 169 van mevrouw Pieters van 28.11.2003
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6873-6876
Aanstellingsbewijs - Kopie
VRAAG
Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie der Directe Belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting der niet-inwoners tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend vrije toegang verlenen tot hun beroepslokalen, enzovoort (artikel 319 WIB 1992). Een gelijkaardige verplichting vinden we terug ten aanzien van de BTW-plichtigen. Eenieder die een economische activiteit uitoefent, moet aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend (artikel 63 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of WBTW).
In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 1164 van 10 december 2002 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 159, blz. 20478) stelde u dat de ambtenaren niet verplicht zijn spontaan hun aanstellingsbewijs te tonen. De gecontroleerde belastingplichtigen hebben uiteraard het recht om, voorafgaand aan de controle, het aanstellingsbewijs van de controleur te volgen.
1. Zijn de artikelen 319 WIB 1992 en 63 WBTW van openbare orde?
2. Dient het aanstellingsbewijs de juiste (huidige) graad en de juiste benaming van een bestaande graad te bevatten van de betrokken ambtenaar?
3.
a) Dient de foto van de betrokken ambtenaar op het aanstellingsbewijs herkenbaar te zijn met het uiterlijke van de persoon die zich ermee identificeert?
b) Is het aanstellingsbewijs nog rechtsgeldig indien de betrokken ambtenaar met der tijd een bril draagt, een ander haarsnit of baard heeft gekregen waardoor hij niet meer herkenbaar is op de foto?
4. Wat zijn de gevolgen in hoofde van de belastingplichtige indien hij de toegang tot zijn lokalen weigert omdat het aanstellingsbewijs niet de juiste benoemde graad en/of een herkenbare foto bevat?
5. Wat zijn de gevolgen ten aanzien van de onderzoeksdaden en de aanslag of het dwangbevel die erop steunt, indien de belastingplichtige de ambtenaar toch toegang verleent tot zijn lokalen ondanks dat het aanstellingsbewijs niet de juiste benoemde graad en/of een herkenbare foto bevat?
6. Wat betekent concreet "dat de gecontroleerde belastingplichtigen het recht hebben om het aanstellingsbewijs van de controleur te volgen"?
7. Is de ambtenaar niet verplicht ingevolge het adagium in dubio contra fiscum zijn aanstellingsbewijs spontaan te tonen, aangezien de belastingplichtige per definitie mag twijfelen aan het feit of hij al dan niet een bevoegde ambtenaar voor zich heeft?
8. In welke wetsbepaling staat dat de ambtenaar zijn aanstellingsbewijs niet spontaan dient te tonen?
9. Is de belastingplichtige gerechtigd om een kopie te nemen van het aanstellingsbewijs alvorens de ambtenaar toe te laten tot zijn lokalen?
10. Zo niet, is het aanstellingsbewijs een bestuursdocument onderworpen aan de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur?
11. Indien vorige vraag positief moet beantwoord worden, mag de belastingplichtige de toegang tot zijn lokalen weigeren zolang de procedure om een afschrift te bekomen volgens de procedure voorzien in de voornoemde wet van 11 april 1994 volledig is afgerond?
12. Indien het aanstellingsbewijs een bestuursdocument is, worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet geschonden indien de belastingplichtige een vergoeding voor de kopie moet betalen terwijl de fiscus geen vergoeding betaalt voor de kopieën die hij opvraagt bij de belastingplichtige?
13. Mag de belastingplichtige aan de ambtenaar vragen de kopie te dagtekenen en "voor eensluidend" te ondertekenen met vermelding van naam en graad?
14. Is de ambtenaar gerechtigd te weigeren om in zijn bijzijn een kopie te laten nemen van zijn aanstellingsbewijs?
15. Aan de hand van welk document kan de belastingplichtige nagaan of een ambtenaar belast is met het verrichten van een controle of onderzoek?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 30.08.2004)
Artikel 319 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) bepaalt dat de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting niet-inwoners, vrije toegang hebben tot de beroepslokalen.
Artikel 63 van het Wetboek van de BTW bepaalt dat eenieder die een economische activiteit uitoefent aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend.
Uit die teksten blijkt enkel dat de controlerende ambtenaar in het bezit moet zijn van een aanstellingsbewijs waaruit blijkt dat hij de administratieve eed heeft afgelegd en het door de wet aan de administratie toegekende recht van toegang mag uitoefenen; hij is dan ook niet verplicht dit spontaan te tonen. Als de belastingplichtige dit wenst, kan hij de betrokken ambtenaar vragen zijn bevoegdheid te bevestigen door zijn aanstellingsbewijs te tonen. Deze wettelijke bepalingen voorzien echter niet in een recht van de belastingplichtige om een kopie te nemen van dit aanstellingsbewijs.
Een aanvraag tot afschrift van een bestuursdocument dient krachtens artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1994) schriftelijk te gebeuren. De betrokken dienst heeft een termijn van 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om een antwoord op dit verzoek te geven. Artikel 12 van voormelde wet bepaalt dat het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument kan onderworpen worden aan het betalen van een vergoeding, waarvan het bedrag bij koninklijk besluit van 30 augustus 1996 (Belgisch Staatsblad van 20 september 1996) is vastgesteld. De wet van openbaarheid van bestuur voorziet niet in een "voor eensluidend verklaring" van het afschrift.
Het feit dat door een belastingplichtige een aanvraag tot het verkrijgen van een kopie van het aanstellingsbewijs van de controlerende ambtenaar werd ingediend in het kader van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur schorst geenszins het recht van toegang van die ambtenaar.
In beginsel begaat de belastingplichtige die het recht van toegang bepaald in de artikelen 319, WIB 1992 en 63 van het BTW-Wetboek weigert aan een bevoegde ambtenaar een fiscale overtreding die krachtens artikel 445, WIB 1992, respectievelijk artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek, met een administratieve geldboete kan worden bestraft.
De belastingplichtige die zeer ernstige twijfels heeft omtrent de identiteit en de bevoegdheid van een persoon die zich aanmeldt voor het verrichten van een controle inzake inkomstenbelastingen of BTW, kan steeds contact opnemen met de hiërarchische overste van de desbetreffende dienst.
Aanstellingsbewijs - Kopie
VRAAG
Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie der Directe Belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting der niet-inwoners tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend vrije toegang verlenen tot hun beroepslokalen, enzovoort (artikel 319 WIB 1992). Een gelijkaardige verplichting vinden we terug ten aanzien van de BTW-plichtigen. Eenieder die een economische activiteit uitoefent, moet aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend (artikel 63 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of WBTW).
In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 1164 van 10 december 2002 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 159, blz. 20478) stelde u dat de ambtenaren niet verplicht zijn spontaan hun aanstellingsbewijs te tonen. De gecontroleerde belastingplichtigen hebben uiteraard het recht om, voorafgaand aan de controle, het aanstellingsbewijs van de controleur te volgen.
1. Zijn de artikelen 319 WIB 1992 en 63 WBTW van openbare orde?
2. Dient het aanstellingsbewijs de juiste (huidige) graad en de juiste benaming van een bestaande graad te bevatten van de betrokken ambtenaar?
3.
a) Dient de foto van de betrokken ambtenaar op het aanstellingsbewijs herkenbaar te zijn met het uiterlijke van de persoon die zich ermee identificeert?
b) Is het aanstellingsbewijs nog rechtsgeldig indien de betrokken ambtenaar met der tijd een bril draagt, een ander haarsnit of baard heeft gekregen waardoor hij niet meer herkenbaar is op de foto?
4. Wat zijn de gevolgen in hoofde van de belastingplichtige indien hij de toegang tot zijn lokalen weigert omdat het aanstellingsbewijs niet de juiste benoemde graad en/of een herkenbare foto bevat?
5. Wat zijn de gevolgen ten aanzien van de onderzoeksdaden en de aanslag of het dwangbevel die erop steunt, indien de belastingplichtige de ambtenaar toch toegang verleent tot zijn lokalen ondanks dat het aanstellingsbewijs niet de juiste benoemde graad en/of een herkenbare foto bevat?
6. Wat betekent concreet "dat de gecontroleerde belastingplichtigen het recht hebben om het aanstellingsbewijs van de controleur te volgen"?
7. Is de ambtenaar niet verplicht ingevolge het adagium in dubio contra fiscum zijn aanstellingsbewijs spontaan te tonen, aangezien de belastingplichtige per definitie mag twijfelen aan het feit of hij al dan niet een bevoegde ambtenaar voor zich heeft?
8. In welke wetsbepaling staat dat de ambtenaar zijn aanstellingsbewijs niet spontaan dient te tonen?
9. Is de belastingplichtige gerechtigd om een kopie te nemen van het aanstellingsbewijs alvorens de ambtenaar toe te laten tot zijn lokalen?
10. Zo niet, is het aanstellingsbewijs een bestuursdocument onderworpen aan de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur?
11. Indien vorige vraag positief moet beantwoord worden, mag de belastingplichtige de toegang tot zijn lokalen weigeren zolang de procedure om een afschrift te bekomen volgens de procedure voorzien in de voornoemde wet van 11 april 1994 volledig is afgerond?
12. Indien het aanstellingsbewijs een bestuursdocument is, worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet geschonden indien de belastingplichtige een vergoeding voor de kopie moet betalen terwijl de fiscus geen vergoeding betaalt voor de kopieën die hij opvraagt bij de belastingplichtige?
13. Mag de belastingplichtige aan de ambtenaar vragen de kopie te dagtekenen en "voor eensluidend" te ondertekenen met vermelding van naam en graad?
14. Is de ambtenaar gerechtigd te weigeren om in zijn bijzijn een kopie te laten nemen van zijn aanstellingsbewijs?
15. Aan de hand van welk document kan de belastingplichtige nagaan of een ambtenaar belast is met het verrichten van een controle of onderzoek?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 30.08.2004)
Artikel 319 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) bepaalt dat de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting niet-inwoners, vrije toegang hebben tot de beroepslokalen.
Artikel 63 van het Wetboek van de BTW bepaalt dat eenieder die een economische activiteit uitoefent aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend.
Uit die teksten blijkt enkel dat de controlerende ambtenaar in het bezit moet zijn van een aanstellingsbewijs waaruit blijkt dat hij de administratieve eed heeft afgelegd en het door de wet aan de administratie toegekende recht van toegang mag uitoefenen; hij is dan ook niet verplicht dit spontaan te tonen. Als de belastingplichtige dit wenst, kan hij de betrokken ambtenaar vragen zijn bevoegdheid te bevestigen door zijn aanstellingsbewijs te tonen. Deze wettelijke bepalingen voorzien echter niet in een recht van de belastingplichtige om een kopie te nemen van dit aanstellingsbewijs.
Een aanvraag tot afschrift van een bestuursdocument dient krachtens artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1994) schriftelijk te gebeuren. De betrokken dienst heeft een termijn van 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om een antwoord op dit verzoek te geven. Artikel 12 van voormelde wet bepaalt dat het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument kan onderworpen worden aan het betalen van een vergoeding, waarvan het bedrag bij koninklijk besluit van 30 augustus 1996 (Belgisch Staatsblad van 20 september 1996) is vastgesteld. De wet van openbaarheid van bestuur voorziet niet in een "voor eensluidend verklaring" van het afschrift.
Het feit dat door een belastingplichtige een aanvraag tot het verkrijgen van een kopie van het aanstellingsbewijs van de controlerende ambtenaar werd ingediend in het kader van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur schorst geenszins het recht van toegang van die ambtenaar.
In beginsel begaat de belastingplichtige die het recht van toegang bepaald in de artikelen 319, WIB 1992 en 63 van het BTW-Wetboek weigert aan een bevoegde ambtenaar een fiscale overtreding die krachtens artikel 445, WIB 1992, respectievelijk artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek, met een administratieve geldboete kan worden bestraft.
De belastingplichtige die zeer ernstige twijfels heeft omtrent de identiteit en de bevoegdheid van een persoon die zich aanmeldt voor het verrichten van een controle inzake inkomstenbelastingen of BTW, kan steeds contact opnemen met de hiërarchische overste van de desbetreffende dienst.
Bron: FisconetPlus
