Parlementaire vraag nr. 245 van de heer Willem-Frederik Schiltz van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 245 van de heer Willem-Frederik Schiltz dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/107 dd. 02.04.2013, blz. 222

Inkomstenbelastingen. - Vennootschapsbelasting. - Niet-fiscaal aftrekbare interesten van leningen

VRAAG

Inzake vennootschapsbelasting stelt artikel 198, §1, 11° WIB 1992 dat in een aantal situaties betaalde of toegekende interesten van leningen fiscaal niet aftrekbaar zijn, afhankelijk van de positie van de werkelijke verkrijger. De intresten zijn fiscaal niet aftrekbaar indien, en in de mate van die overschrijding, het totale bedrag van de leningen aan bepaalde verkrijgers hoger is dan vijf maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk. Op basis van artikel 235, 2° WIB 1992 is deze bepaling eveneens van toepassing in de belasting der niet-inwoners en wel wat betreft belastingplichtigen als vermeld in artikel 227, 2° WIB 1992. Nochtans hebben niet-inwoners als vermeld in artikel 227, 2° WIB 1992 geen "gestort kapitaal" in de zin van artikelen 2, §1, 6° en 184 WIB 1992.

1. Kan artikel 198, 11° WIB 1992 toegepast worden in de belasting der niet-inwoners?

2. Zo ja, hoe dient het begrip "gestort kapitaal" in de belasting der niet-inwoners geïnterpreteerd te worden?

ANTWOORD (van de heer Geens, Minister van Financiën)

1. De door het geachte lid aangehaalde bepaling op grond waarvan bepaalde intresten van leningen fiscaal niet aftrekbaar zijn, is enkel van toepassing op de buitenlandse vennootschappen en rechtspersonen met een vergelijkbare rechtsvorm, als bedoeld in artikel 227, 2°, WIB 92.

2. Onder het begrip "gestort kapitaal" moet, voor de toepassing van deze maatregel in de belasting niet-inwoners/ vennootschappen, worden verstaan de door de buitenlandse vennootschap aan de Belgische inrichting ter beschikking gestelde kapitaalsdotatie, namelijk in de algemene regel de eigen middelen van de Belgische inrichting die door de buitenlandse vennootschap aan de bedrijfsuitoefening van die inrichting duurzaam worden besteed, voor zover deze middelen niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of overgedragen winsten van die inrichting.